zachte_heelmeesters‘Mama, eigenlijk wil ik niet, ik wil bij jou blijven. Mag dat? Alsjeblieft?’ Onder haar dekentje op de bank kruipt ze dicht tegen me aan, nog dichterbij. Terwijl ik mijn arm om haar heensla golft de wanhoop door mijn lijf. Ik wil er zo graag voor haar zijn nu ze het zo moeilijk heeft, maar ik wil ook héél graag dat ze naar het logeerweekend gaat. Zodat ik tijd heb om weer moed te verzamelen. Om er voor haar te kunnen zijn. Prompt protesteert alles in mij; ik wil haar vasthouden, beschermen, troosten… ‘Dat snap ik wel lieverd, maar dat doen we niet. We hebben al afgesproken dat je komt, dus dan doen we dat’, neemt mijn verstand het over. ‘Breng jij mij dan weg. Alsjeblieft?’ ‘Dat is goed’, zeg ik ferm. Dat is het minste wat ik voor haar kan doen, al hoop ik maar dat ze niet moeilijk gaat doen in de auto.

Als we aankomen in het logeerhuis rent ze niet voor me uit maar plakt stijf tegen me aan. Ik heb de leiding gister al gemaild om ze bij te praten, toch kijken ze ons verwonderd aan als we samen stilletjes naar boven stiefelen om haar tas uit te pakken en haar kamer in te richten. We leggen alle kleren in de kast, de pyjama op haar kussen en slaappop ernaast. ‘Volgens mij zijn we klaar, toch?’ ‘Nog even hier blijven’, zegt ze als ik aanstalten maak om naar beneden te gaan. Ik ga naast haar op het bed zitten. Ze begint zachtjes te huilen. Voorzichtig aai ik haar schokkende schouders. Haar lange bruine haren waaieren uit als ze haar hoofd op mijn schoot legt. Traag verstrijkt de tijd. Het deert me niet. Ik ben er. Zolang als het nodig is. Ze heeft tijd nodig om deze overgang te maken. Wie ben ik om daar haast mee te maken?

‘Joehoe, komen jullie wat drinken?’ klinkt het onderaan de trap. ‘We komen zo’ roep ik terug ‘we zijn nog heel even hier.’ Even later stapt Anneke binnen met twee glazen cola (Cola! Dat mag ze bij mij alleen bij feestjes maar ik laat het gaan, andere plek, andere regels) ‘Hee meis, wat is dat nou? Kom je lekker naar beneden? De rest is er ook al.’ Omdat ze niet reageert zeg ik dat we nog heel even boven blijven en zo snel mogelijk komen. Als Anneke weg is, wrik ik de kluwen die mijn dochter is geworden op en rond mijn schoot wat losser. ‘Kom meisjelief, we gaan maar eens naar beneden.’ ‘Héél even nog’ smeekt ze en ze omhelst me alsof de wereld op het punt staat te vergaan. Daar zit ik dan. Normaal weet ik goed wat ik moet doen en krijg ik haar meestal wel in beweging. Maar nu voelt alles loodzwaar. ‘Kom op dame, nú naar beneden komen’ roept Marjon met strenge stem vanaf beneden. Ik voel me aangevallen. Ben verbijsterd dat ze het tempo niet aan mij overlaten, ik doe toch mijn best. Maar het zal ook wel goedbedoeld zijn. En het werkt in elk geval bij mij om toch maar naar beneden te gaan, ook al voelt het nog niet goed.

‘Ga maar mee TV kijken’, moedig ik haar aan. Schoorvoetend schurkt ze zich in een hoekje op de bank. Ik loop naar de keuken om even te overleggen met de leiding. ‘Ik schrik van wat ik zie’, steekt Marjon meteen van wal. O jee, denk ik geschrokken, vinden ze dat ik haar niet had moeten brengen, dat het te slecht gaat met haar? ‘Je laat je vollédig inpakken door haar! Zo erg heb ik het nog nooit gezien dat een moeder zich door haar kind liet dicteren.’ Nou ja zeg. De brutaliteit. Wat is dit voor koude douche? Wat weet zij in vredesnaam van de weken die hieraan vooraf zijn gegaan? Ik sta te trillen op mijn benen en verbijt met moeite mijn tranen als ik zeg ‘Ik heb helemaal geen zin om daarover met jou in discussie te gaan. Volgens mij doe ik wat op dit moment nodig is voor mijn kind en ik hou heus wel in de gaten of ze daar geen misbruik van maakt.’ ‘Nou, ik zie dat anders. Dat is geen aanval, het is een constatering en vond dat ik dat met je moest delen. Ik vertel alleen maar wat ik zie. En ik heb al heel wat gezien en ik schrik hiervan. Hebben jullie wel begeleiding? Ik kan je anders wel iemand aanraden die heel goed is. Want met zachte heelmeesters wordt niemand beter, dat weet je.’

Het zweet breekt me uit en het wordt nog zwarter dan het al was om me heen. Ik stamel nog iets over de kinderpsychiater en dat we in goede handen zijn en maak dan dat ik wegkom. Geen zin om voor haar ogen in te storten en te huilen.

Dapper zwaai ik mijn dochter gedag, die eigenlijk al geen oog meer voor me heeft. Ik hou de brok in mijn keel in bedwang totdat ik in de auto stap.

Het duurt lang voordat ik verantwoord weg kan rijden.

Er zijn 5 reacties

  1. Ria

    Wat een snel oordeel. Daar zijn onze kinderen helemaal niet bij gebaat. En wij als moeders ook niet. Laat je niets verwijten door iemand die niet zo onbevangen is en je kind nog helemaal niet kent. Het is bevoogdend en misplaatst.

  2. Jimmy

    Dit zie je helaas vaker. Ik denk dat dit gedrag twee oorzaken heeft:

    1. De zorgverlener is niet gemotiveerd. Dat kan tijdelijk zijn, iemand kan bijv gewoon z’n dag niet hebben. Maar iemand kan ook simpelweg in het verkeerde vak zitten.
    2. De zorgverlener is gefrustreerd dat zijn/haar eisen en verwachtingen niet uitkomen. Ze willen bijv dat ouders hun kinderen stenger aanpakken. Ze vragen zich vervolgens niet af *waarom* ouders dat niet altijd doen, en raken geirriteerd.

  3. Yvonne

    Als ik mijn kind zou behandelen zoals deze “hulpverlener” kennelijk van jou verwacht, zou mijn dochter mij niet meer vertrouwen en in haar schulp kruipen…..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *