‘Straks gaan we voor het eerst op je nieuwe school naar het groot overleg. Natuurlijk niet met alle leerkrachten, dat gaat niet op de middelbare school. Maar wel met je mentor, de burgklascoördinator, de zorgcoördinator en de ambulant begeleider. En dan natuurlijk papa en ik. Wil je ook mee?’ Ze aarzelt even maar schudt dan gedecideerd haar hoofd. ‘Hoeft niet’, zegt ze. ‘Moeten we iets namens jou zeggen?’ ‘Eh, nee, ik zou niet weten wat.’ Oh ja, te open vraag, ik had het kunnen weten. ‘Met wie kun je goed opschieten in je klas?’ ‘Nou eigenlijk met iedereen wel. Weet je,’ gaat ze op samenzweerderige toon verder ