‘Boink!’, hoor ik de deur met een klap beneden dichtvallen. Daar is ze, hoe zou het vandaag gegaan zijn op school? Terwijl ze de twee trappen naar ons bovenhuis opstampt hoop ik nog dat het allemaal met een sisser is afgelopen maar zodra ze haar hoofd om de hoek van de deur steekt weet ik dat het anders gegaan is. Haar stralendbruine vakantiehuid ziet grauwgeel, de bruine ogen liggen diep en donker, het lange haar sliert om haar hoofd en in plaats van eerst haar tas weg te zetten loopt ze regelrecht mijn armen in. ‘Mama, het was zo erg!’ huilt ze meteen. Normaal horen we niks over wat er op school gebeurt dus het moet haar echt heel hoog zitten. ‘Iedereen wist al van de handtekeningenactie en het was zelfs al voor de vakantie begonnen maar ik wist dat helemaal niet. En ik snap het niet want waarom moet ík weg uit de klas. Ik ben helemaal niet de enige die druk is, dat zijn er veel meer. Maar ze zeggen dat ik stink en dat ik lelijk ben en dik maar dat slaat helemaal nergens op. Iedere keer als ik bij de jongens in de buurt kom trekken ze hun neus op en zeggen ze ‘bah wat stinkt het hier’. Maar het ergste is, ik dacht Iris helpt me wel, maar ze zei helemaal niks. En in de pauze ging ze naar de andere meiden en toen was ik helemaal alleen.’ Snikkend verbergt ze haar hoofd in mijn schoot en terwijl ze verbaasd aan haar tranen voelt zegt ze: ‘Kijk nou, helemaal nat, ik huil anders nooit, toch?’- de schat, zelfs in deze ellende weet ze me weer te verbazen met haar wonderlijke observaties.

Ik weet niet wat het is, dat enorm doffe gevoel dat me overspoelt. We hebben al zo vaak narigheid gehad maar dit voelt anders, groter, serieuzer. Overdrijf ik? Laat ik me beïnvloeden door haar verdriet? Liefst jankte ik een potje met haar mee maar mijn hoofd zoekt op topsnelheid naar de betekenis van al die woorden en wat strategisch wijsheid is. Ik wrijf haar over de rug, houd haar stevig vast en probeer te bedenken hoe het gegaan is. Hoe heeft ze gereageerd, heeft dat bepaalde reacties uitgelokt, waarom houdt haar vriendin zich afzijdig, is het echt de héle klas of zijn het een paar raddraaiers, weten de docenten wat er speelt en hoe reageren ze er op, moet ik ouders aanspreken of school en hoe sleep ik in vredesnaam mijn kind hier doorheen?

‘Ben je zoals afgesproken naar de mentor gegaan?’ Het voelt kil en zakelijk om haar op dit moment aan die afspraak te herinneren maar ik ben bang dat met haar emoties meegaan ons verder de put in trekt. ‘Ja, maar mevrouw van Druten zei niet zoveel en ze deed er ook niks aan. Ze zou de jongens bij haar roepen en zei dat ze jou vanmiddag wel zou bellen.’ Oké, dat is alvast een begin. Dan staan we niet alleen al voelt dat voor haar anders. Ze wil natuurlijk meteen actie, dat snap ik ook wel. ‘Wat voor straf denk je dat de jongens krijgen?’ vraagt ze me terwijl ze verwoed haar tranen wegpoetst. ‘Ik weet het niet lieve meid, belangrijker dan straf lijkt me dat dit ophoudt en opgelost wordt. Laten we eerst maar het telefoontje van mevrouw van Druten afwachten.’

‘Hoef ik dan morgen niet naar school?’ vraagt ze hoopvol.





illustratie via Arte-aparte

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *