Zo hèhè, eindelijk even zitten. De dag is nog niet voorbij want de oudste moet nog naar bed, maar nu de jongste erin ligt ben ik wel toe aan een bakje koffie. De oudste mag nu ze in groep acht zit opblijven tot half negen. Ik merk dat ik daaraan moet wennen en zoek naar nieuwe avondroutines. Het halfachtjournaal heb ik al in geen eeuwigheid meer gezien maar misschien kan ik af en toe het achtuurjournaal gaan kijken? Misschien wel samen met haar, krijgt ze meteen iets mee van de wereld.  Er valt nog genoeg uit te leggen ook. Of zou het journaal daar te snel voor gaan? Dat zit er eigenlijk wel dik in, mijmer ik een beetje in het rond terwijl ik de laatste rondslingerende kinderdingen wegwerk om het huis weer van mij te maken.

‘Mama, zal ik koffie maken voor jou?’  Ik weet niet wat ik hoor, dat heeft ze nog nooit gevraagd! Blijkbaar voelt het voor haar ook ‘groot’ dat ze nu nog beneden mag zijn. Daar gaan we eens even dankbaar gebruik van maken, wie weet krijg ik dan wel elke avond koffie… Ik leg haar uit hoe ze water en koffie afmeet en hoe de melkklopper werkt en ga op de bank zitten. Met één oog op het journaal en twee oren bij de onhandige geluiden vanuit de keuken verkneukel ik me op wat komen gaat. Het weer is al begonnen als ze voetje-voor-voetje naar binnen schuifelt met een boordevolle beker. Voorzichtig zet ze ‘m neer. ‘Wil je er iets lekkers bij?’ Aha, daar komt de aap uit de mouw denk ik heel onaardig. Ik slik het in en zeg ‘nee hoor, alleen koffie is genoeg voor mij’. Er trekt een schaduw over haar gezicht. ‘Mag ik ook iets drinken dan?’ vraagt ze nors. Ze komt terug met een groot glas siroop en een stuk chocola. Om de pret niet te bederven zeg ik er niks van en trek mijn benen op zodat ze bij me kan komen zitten.

‘Hahaha wat ziet die meneer er gek uit, hij past helemaal niet in zijn jasje. Het heet zeker meneer knap-uit-mijn-pakkie, hahaha’, ik schiet in de lach en probeer ondertussen nog iets van het weer mee te krijgen tussen haar gekakel door. Wanneer ik uitreik naar mijn koffie knalt ze vol haar been tegen mijn arm waardoor ik uitschiet en de koffie omvalt. ‘Kutwijf!’ schreeuwt ze de idylle aan flarden. Ze is woest, ze schreeuwt, ze huilt en probeert me te slaan.

Haar sok is nat. En dat is mijn schuld.

Er zijn 2 reacties

  1. Christa

    Van de week las ik je boek, heb het bijna in 1 teug uitgelezen, hongerig naar meer… Wat een herkenning! En wat een wir war aan gevoelens roept dat op.
    Wegens die honger naar meer, en de behoefte je te bedanken voor je boek, dit bezoek aan je site.
    Dus bij deze bedankt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *