web analytics

En wij dan? IV

‘Oma!’, juichend rent dochterlief de parkeerplaats over en springt in de armen van oma. Dat doet me goed. Dat is ook wel anders geweest. Tot ze een jaar of vierenhalf was kwam het contact telkens weer moeizaam tot stand en een zoen of knuffel was al helemaal niet aan de orde. Heerlijk om haar nu zo vrij te zien. ‘Oma we gaan naar de film hè?! Dat vind ik toch zó leuk, ik ben zó blij. Ik had het al op de reclame gezien en ik wilde zo graag maar ik dacht dat mag toch niet en nu ga ik met jou, dus dan mag het toch.’ Oma kijkt verstoord op en fronst naar mij. Ik weet het, oma huldigt het principe dat je kinderen nooit vooruit inlicht over uitjes die op stapel staan want als het dan anders loopt zijn de rapen gaar, zegt zij. En daar zit wat in omdat mijn meisje sterk hecht aan beloofd=beloofd. Maar deze keer wijk ik bewust af van de uitgezette lijn, ze is zo wiebelig en zo onzeker dat ze het hele logeren liefst had afgeblazen. En dus heb ik haar verteld dat ze naar de film gaan, als schopje over de drempel.

We lopen naar oma’s huis. “Ik ga even mee omdat meisjelief dat fijn vindt en ik beloofd heb dat we samen even een paar dingen zullen doorpraten” zeg ik flink. Want oma heeft dat liever niet, die hecht eraan om vanaf het begin van de logeerpartij één kapitein op het schip te hebben, dat zet de toon voor alle dagen, zegt zij. ‘Ja natuurlijk, dat doen we’ zegt ze, maar ik voel haar afkeuring. We bespreken het programma, we praten over de terugreis met de trein en vooral probeer ik mijn o zo onhandige, onzekere, onwillige dochter – die niet van schoot te slaan is – in te stralen met moed en vertrouwen. “Toe maar meisje”, fluistert mijn hart, “het gaat wel goed.”

Van binnen werk ik hard om te voorkomen dat ik verscheurd wordt door twijfel. In alles voel ik hoezeer oma mij, ons, niet serieus neemt. Neem mijn autoriteit verdomme nou eens aan. Ik bén geen moeder die tuttelachtig met haar kind doet, ik wéét dat ze dit nu even nodig heeft, werk dan gewoon mee en laat me niet zo worstelen tegen de stroom in. En ik word niet boos, ik Zen mij rustig. Want ik wil er zijn. Voor haar voor wie het leven niet vanzelf gaat.

13 gedachten over “En wij dan? IV”

  1. Avatar van Daan Westerink
    Je schrijft met zoveel liefde, dat de tranen in mijn ogen schieten. Als je tegen dochterlief praat, spreek je jezelf ook moed in, lees ik. Ontroerend.

    Beantwoorden
  2. Avatar van ijskastmoeder
    @Daan, het werkt inderdaad twee kanten op om de ander moed in te spreken. Want het werkt alleen als je het zelf ook echt gelooft.
    @Jan, trouwe bezoeker, dank voor je komst
    @Galadriel en Momeho, eenmaal buiten had het me toch meer aangegegrepen dan ik dacht, ik stapte trillend in de auto. Om vervolgens tot de ontdekking te komen dat ik mijn tas was vergeten. Kon ik weer terug naar mijn schoonmoeder…

    Beantwoorden
  3. Avatar van Grutte Pier
    Ik had al meteen het idee dat dit je schoonmoeder moest zijn…
    … en het was inderdaad zo

    Tussen de regels staat zoveel…
    … als je maar weet dat je het geweldig doet!

    Beantwoorden
  4. Avatar van ijskastmoeder
    @Anna, welkom dan maar weer 😉
    @GP, oh ja? *bloos*
    @Canina, beklemming, of misschien klem gezet, niet erg luchtig in elk geval. Enne, lees ze…

    Beantwoorden
  5. Avatar van Anne
    Ik kan er bij mijn familie over praten.
    Mijn schoonmoeder kan op de foto’s nog steeds niets ontdekken en ach ieder kind is anders.
    Mijn schoonfamilie vind het moeilijk en weet zich geen houding te geven. Dus als ze iets vragen geef ik antwoord of ik meld de hoogst noodzakelijke dingen en voor de rest hou ik mijn mond.
    Maar ja mijn kids gaan ook niet logeren bij Opa of Oma dat is te druk.
    Voor opa en oma dan.

    En we proberen zo hard om autisten in te laten zien hoe andere denken en voelen wanneer begint de “gewone” wereld is in te zien hoe autisten zich voelen en denken?

    Beantwoorden
  6. Avatar van jan krosenbrink
    @ Grutte Pier en Anne: het voordeel van het probleem te verengen tot het schoomoederprobleem is dat je zelf buiten schot blijft, voorzover je zelf geen schoonmoeder bent. Maar er zijn bijvoorbeeld ook mannen of gewone vrouwen die weleens denken : ‘beter maar één kapitein op schip etc,’ in het zwembad, de speeltuin, je kunt zelf nog andere voorbeelden bedenken. Dat geldt waarschijnlijk niet voor jullie, houen zo, maar mij is het weleens overkomen
    Reactie is geredigeerd

    Beantwoorden
  7. Avatar van ijskastmoeder
    Voor alle duidelijkheid, het is geen schoonmoederprobleem. Ik kan gelukkig goed met haar door de bocht en ze staat ook open voor mijn kind. Maar mijn meisje is geen machine, ze verandert en meandert en is de ene week beter benaderbaar dan de andere week. En dat is heel moeilijk te begrijpen voor de ‘buitenwereld’, daar loop ik op zo’n moment keihard tegenop.

    Beantwoorden

Plaats een reactie