PGB I

Mijn moeder roept verschrikt uit: ‘Een man?! Is dat wel te vertrouwen?’ Ik schrik, ik heb daar helemaal niet bij stilgestaan. Is dat naïef? Misschien. We hebben gericht naar een jongeman gezocht en zijn juist zo blij dat we er een dichtbij gevonden hebben. Ons meisje is een meer een jongensmeisje, niet zo van het knutselen of van rose en de strikjes, meer een doerak. En onze ervaringen met de buurjongen die oppast zijn onverdeeld positief dus ik koesterde geen achterdocht. Toch ben ik even goed in de war. Dat hoort dus ook bij een PGB, werkgever zijn en je personeel screenen. Dat kan je dus ook nog gebeuren, dat je kind gegrepen wordt door een hulpverlener. Shit.

Wat nu? Kan ik op mijn intuïtie vertrouwen of moet ik dat anders aanpakken? Hij werkt al langer met kinderen (maar ja, dat kan verdacht zijn volgens sommigen), hij heeft een stabiele relatie met een leuke jongen (dus hij valt niet op meisjes, dat is een pré), hij heeft — Ik kap het rijtje overwegingen af. Dit slaat nergens op. Het is verschrikkelijk eigenwijs, maar zo wil ik het niet. Ik wil durven vertrouwen op mensen en niet leven vanuit wantrouwen. De kennismaking voelde goed, ik gebruik mijn gezonde verstand, hou een oogje in het zeil en ik leer mijn dochter de ondergoedregel.

Fingers crossed.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 3 reacties

Oud & Nieuw

‘Mama, ik heb gezien dat we een leuke buurjongen hebben’ giechelt ze samenzweerderig. O jee, een nieuwe fase breekt aan, ik ben benieuwd wat ons nu weer allemaal boven het hoofd hangt. ‘Nou, ga dan eens naar buiten, dan kom je hem misschien tegen’ opper ik. Als dit een manier is om haar naar buiten te krijgen, vooruit dan maar. We zitten deze kerstvakantie in een huisje op een klein bungalowpark en ze is al dagenlang met geen stok de deur uit te krijgen. Maar ze trapt er niet in en blijft zitten waar ze zit. Dus wij gaan ook door met wat we doen.

De kerstvakantie is onze spelletjes- en leesvakantie. Verboden voor laptops, nintendo’s, ipod-touch’s en wat dies meer zij. Ingesteld door de kinderen die hun ouders ook wel eens zonder laptop wilden zien maar nu we een paar jaar verder zijn, is het voor iedereen een even grote straf. Of zegen. Hier vieren we ook oud & nieuw. Ver weg van alle geknal dat onze oudste een gruwel is. Al jaren beklimmen we ’s nachts in het pikkedonker de trap van het hoogste duin. We zien dat het twaalf uur is als in de omliggende dorpen kleurrijke pijlen de lucht in worden geschoten en we het gedempte geknetter horen van Chinese duizendklappers. Wie durft mag zijn nieuwjaarswens met zijn eigen vuurpijl vanaf die hoge duin het nieuwe jaar insturen. Elk jaar weer een belevenis. Op een afstandje en toch erbij. Och, ik weet nog hoe we tobden die eerste jaren dat we van niks wisten. Toen ze klein was zag ik wel dat ze het te spannend vond en keken we naar het vuurwerk vanachter het raam. Maar zelfs dat was vaak teveel. Met een koptelefoon op tegen de herrie keek ze één minuutje en wilde dan de gordijnen weer dicht. De hele week had ze dan al nauwelijks geslapen omdat ze bij iedere knal verschrikt beneden stond en niet alleen durfde zijn. Die keer dat ik haar, vierenhalf jaar groot, op de arm mee naar buiten nam om de buren gelukkkig nieuwjaar te wensen vergeet ik niet snel. Ze klemde zich als een aapje aan me vast en wrong haar koppie onder mijn oksel. Was onbereikbaar en gromde naar iedereen die te dichtbij kwam. Lekker begin van het nieuwe jaar in onze nieuwe buurt waar we net waren komen wonen. Ik schaamde me dood. Ik vond het natuurlijk ook zielig voor dat bange meisje. Dus het jaar daarop kozen we eieren voor ons geld en zochten een rustige plek om onze eigen oudjaarstradities te ontwikkelen. De tijd vliegt, dat is ook alweer zeven jaar geleden.

Als ze ‘Niet wéér naar dat huisje in Zeeland hè’ verzucht als we kerstvakantieplannen maken ben ik eerst verbaasd. Dat is spannend, dat is helemaal nieuw. Het voelt kwetsbaar om haar daarin te volgen want we hebben samen zo’n goeie modus gevonden voor die kerstvakantie. Zou het lukken om die vertrouwde gezelligheid ook ergens anders te creëren? Ik vrees dat we dan vooral bezig zijn met angsten bezweren en routines ontwikkelen om veiligheid te bieden. Aan de andere kant. Ze heeft dit jaar voor de tweede keer medicijnen tegen winterdepressie. Die medicijnen hebben als plezierig bij-effect dat ze een stuk toegankelijker is, zich meer door ons laat helpen. Misschien gaat het wel lukken. ‘Het is ook een kans’ gaat er door mijn hoofd. Maar een kans voor wie? Voor mij, voor ons, om ook ergens anders naar toe te kunnen gaan? Of een kans voor haar, om in beweging te komen en te onderzoeken of ze zich staande houdt? Trekken we het als dat moeizamer blijkt dan we hoopten? Dat betekent dat we ons moeten instellen op een vakantie die zwaar kan tegenvallen. Maar als het lukt is dat een geweldige nieuwe mijlpaal. We besluiten het erop te wagen. Het is even zoeken maar het lukt om een andere plek te vinden, buiten de bebouwde kom, kleinschalig, redelijke kans op vuurwerk-rust. Het is geen topweek maar het gaat ook niet heel slecht. We trekken de dagschema’s uit de kast en halen de teugels aan en zo komen we een eind. We hebben geleerd.

Oudjaarsmiddag kopen we samen in het dorp onze pijlen en als we het terrein oprijden zegt ze: ‘Ik denk dat ik die buurjongen vannacht verkering vraag.’ Omdat ze nog altijd geen woord met hem gewisseld heeft liggen we in een deuk, maar ze is bloedserieus. ‘Hij ziet er leuk uit, maar hoe weet nou of hij ook leuk is?’ vraag ik haar. Dat blijkt helemaal niet belangrijk: ‘Dat weet ik ook niet, maar 1 januari lijkt me zo’n mooie datum om voor het eerst verkering te krijgen.’ Klokslag twaalf uur stelen we nog nét een zoen en dan rent ze naar buiten, naar de buurjongen. Haar zus moet mee, dat wel. En dan geschiedt het wonder. Nee, ze krijgt geen verkering. Maar voor het eerst in twaalf jaar hoeft ze ons niet vast te houden als buiten het vuurwerk wordt afgestoken. Ze flirt en ze giechelt, ze steekt zelfs met veel poeha een lont in brand. Opgetogen zie ik het aan, ik ben blij en ook moe en in de war. Wat gebeurt er toch allemaal met mijn meisje. Wat verrast ze me toch telkens weer. In het donker ziet niemand mijn tranen. Dit was een weekje ploeteren dubbel en dwars waard. Kom maar op nieuw jaar!

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | 4 reacties

Diagnose XV

Met het overstappen naar een andere kinderpsychiater gaat ons meisje opnieuw door de molen. En wij ook dus. Ik zeg dat een nieuwe diagnose niet nodig is, maar dat werkt zo niet. Ach, ik wil ook wel snappen dat het hun manier van werken is. Dat ze zo hun patiënten, cliënten of we ook mogen heten leren kennen. Maar toch. Gedoe. We willen graag ouderbegeleiding en dat kan, zeggen ze. ‘Maar eerst willen we nog graag een GDO.’ ‘Een wat?’ ’Een gezinsdiagnostisch onderzoek’, zegt de psycholoog. Maar dat zegt me nog niks. ‘De systeemtherapeut heeft dan een gesprek met uw hele gezin in de spiegelkamer. Wij – de kinderpsychiater, de co-assistent, iemand van de ouderbegeleiding en ik – kijken dan mee en dat helpt ons een beeld te vormen van uw gezinssituatie.’

Hm, ik weet niet goed wat ik daar van moet vinden. Willen ze dan kijken of het toch aan ons ligt? Kijk, dat de eerste afspraak in het academisch ziekenhuis in de spiegelkamer plaatsvond was even schrikken bij binnenkomst, maar uiteindelijk vond ik het ook wel efficiënt. Daarna splitsten we op en ging onze oudste met de kinderpsychiater mee en hadden wij een gesprek met de psychiatrisch verpleegkundige die ook ouderbegeleiding geeft. Maar met zijn allen in de spiegelkamer om ons als gezin te laten bekijken, dat voelt niet lekker. Daar belasten we bovendien de jongste mee. En wat zeggen we dan wat we gaan doen tegen de kinderen? Ondertussen zit de psycholoog mij aan te kijken en wacht ze op een signaal of ik haar uitleg begrepen heb. Als ik bezwaren opper zijn we meteen verdacht natuurlijk. Aarzelend zeg ik dat ik daar even over moet nadenken en ik kijk mijn man aan om te polsen wat hij ervan denkt. Hij vindt het allemaal wel goed, wat moet dat moet. ‘Het is wel belangrijk om dat snel te beslissen. Omdat er zoveel mensen bij betrokken zijn, kost het over het algemeen een week of zes voordat we een GDO kunnen inplannen’ voert de psycholoog de druk op. ‘Zes weken?’ roep ik uit, ‘En gebeurt er al die tijd dan verder niks?’ ‘Nou, tja, het GDO is voor ons een cruciaal onderdeel in het diagnostisch traject, het bepaalt immers mede de invalshoek voor het verdere traject.’ Ik ben flabbergasted. Ik weet nu al wat er uit dat hele G D O gaat komen, niks namelijk. Hoe leg je aan een kind van tien uit dat al die testen die ze heeft gemaakt pas over, op zijn vroegst, twee maanden besproken worden?

Welkom in de wereld van het academisch ziekenhuis. Volgens mij is de co-assistent die het onderzoek opgestart heeft, tegen die tijd alweer bijna vertrokken. Als we terug naar huis rijden vraag ik me hardop af of we er goed aan gedaan hebben om over te stappen. Misschien is dit wel de plek waar veel kennis is, maar dat wil blijkbaar nog niet zeggen dat je daar als ouder mee geholpen bent.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 6 reacties

Het Lijf XVI

‘Mama, ik weet niet of ik later kinderen wil want dat lijkt me hartstikke moeilijk.’ Ach, de lieverd. Ik geloof niet dat ik me daar op 11-jarige leeftijd mee bezighield. Het is ook hartstikke moeilijk om kinderen groot te brengen, of nou ja, de een laat zich wat gemakkelijker ‘lezen’ dan de ander maar als ze zichzelf als referentie neemt kan ik me voorstellen dat het hoofdbrekens geeft. ‘Je hoeft dat nu nog niet te weten hoor, en als je geen kinderen wil is dat ook goed’, probeer ik haar gerust te stellen.

‘Maar als mijn man dan wél kinderen wil?’ ‘Tja, dat kan natuurlijk, maar kinderen krijgen doe je alleen als je het samen eens bent. Soms is de één er eerder aan toe dan de ander, maar dan overleg je daarover. Dat beslis je meestal niet in een dag of een week, dat duurt soms wel een jaar of nog langer.’ Vol ongeloof kijkt ze me aan, het idee dat je daarover van gedachten kunt veranderen lijkt haar onwaarschijnlijk. ‘Misschien vind je wel een man die ook geen kinderen wil, dat zou handig zijn.’

De frons op haar gezicht verdwijnt niet. Ik gooi het over een andere boeg: ‘Wat lijkt je zo moeilijk aan kinderen?’ ‘Kinderen hébben lijkt me niet zo moeilijk’ zegt ze tot mijn verbazing (ik zat blijkbaar op een verkeerd spoor) ‘maar dat bevallen en dat vrijen, dat lijkt me zo eng, dat wil ik allemaal niet.’ Met een vies gezicht wijst ze op haar kruis, ze rilt over haar hele lijf. ‘Dat past toch helemaal niet, hoe moet dat nou?!’ Oh ja, daar hebben we het al vaker over gehad. Ze laat zich niet met een kluitje in het riet sturen, dat weet ik inmiddels. De boekjes van Martine Delfos heeft ze verslonden en ook even hard weer terzijde geschoven want ‘daar heb ik niks aan’. Dus ik leg het nog ’s uit, zo concreet mogelijk zonder al te plastisch te worden. Het beeld van het elastiekje en de ballon die ver kunnen oprekken is haar blijkbaar niet expliciet genoeg want op het einde van mijn uitleg zegt ze: ‘Ik vind het toch moeilijk om me dat voor te stellen, zou ik misschien een keer kunnen kijken als jij en papa vrijen?’

