wending‘Waarom zou je dat willen? Ze gaat gemakkelijk over, staat ruim HAVO!’, de teamleider valt nog net niet van zijn stoel als ik voorstel om mijn oudste over te plaatsen naar TL/HAVO volgend jaar. Ik daarentegen ben allang blij dat we weer on speaking terms zijn. We hebben het nu over naar welke andere klás ze zal gaan, in plaats van naar welke andere school. Ik krijg een vette knipoog van onze ouderbegeleider die met zijn mediation-achtergrond dit gesprek in goede banen weet te leiden. Hij heeft gepraat als Brugman. Of eigenlijk, heel slim, vooral de teamleider laten praten. Waar loopt school tegenaan bij het begeleiden van deze ‘lastige leerling’, wat was de druppel die de emmer deed overlopen, waar zou onze oudste bij gebaat zijn, hoe realiseren we dat met elkaar en wat is daarbij wiens verantwoordelijkheid. Onvermoeibaar buigt hij de mitsen en maren om naar wat kan er wél en hoe gaan we dat doen. Schoorvoetend gaat de teamleider om en besluit ons kind nog een kans te geven. Eén kans, op voorwaarde dat we akkoord gaan naar speciaal onderwijs om te zien als het niet haalbaar blijkt om haar op school te houden. Dat is zo’n boterzachte formulering, daar kunnen we wel mee akkoord gaan. Bovendien, het gaat er helemaal niet om dat ze perse op zo hoog mogelijk niveau in regulier onderwijs moet blijven. Als speciaal onderwijs voor haar beter is ben ik de eerste om een inschrijfformulier te halen. Maar zoals het er nu voor staat is ze hier op deze school het beste af. Op 3 minuten van ons huis, bij haar dansvriendinnen, op de lekker klassikaal-rechtdoor-school-zonder-poespas.

‘In de TL/HAVO klas zitten twee meiden die het structureel voor haar opnemen. Die haar helpen als ze lastiggevallen wordt bij de fietsstalling, die de pauze met haar doorbrengen, die haar opbeuren als ze weer vanalles naar haar hoofd geslingerd krijgt door de jongens uit haar klas. Ik denk dat mijn dochter op dit moment vooral gebaat is bij een welwillende omgeving, een klas waar ze welkom is. Cognitieve uitdaging lijkt me op dit moment ondergeschikt aan goed in je vel zitten. De route via TL is voor haar daarom misschien beter. Dan doet ze er maar wat langer over.’ De teamleider hoort het aan en zegt dan: ‘Ik twijfel, ik ben bang dat het te makkelijk voor haar is en dat ze qua stof niet aan haar trekken komt.’ (ik bijt mijn tong af, want ik voel een ‘maar’ aan komen) ’Aan de andere kant; het zou misschien een optie kunnen zijn. Het VMBO is binnen school een eigen afdeling met andere docenten en ze zou er met een schone lei kunnen starten.’ (het zijn volgens mij niet de docenten maar de leerlingen die het probleem zijn, maar ik hou nog steeds mijn mond, maakt niet uit via welke route we er komen, als we er maar komen)

Dan zegt hij: ‘In welke klas zitten die meisjes?’ (hoera, een ingang!)

 

(wordt vervolgd)

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *