tandartsSinds de kindertandarts naar een ander pand verhuisd is, hebben we nieuwe routines. Ik zet haar af voor de deur en ze gaat zelf naar binnen terwijl ik ga parkeren. Als ik dan de wachtkamer binnenkom, is zij al naar de wc geweest (altijd eerst naar de wc, dat blijft). Zolang we niet te lang hoeven wachten blijft de stemming up. ‘Hoe lang komen we hier nu al’ vraagt ze naar de bekende weg. ‘Is het echt waar dat ik vroeger moest huilen? Dat doe ik nu echt niet meer hè?’ ‘Weet je nog dat ik altijd een ijsje mocht na een verdoving?’ ‘En weet jij nog dat ik altijd naast je moest komen zitten als je in de stoel ging?’, vraag ik haar. ‘Hahaha, echt niet. Waar was dat voor nodig dan?’ Het lijkt bijna op een gezellig uitje, zo’n tandartsbezoek. Ze gaat nog net niet fluitend naar boven als de tandarts haar roept, ik hoef niet meer mee.

Wat een contrast met de jaren dat ze behoedzaam losgeweekt moest worden uit de wachtkamer, toen we codes op de kalender moesten gebruiken om wekenlange onrust te voorkomen, en de assistente verschrikt om de hoek kwam kijken als ze gilde als een speenvarken. Het lijkt nu zo onwerkelijk, ik kan bijna niet geloven dat we dat echt meegemaakt hebben. Het helpt dat ze al een hele tijd geen gaatjes heeft (lang leve de gesealde kiezen), dat ze erop vertrouwen kan dat een controle alléén een controle is én dat ze al die jaren dezelfde geduldige, doortastende, bekwame tandarts heeft. Het is zo mooi om te zien hoe ze groeit. Ook met ieniemienie-muizenstapjes kom je verder. ‘Officieel is het de bedoeling dat ze na één of twee jaar weer naar hun gewone tandarts teruggaan, maar jouw dochter mag hier voor altijd blijven’, zei de tandarts zeven jaar geleden toen ik bezorgd informeerde hoe we haar ooit in een gewone tandartsstoel gingen krijgen. Voor het eerst kan ik me voorstellen dat ze op een dag tóch die overstap gaat maken. Alles op zijn tijd, mijmer ik compleet ontspannen terwijl ik op haar wacht.

‘Kijk, er is iets nieuws! Je kunt nu stempels verzamelen voor cadeautjes!’, komt mijn bijna 13-jarige enthousiast de trap afgestuiterd. Ze loopt meteen naar de balie om een nieuwe afspraak te maken, het moet niet gekker worden. Als we samen naar de auto lopen vraagt ze hoopvol; ‘Denk je dat Diana van me houdt? Ze kent me al zo lang en ze lacht altijd naar me, denk je dan dat ze van me houdt?!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *