showNu ze in een demoteam danst gaat ze bij de grote eindshows van de dansschool in meerdere voorstellingen dansen. ‘Precies wat ik wou hè mam? Al sinds ik vijf ben wil ik dat en nu mag het ook echt!’ Verbaasd maar vooral met bewondering zie ik hoe intens ze zich verheugd. Mijn meisje van extremen. Ze kent diepe dalen, maar wat heerlijk dat ze ook zo kan pieken. Ik zie ook hoe ze via het dansen haar grenzen oprekt. Hoe de wil het wint van het de angst. Indrukwekkend hoeveel ze weet te overwinnen. De eerste danswedstrijd waar ze dit jaar aan meedeed bezorgt haar slapeloze nachten. ‘Hoe groot is het podium?’, ‘Hoeveel mensen zitten er in de zaal?’, ‘Waar zit de jury?’, ‘Mag je de jury aankijken?’, ‘Zijn de kleedkamers voor ons alleen?’, ‘Mag ik daar ook wat drinken kopen?’, ‘En als ik iedereen nou kwijtraak?’, ‘Ik ben bang dat ik ga vallen en dan verpest ik het voor iedereen’,  ‘Ik wil niet mee carpoolen en er mag ook niemand met ons mee’, ‘Ik moet een hoge staart, kan jij dat wel?’ – eindeloos veel vragen, in een loopje dat niet stopt.

We googlen de locatie. Het is een sporthal, dat helpt niet om er een beeld bij te krijgen. Ik teken hoe ik denk dat ze de sporthal indelen, vertel dat er een schema komt waarin dansgroepen omkleedruimte krijgen, spreek af wat we aan eten en drinken meenemen en beloof dat ze één keer wat mag kopen, zeg dat we bij binnenkomst een plek afspreken waar we elkaar altijd kunnen terugvinden en overtuig haar dat dansjuf Barbara goed voor de groep zal zorgen. ‘Hoe weet jij dat allemaal?’ vraagt mijn bijna-tienjarige argwanend. ‘Omdat ik groot ben’, zeg ik boud en tot mijn eigen verrassing is dat een afdoende verklaring.

Het fijne van de eindshows is dat ze die routines na vijf jaar dansschool van binnen en van buiten kent. Ze kan zich nu dus gewoon verheugen. Dacht ik. ‘Mama’, piept haar stemmetje twee weken voor de eindshows, ‘als ik met mijn gewone team moet dansen, moet ik óók met het demoteam dansen, hoe moet dat dan met omkleden?’ ‘Nou gewoon, net als anders.’ ‘Ja maar normaal moet ik één keer voor de pauze en één keer na de pauze, dan is er heel veel tijd. Nu moet ik ook nog de demoteamdans, de combidans én de einddans. Wat als er niet genoeg tijd is om kleren te wisselen? Of als ik mijn spullen kwijt ben? En hoe weet ik wat we gaan doen?’ Ik mag niet meehelpen achter de schermen, zoals andere moeders doen, dus dat is geen oplossing (volgens haar kan ik niet make-uppen en haren doen, zelf denk ik dat ze die botsende werelden niet verdraagt, afgelopen jaren heb ik stiekem geregeld dat één moeder een oogje in het zeil hield).

‘Zou het fijn zijn om één vast iemand te hebben die bij jou blijft en helpt?’ ‘Dat kan toch helemaal niet. Dat heeft niemand!’ zegt ze boos. ‘Als dat voor jou helpt, weet ik zeker dat Barbara dat goed vindt en dan regelen we dat.’ ‘Nou ik weet het niet hoor. En zeker geen moeder.’ Dat is toch een voorzichtige opening. ‘Misschien één van de grote meiden van een ander demoteam?’ opper ik als alternatief. ‘Die hebben het ook veel te druk en die bemoeien zich alleen met de kleintjes, de kleuters en zo. Ik ben al groot.’ Oké, ingewikkeld. ‘En als we Veronique vragen?’ Haar ogen lichten op, ze recht haar rug. Veronique is de favoriete oppas en danst ook intensief dus kent het klappen van de zweep bij zulke shows. Ze is jong, vrolijk, energiek, een tikje getikt en organiseerde op haar 13e al kinderfeestjes voor de buurtkinderen. ‘Dat wil ze toch niet’ zegt ze vervolgens mismoedig.

Maar ik mag het wel gaan vragen. We hebben een oplossing in zicht. Als ze even later op haar kamer keurige stapeltjes kleren ordent voor elke dans, weet ik dat we op het goede spoor zitten.

Kom maar op eindshow!

 

Er zijn 2 reacties

  1. ijskastmoeder

    Het ging hartstikke goed en was een gouden greep om de oppas in te schakelen. De afdeling ‘uitstraling’ was voor de eerste shows teveel gevraagd maar bij de laatste lukte dat zelfs ook!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *