De papieren van het ouderdeel voor de aanvraag van leerlinggebonden financiering heb ik in een mum van tijd ingevuld. De problematiek waarnaar gevraagd wordt is inmiddels gesneden koek, over de formuleringen hoef ik niet lang na te denken. Omdat de criteria helder verwoord zijn heb ik bovendien een handige richtingaanwijzer. Ik merk dat ik heb geleerd van mijn TOG-avontuur; niks verzachten of nuanceren, zo kaal en bot mogelijk opschrijven.
Juf heeft aanzienlijk meer werk te verrichten. Naast de indrukwekkende vragenlijst (die op vele plaatsen dubbelt met wat ik heb ingevuld) moeten er handelingsplannen van het afgelopen jaar, ontwikkelingsplannen voor het komende jaar en toetsresultaten geproduceerd. We werken eendrachtig samen, ik mail haar mijn invuloefening zodat ze haar teksten op de mijne kan afstemmen. Wanneer ik een tijdje later haar ingevulde vragenlijst retour krijg moet ik toch even slikken. Daar staat zwart op wit geformuleerd wat er allemaal niet goed gaat, dat ze zoveel begeleiding nodig heeft dat de klas – én de juf – er onder te lijden hebben. Ik klik het document weg, even mijn kop in het zand steken, even pauze.
Een dag later steekt de twijfel de kop op. Dat ík moet slikken om de teksten over het (non)functioneren van mijn oudste wil nog niet zeggen dat de indicatiecommissie daar natte ogen van krijgt. We hebben een superjuf die dochterlief voor het derde jaar met liefde begeleidt. Ze schrijft met zoveel respect over haar leerling dat je je nauwelijks kunt voorstellen dat het haar moeite kost. Dat ze nu echter aan de bel heeft getrokken zegt mij genoeg. Maar de politiek vindt dat er teveel rugzakjes worden toegekend, dat scholen te gemakkelijk aanvragen. Dat betekent dat je héél duidelijk moet zijn. Ik lees het formulier nog een keer door, met andere ogen. Het valt me op dat juf nauwelijks duidelijk maakt hoeveel ze al doet, hoe lang al bezig is met de extra begeleiding. Misschien heeft ze dat zelf ook niet in de gaten, omdat het gewoon geworden is. Die valkuil kennen we inmiddels, daar tuimelen we niet meer in.
Na nog een nachtje slapen trek ik de stoute schoenen aan. Met wat inleidende prijzende woorden vind ik de moed om te vragen; “Vind je het goed als ik jouw tekst hier en daar wat scherper formuleer? Zodat het duidelijk wordt dat school handelingsverlegen is, zoals ze dat zo mooi noemen?” En tot mijn grote opluchting grijpt juf het voorstel met beide handen aan. ‘De remedial teacher geeft ook aan dat ik het te vriendelijk formuleer, ik heb het al bijgesteld maar als jij denkt dat je er nog iets mee kunt, dan graag!’ Ik schrap alle zou’s, misschienen, best wels en somsen. Voeg hier een daar een stellig bijvoeglijk naamwoord toe en plots schuiven de puzzelstukjes in elkaar. Zo moet het goed zijn. Handtekening hier, handtekening daar, een grote envelop en met voldoende postzegels en een dikke kus gaat het pakket op de brievenbus. Eén twee drie in Godsnaam.
vanuit je nieuwste blog ben ik bij deze terecht gekomen, waarvoor dank! Je loopt een aantal stappen op mij vooruit, maar dit herken ik vanuit een andere situatie. Vorige week had ik een gesprek met juf en de IB’er, waar het gesprek ook op de gang van zaken thuis kwam. Nu in dit nest een vreemde vogel is binnengestreken die met ‘verse’ ogen naar mezenzoon kijkt, word ik me opnieuw bewust hoe ik mijn eigen weg gevonden heb met zoonlief. Ik moet dat wat ik haast automatisch toepas, nu verwoorden voor een ander. Met mijn lief praten over hoe we mezenzoon het beste kunnen benaderen, maakt me opnieuw bewust van zijn kijk op de wereld…
Meesje
Reactie is geredigeerd
@meesje, fijn dat mijn stukjes je kunnen helpen bij het denken over jullie eigen situatie. Doe er gerust je voordeel mee en wees altijd welkom!