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | 5 reacties

School XVI

Of we voor de meivakantie begint nog een afspraak kunnen maken op school. Met de intern begeleider. Dat klinkt niet goed. Fijn natuurlijk dat school zelf contact zoekt maar meestal nemen we zelf het initiatief, dus gaan prompt alle alarmbellen af.  De intern begeleidster heeft niet veel opties in haar agenda, maar wij schuiven wel en dan lukt het toch nog. Gek genoeg is de juf er niet bij. Misschien gaat het gewoon over wat praktische rugzakkwesties? Maar waarom dan die haast? ‘Niet zoveel vooruit denken’, spreek ik mezelf streng toe, ‘ga nou eerst maar eens luisteren.’

‘Ik weet niet goed hoe ik het moet  zeggen dus ik val maar meteen met de deur in huis; we maken ons zorgen of jullie dochter groep acht wel op deze school kan doen.’ Dat is zo’n onverwachte mededeling dat ik  hem in eerst instantie niet begrijp. ‘Hoe bedoel je dat?’ zeg ik na een korte verbijsterde stilte en ik kijk opzij naar mijn man om te zien of hij snapt welke kant het gesprek op gaat. ‘Nou ja, groep acht is een speciaal jaar waarin veel anders dan anders gaat en we weten niet of ze dat aankan. Sowieso denken we dat ze niet naar een reguliere middelbare school kan en er zijn lange wachtlijsten dus misschien is het beter om nu alvast naar het speciaal onderwijs over te stappen. Dan heeft ze straks gegarandeerd een plekje in het VSO.’ Ho, wacht even, dit zijn wel heel veel mededelingen op een hoop en allemaal komen ze uit de lucht vallen. We hebben afgelopen maanden intensief contact gehad met de nieuwe school van de oudste maar dit is nog nooit aan de orde gekomen. Heeft haar juf niet eerlijk durven zeggen hoe de vork in de steel zat en laat ze nu de intern beleider de kastanjes uit het vuur halen? En ik maar denken dat we een constructieve relatie hadden. 

‘Ik heb niet iets tegen het speciaal onderwijs en het is natuurlijk goed om vooruit te denken maar volgens mij is dat maximaal op vmbo-niveau en ik weet niet of dat passend is voor haar?’, sla ik een willekeurige dwarsweg in. Er dwarrelt vanalles door mijn hoofd en ik heb niet meteen helder wat de beste strategie is om dit gesprek in te gaan. ‘Ik weet niet wat jullie denken maar meer dan vmbo zit er sowieso niet in hoor, het is nog maar de vraag of TL haalbaar is.’ Ik val bijna van mijn stoel. Zijn we naïef geweest dat we altijd aan havo/vwo hebben gedacht? Heeft de Vrijeschool haar te hoog ingeschat? Is de overgang van Vrijeschool naar ‘gewoon’ toch ingewikkelder dan we dachten? Waar baseert deze dame haar aannames eigenlijk op? Voor ik het weet zijn we verwikkeld in een welles/nietes discussie over niveaus en voel ik me in de hoek gedrukt als pushende ouder.

Abrupt komt er een einde aan het gesprek. De tijd van de intern begeleider is op, ze moet naar huis, haar werkdag zit erop. ‘We maken snel een nieuwe afspraak, goed? Fijne meivakantie!’ zegt ze, en daar staan we dan. ‘Jij ook een fijne vakantie.’ Als we buiten staan snap ik waarom de juf er niet bij was. Dit was een zogenaamd slecht-nieuws-gesprek. Daar moet je eerst een cursus voor volgen.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | 11 reacties

Verwendag

Graag maak ik hier – bij wijze van uitzondering – reclame voor een initiatief dat mijn hart heeft: op 25 juni wordt de eerste landelijke Verwendag voor ouders van een kind met autisme georganiseerd op landgoed De Horst in Driebergen. Meer informatie én het aanmeldformulier vind je op www.verwendagouders.nl. Kom, schop jezelf over de drempel en ga ook. Je zult er geen spijt van krijgen!

Gepost in extra's | Getagged , | Plaats een reactie

Vriendjes XI

Dinsdagmiddag, 14.50u

Trring, mijn mobiel, de oudste belt. Ze fietst van school terug naar huis maar het kan blijkbaar niet  wachten. ‘Mama, ik moet je even bellen want het was zo ontzettend niet leuk op school.’ Het gehijg van het fietsen maakt haar gesnik amechtig, fietste ik er maar naast. Dan kon ik even een hand in haar nek leggen (nooit op de rug), zogenaamd om te duwen maar stiekem ook om een beetje te troosten. ‘Hee meis wat jammer, wat is er gebeurd?’ ‘Nou, iedereen deed lelijk tegen me en ook al zei ik sorry, ze gingen toch alsmaar door. Ik snapte helemaal niet wat er was, maar ik zei wel sorry, waarom stopten ze dan niet? En ik had afgesproken met Iris maar die wil nou niet meer, dan heb ik vanmiddag niks te doen en ik had me er zo op verheugd, nou weet ik niet wat ik moet doen, weet jij wat ik kan gaan doen?’ Ik weet dat alles wat ik nu zeg toch wordt afgekeurd dus ik gooi het over een andere boeg en zeg: ‘Kom eerst maar rustig naar huis, dan gaan we samen iets drinken en praten dan verder.’ ‘Dat is goed, doedoei mama, ik hou van je!’ Hyves-taal, ik weet het en toch doet het me goed.

Zelfde dinsdagmiddag, 15.30

‘Doeg, ik ga naar Elsa, ik ben om half zes thuis’ Zoef, ze staat al bij de deur, ik kan haar nog nét in de kraag grijpen. ‘Hola jongedame, ik had nog niet gezegd dat het goed was. Wie is trouwens Elsa?’ ‘Hahaha,’ lacht ze vrolijk ‘dat is een hele goede vriendin van mij en ik ben zo blij dat we nu eindelijk een keer kunnen afspreken. Ze kan bijna nooit als ik kan, maar haar tennis viel uit of zoiets dus nu lukt het.’ Wat heerlijk dat ze zo snel is opgefleurd, mooi voorbeeld van hoe snelle stemmingswisselingen ook in je voordeel kunnen uitpakken, denk ik als ik naar haar stralende smoeltje kijk. Ondertussen graaf ik in mijn geheugen naar een Elsa, maar er komt geen beeld, volgens mij is het niet iemand van school en ook niet van dansen, dus ik vraag nog even door. ‘En waar woont ze?’ Ik voel me alsof ik de ‘wat doet haar vader’-ondervraging doe, toch lijkt het me legitiem om van een 11-jarige te weten waar en met wie ze uithangt. ‘O, dat weet ik niet en zij weet ook niet waar ik woon dus we hebben afgesproken bij de supermarkt want die wisten we allebei wel.’ Okeee, slim bedacht samen, dat moet gezegd. Maar dat ‘hele goede vriendin’ moet ik toch met een korreltje zout nemen geloof ik. ‘Als jullie niet van elkaar weten waar je woont, dan ken je elkaar blijkbaar toch nog niet zo héél goed. Waar kennen jullie elkaar van en wat ga je samen doen zometeen?’ ‘Maham, toe nou, ik moet gaan, want anders ben ik te laat en staat ze op me te wachten.’ Ze staat op hete kolen, het is haar aan te zien, alles in haar wil weg want afspraak is afspraak ook al was ze even ‘vergeten’ dat met mij af te stemmen. ‘Ik snap dat je graag op tijd wil komen, maar ik vind het belangrijk om te weten met wie je op stap en bent en hoe ik je kan bereiken. (ze rolt met haar ogen, domme opmerking, ze heeft toch een mobieltje, dûh)’ ‘Nou gewoon, ik ken Elsa al heel lang, ze zit bij Rosemarie in de klas (oh ja, die is van dansen en daarmee heeft ze vorige week voor het eerst afgesproken) en ze is superaardig en nu moet ik gaan want anders ben ik te laat. Doeoeoeg, half zes thuis, goed?’

Ik ga overstag.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 5 reacties

Online II

‘Die ken je wel hè, die is uit mijn klas en deze zat vorig jaar in groep 8. Dat is de zus van die vorig jaar in groep 8 zat en deze, deze en deze ken ik van dansen.’ Samen bladeren we door haar Hyves-vrienden, een gewoonte die is ontstaan toen het ondoenlijk werd om voor elk vriendenverzoek afzonderlijk toestemming te geven. Sindsdien gaan we er regelmatig samen voor zitten. Heel gezellig eigenlijk en telkens weer sta ik versteld van haar enorme netwerk. Bijna twaalf is ze nu en mevrouw heeft maar liefst 301 vrienden. Driehonderdeneen jongens en meisjes, met een hier en daar een verdwaalde ouder, die ze állemáál kent. Want dat is de regel. Alleen mensen toevoegen die je kent.

‘Maar wie is dat dan?’ wijs ik een volslanke twintiger aan. ‘Dat wéét je toch wel, die is van de kidsclub uit Frankrijk, die liep vorig jaar ook al stage, nou ja zeg, dat je dat niet meer weet.’ Nu ze het zegt zie ik het. Maar ik heb in mijn eigen wereld moeite genoeg om namen en gezichten te onthouden, dus aan vage passanten zoals stagelopende studenten in het recreatieteam op de camping, verspil ik mijn kostbare geheugen niet. ‘Hoe bedoel je, het vriendje van de zus van iemand die je van dansen kent? Heb je die wel eens ontmoet? Oké skippen dan.’ Morrend gaat ze akkoord. Als we even verderop op een foto stuiten die ze niet kan thuisbrengen verhevigd het verzet. Ik begrijp het niet. Normaal sputtert ze wat, maar ze blijft superredelijk, zoals ze zojuist nog liet zien. En dan komt de aap uit de mouw; ‘ik vind 300 zo’n mooi getal, mag het alsjeblieft zo blijven?’

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | 10 reacties

Je zal het maar hebben

BNN interviewt voor hun serie Je zal het maar hebben een meisje (!) met asperger.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

Gepost in extra's | Getagged , , , | 1 reactie

Landelijke verwendag

logo verwendagBij mijn lezingen en in mijn werk als oudercoach valt me op dat veel ouders van een kind met autisme zich ‘niet gezien’ voelen. Daarom bedacht ik vorig voorjaar voor de minor Ouderschap & Ouderbegeleiding van de Hogeschool Leiden het project ‘verwendag’, bedoeld om jonge aanstaande professionals te verleiden het eens van de kant van de ouders te bekijken. Hoe zou het zijn om die, vaak eenzaam ploeterende, ouders uit te nodigen zich op te komen laden op een landelijke Vader- & Moederdag? Een dag waarop de behoeftes van ouders centraal staan (want in de dagelijkse praktijk draait alles om het kind). Een dag vol mogelijkheden in plaats van moeilijkheden? Met als doel de ouders aan het eind van de dag gesterkt en gelaafd, vol goede moed en nieuwe inspiratie, in het besef dat ze er niet alleen voor staan, naar huis te laten gaan.

Toen wist ik nog niet dat die verwendag er ook echt zou komen. Maar het is onvermijdelijk. Want terwijl we de studenten enthousiasmeerden groeide het besef dat zo’n dag geen overbodige luxe is. Dat ouders het verdienen om in het zonnetje gezet te worden. Dus ik ben zo blij en trots dat het er nu ook echt van gaat komen. Samen met Gezinsbegeleiding Autisme en Lotje&co organiseert IJskastmoeder een landelijke Vader&Moederdag voor ouders van een kind met autisme. De Baak stelt op zaterdag 25 juni landgoed De Horst in Driebergen ter beschikking, zodat er alle ruimte is om uit te pakken.

Heerlijk om alle ideeën over hoe je ouders in de watten kunt leggen nu om te gaan zetten in workshops, lezingen, marktkraampjes en wat dies mee zij. Er is ook alvast een website in de lucht www.verwendagouders.nl natuurlijk ;-)

Ben je nieuwsgierig? Kom dan ook! Nog even geduld en dan zijn de eerste programma-onderdelen bekend. Hoort, zegt het voort.

Gepost in extra's | Getagged , , | 2 reacties