auditie‘Mama, het is echt echt waar. Ik mag wél auditie doen voor het selectieteam. Oe, ik vind het zo spannend…’, met rode wangen staat ze voor me. Haar lange haar sliert alle kanten op terwijl ze op en neer springt. ‘Weet je, dan krijgt je ook een trui van de dansschool en dan kan iedereen zien dat je in de selectie danst.’ Ik had het al gehoord van Barbara, en ben zo blij dat het geen vergissing is. Maar of ze toegelaten wordt is natuurlijk nog de vraag, dus hoe temper ik dat tomeloze enthousiasme zonder haar de blijdschap te ontnemen? ‘Moet je ook iets voorbereiden, weet je dat?’ Verbaasd kijkt me ze me aan. ‘Soms moet je bijvoorbeeld iets instuderen, of een stukje solo bedenken en dat dan laten zien’, leg ik uit. ‘Dat hoeft echt niet’, zegt ze grommerig terwijl ze in een loopje 2×4 (maten) staat te dansen. ‘We vragen het volgende week wel op les,’ probeer ik de opkomende onrust te sussen ‘er is nog tijd genoeg.’

Tijd genoeg, zeg dat wel. Drie weken duren eindeloos als je moet wachten op iets waar je al vier jaar naar uitkijkt. Op de kalender tellen we af. Haar outfit ligt al klaar. De danspassen zijn geoefend voor als ze onverwacht tóch een stukje solo moet laten zien. ‘Zal ik mijn haar los doen of in een staart?’ is nog niet opgelost en hoe moet het eigenlijk als ze straks ziek is en niet kan dansen? ‘Dat zijn zorgen voor morgen lieve kind, en bovendien, wanneer ben jij nou ziek?’ ‘Dat is waar, ik ben nooit ziek hè mama, wanneer ben ik voor het laatst ziek geweest? Weet je nog toen ik bovenaan de trap moest kotsen. Bah wat was dat vies zeg, ik weet het nog precies.’ Ze rilt alsof ze er weer middenin zit. Ze was toen twee, hooguit drie, ongelooflijk dat ze zich dat nog herinnert. ‘Nou en of weet ik dat nog, maar we zijn aan het eten dus daar praten we nu niet over.’ ‘Oh ja, jij kan daar niet tegen als we over kotsen praten tijdens het eten. Maar ik kan er niet tegen als ik zelf moet kotsen, dan -‘ ‘Ja, ho, stop maar, genoeg!’

Nog drie, nog twee, nog één nachtje en daar is de dag die nooit leek te komen. Om zeven uur staat ze naast ons bed. We wurmen ons door de trage ochtenduren tot het 12.30u is en we eindelijk mogen vertrekken. Krimpend van de buikpijn zit ze naast me. Ik vraag me af hoe ze straks haar ene been voor het andere gaat krijgen. Zodra ze over de drempel van de dansschool is en de muziek haar luid tegemoet schalt, recht ze haar rug en duwt me stoer en beslist van haar zijde. ‘Tot straks’ zegt ze tot mijn verbijstering, om er snel aan toe te voegen ‘je blijft wel wachten toch?’ En dat doe ik, natuurlijk. ‘Uitstraling’, fluister ik nog snel in haar oor. Ze zet haar glimlach aan. Daar gaat ze. Mijn dappere dame. Fingers crossed.

Er zijn 2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *