http://www.dreamstime.com/-image4237335‘Mama, ik voel me niet lekker’, zegt ze als ze thuiskomt van haar danstraining en zich oprolt onder een dekentje op de bank. ‘Dat weet ik lieve kind, naar voor je. Kom, pak je spullen, we gaan naar het logeerhuis.’ Ik voel me een hardvochtige bitch. Ik weet dat ze niet ziek is. Ik weet dat ze straks als ze er eenmaal is als een blad aan de boom omdraait. Net als die kindjes die huilend worden achtergelaten op de crèche en na vijf minuten hun ouders vergeten zijn. Waarop die ouders de rest van de dag thuis of op het werk met een knoop in hun buik zitten en de kinderen vrolijk spelen, zich van geen kwaad bewust. Maar dit kind is geen dreumes meer. Ze is tien. ‘Maar mama, ik heb echt heel erge buikpijn…’, kreunend komt ze overeind. Ze komt overeind, gelukkig, stel je voor dat ik haar bij kop en kont zou moeten oppakken om haar in de auto te krijgen, ik weet niet of ik dat zou kunnen. ‘Wil jij mijn tas dragen?’ vraagt ze met alle zieligheid die ze in zich heeft. Vooruit dan maar, als dat helpt om haar mee te krijgen dan doe ik dat van harte.

Mijn man is aan het werk, de jongste heb ik ondergebracht bij een vriendinnetje, die heeft geen zin om mee op en neer te gaan – ik geef haar geen ongelijk. Ik onderdruk het ongeduld dat in mij groeit, haal diep adem om mijn lijf te blijven voelen, plant mijn voeten stevig op de grond en verzamel de onverzettelijkheid die nodig is om weg te komen. ‘Ik moet nog even naar de wc’, zegt ze als we bij de voordeur zijn en laat mij verloren achter in de gang. Mooie boel, daar sta ik dan, met haar tas in mijn hand. Het duurt niet lang, dat valt weer mee. ‘Mama, ik had net echt heel erge diarree.’ Ik geloof het onmiddellijk. Haar buik lijkt op commando van slag te kunnen zijn. Vorige keer moesten we op weg naar het logeerhuis ook al een tussenstop bij een benzinepomp maken. ‘Oh, wat erg om dat te denken’, schrik ik van mezelf. Zo bedoel ik het ook niet, ik doe alleen mijn best om me niet te laten afleiden van ons doel. Mijn doel beter gezegd. Want IK wil dat ze gaat logeren. En als ze nou wel ziek is? Dat ik verblind door mijn aannames haar ziek wegbreng? Dat zou toch vreselijk zijn? Wat ben ik dan voor moeder? ‘Niet gaan twijfelen nu,’ spreek ik mezelf vermanend toe, ‘doorgaan en niet versagen.’

‘Mama, ik denk dat ik weer naar de wc moet’, zegt ze als we net op de snelweg rijden. Vroeger hadden we dat vaak. Als ze dan zei dat ze moest plassen moesten we acuut stoppen, het concept ‘ophouden’ kregen we er niet in. In het begin wisten we niet of ze het telkens te laat voelde of juist andersom, dat ze iedere minieme plasprikkel als hoge nood voelde. Op de lange ritten naar Frankrijk konden we oefenen onder het mom ‘zoeken naar een benzinepomp’. Nu heeft ze het vertrouwen dat ze het niet meteen in haar broek doet als we niet onmiddellijk stoppen, maar het blijft kwetsbaar. En diarree laat zich moeilijk ophouden. Dus wat is wijsheid? ‘Kun je het ophouden tot we bij het logeerhuis zijn?’, probeer ik. ‘Nee dat gaat echt niet! Kijk, daar is een benzinepomp!’ dringt ze aan. Vooruit dan maar, ik wil ook geen ontaarde moeder zijn. Al dreigt nu het gevaar van een patroon. Vorige maand gestopt, deze maand weer, dan kun je er vergif op innemen dat we bij het volgende ritje naar het logeerhuis ook weer moet stoppen.

‘Mama, ik moet alweer naar de wc’, zegt ze als we een paar kilometer verder zijn. Onderzoekend kijk ik haar aan. Als ik nu toegeef wordt het een lange weg. ‘Je mag wel mee hoor, als je me niet gelooft!’, bijt ze me toe als ik niet meteen reageer. Ik scan mijn opties.
* Negeren, met als risico dat ze het in haar broek doet, of dat ze zo boos wordt dat het gevaarlijk is om verder te rijden.
* Haar volgen en me erbij neerleggen dat we in het uiterste geval van benzinepomp naar benzinepomp gaan rijden en een oplossing bedenken voor de volgende keer.

‘Ik denk ook dat ik misselijk ben’, gooit ze er nog een schepje bovenop. Dat maakt het niet gemakkelijker. Want door erin mee te gaan help ik haar niet. Ze doet het niet expres en ze voelt zich vast echt ziek, maar het zijn geen strategieën om aan te moedigen, bewust of onbewust – ratelt de huis/tuin&keukenpsycholoog in mij. ‘Mama, wat gaan we nou doen?’, vraagt ze met een klein stemmetje terwijl het in mijn hoofd nog lang niet helder is. Ik kies eieren voor mijn geld. Ik kies voor mama-zijn, de makkelijkste weg die straks voor moeilijkheden zorgt, en rij met volle vaart het volgende benzinestation binnen.

Logeerhuis, we zijn wat later…

      Delen

Er zijn 4 reacties

  1. Mirjam

    O zo herkenbaar maar dan met school :'( 
    Onze jongste heeft dit regelmatig als er voor hem lastige dingen spelen op school. Het verschil is alleen dat ik hem dan echt niet naar school krijg en soms duurt zo’n periode een paar dagen tot een paar weken. Volgend jaar naar de brugklas, ik hoop dat hij daar beter in zijn vel komt te zitten want dan wordt het toch lastig om een paar weken te missen. Maar, moed houden, geen zorgen voor de dag van morgen zeggen ze dan toch? Hij heeft op dit moment de diagnose pdd-nos maar of dat ook zo blijft? 
    Heel veel sterkte voor jou, ik vind je stukje super helder geschreven! 

  2. jan krosenbrink

    ik vind het ook herkenbaar ,maar dan niet in een situatie met zoon of dochter, waardoor het veel makkelijker is om streng niet te zwichten voor ‘chantage’, dit tussen aanhalingstekens. Wat ik in jouw situatie zou hebben gedaan, ik weet het niet te zeggen, ik ben bewust van mijn luxe-situatie

  3. IJskastmoeder

    Dank voor jullie reacties! Het is zoals jij zegt Mirjam; moed houden en bij de dag leven zijn de belangrijkste lessen die ik kreeg van mijn meisje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *