Lezen is heerlijk, klassiek verdwijnen in een wereld die niet de jouwe is daar kan ik buitengewoon van genieten. Me laven aan de woorden van een ander, grinniken om mooie woordvondsten, meegaan in onverwachte wendingen, nieuwe inzichten verwerven of me eenvoudigweg ergeren aan andermans domheid. Dus toen ik kinderen kreeg kon ik bijna niet wachten om ze al die mooie boeken te laten zien. En dan zijn kinderboeken ook nog ’s op de meest uiteenlopende manieren prachtig geïllustreerd. Omdat ik weet hoezeer liefhebberij van ouders averechts kan uitwerken op hun kinderen push ik ze natuurlijk niet 😉 Maar voorlezen is heerlijk, toch? Voor ouder én kind een warm en intiem moment om even echt samen te zijn en nog leerzaam ook. Toch? Niet bij mijn oudste. Dacht ik eerst nog dat ik teveel verwachtte, misschien zelfs te vroeg begon met voorlezen, al snel werd me duidelijk dat ze er niet om geeft. Ze dwaalt af, is niet geïnteresseerd in de plaatjes en weigert over het verhaal te praten of na te denken over hoe het verder gaat. Ik heb vanalles geprobeerd, poetische sfeervolle illustraties, botte rechttoe-rechtaan verhaaltjes, compleet affe 1-minuut miniaturen, spannende vervolgverhalen. Het is het allemaal niet. Dus vestigde ik mijn hoop op school, en dacht dat wanneer ze zélf zou kunnen lezen er een wereld voor haar open zou gaan.
In een gesprek met de juf word ik bruut van mijn illusie beroofd. ‘Het is wel vreemd dat ze niet wil leren lezen hè. Ik bedoel ze loopt niet achter maar ze zit echt onderin de middenmoot en gezien haar capaciteiten zou je daarmee toch zeggen dat ze daarin achterblijft. Leest ze thuis wel?’ Ik stamel wat onsamenhangends en merk dat ik niet weet of ik nu teleurgesteld ben of me aangevallen voel. Want de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het samen lezen met mijn meisje een beetje heb opgegeven. En dat is natuurlijk niet zo fraai. Maar hoe motiveer ik een onwillig meisje dusdanig dat ze niet de kont tegen de krib gooit en ze voor altijd een hekel aan boeken krijgt?
Want waar gaat dit nou over? Toen ze twee-en-half was heeft ze zichzelf in drie maanden tijd alle letters geleerd. Met vier jaar zongen we van eigengemaakte partituren waarin de letters opa, oma, papa, mama en meisjelief groter groeiden en heen en weer dansten. Toen ze vijf was schreef ze woedend ‘sjokopasta’ op het boodschappenbriefje omdat ik die weer eens vergeten was te kopen. Maar wanneer ik haar stimuleer mee te lezen in een boek dan roept ze boos ‘dat is veel te gemakkelijk’, ‘dat kan ik niet’ of ‘dat kun je toch zelf lezen’. Heeft het te maken met zich moeilijk kunnen verplaatsen in anderen, ‘romanfiguren’, of met haar gebrek aan fantasie, en dus niet mee kunnen gaan in een verhaal? En komt het dus door de aspergerkant? Of weet ze wat ze nog niet kan en legt ze de lat te hoog en hangt dat samen met haar meer dan gemiddelde intelligentie? Of heeft ze domweg een hekel aan het geschreven woord en is zo sterk visueel ingesteld, want dat is ze, dat ze het lezen via strips en op multimedia-achtige wijze eigen zal moeten maken? Ik kom er nog niet uit.
Welkom hier Eline en dank voor je uitgebreide reactie! En wat
betreft de strips; juf zei al – met een schuin oog op hoe ik zou
reageren – ‘sommige kinderen leren lezen door strips’…
Op mijn weblog staat een mooi verhaal dat je aan je dochter kunt
voorlezen liefs van asdale en een dikke knuf voor je dochter!