In IJskastmoeder beschrijft Janneke van Bockel de intense zoektocht van een moeder die erachter komt dat haar kind autisme heeft. Wat vergt dat van haar gezin? En hoe maakt ze de buitenwereld duidelijk dat haar dochter weliswaar bijdehand en dominant is, maar zeker niet onopgevoed? In het vervolg, Uitlegmoeder dat 23 maart 2016 verscheen, gunt zij je opnieuw een openhartige inkijk in haar gezin: de eerste verliefdheid, de moeizame overgang naar de middelbare school, het samen – met vallen en opstaan – leren omgaan met autisme.

 
 

De omslagtekst van Uitlegmoeder:
‘Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent, maar mijn dochter heeft autisme. Dat zie je niet aan de buitenkant, maar wel in haar gedrag. Ze heeft geen antenne voor wat gepast is en wat niet, stapje voor stapje leert ze dat van buitenom aan. Wij helpen haar het best door daar zo duidelijk mogelijk over te zijn.’ Zijn mond zakt open. ‘Nou begrijp ik het!’ roept hij uit. ‘De eerste les dit schooljaar steekt ze haar hand op en zegt: “Meneer, ik heb gehoord dat u niet zo goed lesgeeft, is dat waar?” Ik heb haar meteen de klas uit gestuurd, maar ze bedoelde dat dus niet om mij te stangen?’ Nu is het mijn beurt om met open mond te luisteren, ze heeft wát gezegd?

Er zijn weinig boeken over tieners met autisme. Janneke van Bockel gunt je een openhartige inkijk in haar gezin: de eerste verliefdheid, de moeizame overgang naar de middelbare school, het samen – met vallen en opstaan – leren omgaan met autisme. Hoe begeleid je als ouder een meer dan gemiddeld kwetsbare tiener wiens ontwikkeling niet altijd aansluit bij het tempo dat de buitenwereld verwacht? Hoe geef je je dochter beetje bij beetje meer zelfstandigheid in een voor haar zo onvoorspelbare wereld? En hoe bezorg je de buitenwereld de nodige ondertitels om haar gedrag en gevoelens beter te kunnen plaatsen?

Op de achterflap van IJskastmoeder staat:
‘Opeens begrijp ik waarom ik haar, als ze gevallen is, niet meteen overstelp met troostende woorden en genezende moederzoenen, maar rustig blijf en zeg dat een pleister zal helpen. Zij beleeft de wereld als woest, onstuimig en onvoorspelbaar en vraagt van mij dat ik de kalme haven ben waar ze op adem kan komen. Dáárom ben ik zo koel. Of misschien is cool een beter woord. IJskastmoeder is mijn geuzennaam.’

Als Janneke van Bockel te horen krijgt dat haar dochter autisme heeft, is ze gek genoeg opgelucht. Nu weet ze eindelijk waarom haar kind niet volgens de boekjes opgroeit. Maar dan slaat de onzekerheid toe. Want hoe kan ze haar kind helpen? Wat vergt dat van haar gezin? En hoe maakt ze de buitenwereld duidelijk dat haar dochter weliswaar bijdehand en dominant is, maar zeker niet onopgevoed?

‘Een getuigenis die geen blad voor de mond neemt, niet filtert, niet oppoetst. Maar ook net zomin dramatiseert. Het leven zoals het is, openhartig geregistreerd.’ – Weekend Knack

(Zie ook de recensies die over het boek geschreven zijn.)

Koop je boek bij voorkeur bij je plaatselijke boekwinkel 🙂
Wil je je boek liever rechtstreeks bij de schrijver kopen dan mag dat natuurlijk ook. Indien gewenst mét handgeschreven opdracht. Maak het bedrag (€17,99 plus verzendkosten: €1,95 per boek binnen Nederland, €6,95 per boek binnen Europa) over naar Triodos rekening NL58TRIO 0197.6548.27 op naam van MetaMama en stuur een mailtje met je adresgegevens. Of betaal via IDeal via deze link.

Of toch liever via Bol.com, dat kan natuurlijk ook: Uitlegmoeder en IJskastmoeder.

Leeshonger en behoefte aan meer informatie? Misschien helpt mijn boekenlijst.

      Delen

Er zijn 11 reacties

  1. Ina

    Heel veel succes met je nieuwe boek, en dat het een goed boek zal zijn daar valt niet over te twijfelen ! Bedankt omdat je het zo duidelijk kan uitleggen en het ook wil doen voor al degene die ook kinderen met autisme grootbrengen. Het helpt onszelf in eerste plaats en hopelijk ook de buitenwereld.

  2. adri

    Dank je Janneke, veel dingen vallen op zn plaats, na bijna 60 jaar. Mijn brugklas was een ramp, verlangde maar naar een ding, de bel.
    De drastische overgang van een school in de polder naar Den Haag verlamde mij, rapport had veel gemeen met de voetbal toto.
    Ook aanhankelijkheid was me vreemd, bij de 1e klas lagere school zei ik: ga maar ma, ik wilde die hand helemaal niet, ik was toch zelfstandig. Toch droeg ik haar op handen, deed alles voor haar, nooit ruzie en kom niet aan mn moeder. Soms voedt een kind zijn ouders op, gewoon omdat hij/zij al zoveel verder is. 
    Talent had ik voor alles en toch dacht ik dat ik niks kon, een zetje of aanmoediging was voldoende.
    Autisten kennen veel denk ik wel eens, behalve zichzelf, hebben ze geen tijd voor,
    Zou het leuk vinden als je reageert, kan je nog veel anekdotes bezorgen,

    Mvg,

    adri

  3. Femke

    Jaren geleden las ik ergens in een tijdschrift, in de rubriek ‘Boekbesprekingen’ een stukje over je boek ‘IJskastmoeder’. Alleen al de bespreking raakte me zo op dat moment, dat ik de ogen uit mijn hoofd heb gehuild op dat moment. Jaren later kom ik voor de zoveelste keer bij het Autismecongres van de NVA en zie ik je staan bij je stand op de informatiemarkt. Hoe graag had ik even aangesproken, om te vertellen hoe het kleine stukje uit je boek me heeft geraakt… maar dat vond ik raar. Op dat moment. Snel heb ik zowel IJskastmoeder als Uitlegmoeder gekocht, en ben weer verder gegaan. Toch wil ik je nu alsnog laten weten hoe je me hebt geraakt, en hoeveel ik herken in je boeken IJskastmoeder en Uitlegmoeder – hoewel ik in beide nog maar een klein stukje heb gelezen. Mijn zoon – inmiddels 16 – heeft PDD-NOS, en over het algemeen gaan we daar heel relaxed mee om, met humor en wederzijds begrip. Maar soms, als ik moe ben, of heel druk, is het even lastig. Graag deel ik een column uit mijn boek ‘Planet Jesse’ met je, over mijn jetlagreactie op de boekbespreking van jouw bijzondere boek ‘IJskastmoeder’:

    “IJskastmoeder

    ‘Opeens begrijp ik waarom ik haar, als ze gevallen is, niet meteen overstelp met troostende woorden en genezende moederzoenen, maar rustig blijf en zeg dat een pleister zal helpen.’ Ik lees deze zin in een tijdschrift, in de rubriek ‘Boekbesprekingen’, en schijnbaar uit het niets moet ik huilen, zo hard huilen dat geen zakdoek me nog kan redden. Het verdriet rolt over me heen als een lawine. 

    ‘IJskastmoeder, leven met een aspergerkind’, zo heet het boek. IJskastmoeders; zo werden vroeger – en helemaal niet zo vreselijk vroeger – de moeders van ‘autisten’ genoemd. Want het kon toch niet anders dan aan de moeders liggen dat de kinderen zo teruggetrokken waren? Onze vrolijke vriend Bruno Bettelheim, Duitse psychoanalyticus, meende dat het koele gedrag van vooral de moeder – uiteraard – verantwoordelijk was voor autisme, waardoor een kind zich ging terugtrekken. Natuurlijk…

    Begrijp me goed, het zal me een redelijke worst zijn wat ‘men’ van mij denkt als moeder. De mensen die mij goed kennen, en daar hoor ik zelf ook bij, weten wel beter. Ik hou als een bezetene van mijn kind, ik verdedig ‘m, bescherm hem als een leeuwin als dat nodig is, ik voel in iedere vezel van mijn lijf wat hij nodig heeft – meestal. En juist daarom ben ik inderdaad soms een ‘ijskastmoeder’. Jesse is bang. Bang voor alles. Voor bacteriën, voor boze mensen, rare vissen, voor buikpijn, voor hoofdpijn, voor een verkoudheid, voor Mexicaanse griep, voor kippen die eieren leggen, voor rode jurken, voor schoenen met ongelijke veters. En ik moet zijn angsten wegnemen, met een grap, een goed gesprek, een dwingende blik (OK, hij noemt het uilenogen…). Hij is bang voor zeewater, zwembadwater, badwater. Hij is bang omdat het hotel waar hij heen gaat Titanic heet, ‘en die is toch gezonken, mama?’, hij is bang voor het vliegtuig waarin hij moet als hij naar Turkije op vakantie gaat met papa. En bang voor het vliegtuig waarin ik naar Singapore vlieg. 

    En daar zitten de tranen. Niet omdat ik bang ben een ijskastmoeder te zijn in zijn ogen. Ik ben zijn alles. Niet altijd leuk, maar wel zo veilig en lief dat hij het ook durft te zeggen als hij me even niet leuk vindt. Nee, de tranen zitten in mij…

    Vanochtend ben ik thuisgekomen uit Singapore. Maandagavond vertrokken, vrijdagochtend thuis. Half 6 ’s ochtends landt het vliegtuig. Ik sta te springen voor de slurf, ik wil eruit! Ik spurt langs de bagageband, vlieg naar de trein, spring erin, zweef eruit en fiets naar huis op mijn teenslippers (want 35C in Singapore) en schuif tien minuten voor de wekker bij Lief in bed om hem wakker te maken. Ik wil niets liever dan dat, maar ergens onderweg had ik makkelijk een omweggetje kunnen maken langs het huis van ‘papa Jesse’ om mijn kleine mannetje een kus te geven. Mijn hart snakt naar hem, mijn lijf wil hem even voelen, mijn ogen willen zijn neusje even zien. Maar dat schept verwarring, dat is onverwacht, en dat gaat dat perfecte neusje niet trekken. Dus fiets ik door. 

    Ik weet waar ik het voor doe, mijn grote kleine man vaart wel bij duidelijkheid en ritme. Maar geef me dan niet ’s avonds, volkomen jetlagged, een zin als ‘Opeens begrijp ik waarom ik haar, als ze gevallen is, niet meteen overstelp met troostende woorden en genezende moederzoenen, maar rustig blijf en zeg dat een pleister zal helpen.’ Op mijn blote knietjes wil ik naar ‘m toe kruipen… Nog twee nachtjes slapen, dan is het weer zondagavond en komt hij naar ons toe. En dát is zoals het volgens Jesse hoort. En laat me dan nu m’n jetlag maar even weg huilen en mezelf ontzettend zielig vinden. Maar ijskastmoeder? Puh…. Breek me de bek niet open…”

  4. Rit

    Toen mijn dochter van 16 zich wilde laten testen op autisme was ik helemaal verbaasd. Zij??? Echt niet! Dat kon helemaal niet, zo zag ik haar niet.. Ja we hadden heel veel problemen gezien, en ze voelde zich een alien op aarde, dat wel. En ik was met haar al langs psychologen geweest en andere hulpverleners. Zij herkende het, zei ze me, het omdat een klasgenoot er heel open over was en ze veel gemeen hadden. We hebben haar laten testen, uiteraard. En ja hoor.. maar al voordien, voor alle testen waren gedaan heb ik een aantal boeken over autisme gekocht. Ijskastmoeders was er 1 van. Toen heb ik heel veel geweend, herkend en wist ik het zeker, al voor de diagnose helemaal bekend was.
    Ik raad het nu iedereen aan.. bedankt voor je boek, je hebt mij er in ieder geval me geholpen!
    Groetjes Rit

  5. Engel

    Pas een paar bladzijden gelezen, maar van iedere zin drupt de herkenning van de bladzijde. Het commentaar op mijn snelheid in mijn Clio, het overslaan van een stap in de planning, wat absoluut niet kan, want dan hoeft niks meer, het commentaar van andere. In alles zie ik mijn dochter terug. Het jongleren wat de hele dag door gaat en volledige aandacht nodig heeft. Ik kan het boek iedereen aanraden. Of je nu op een afstand met kinderen met ASS te maken hebt, of zoals ik in drievoud, het is fijn te weten dat je er niet alleen mee worstelt en dat er mensen zijn die het heel mooi onder woorden kunnen brengen.

    1. ijskastmoeder

      Gek blijft dat hè, dat er zoveel hetzelfde kan gaan (mensen vragen me wel eens achterdochtig of ik een camera bij hen thuis heb opgehangen, haha). Dank voor je hartelijke aanbeveling!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *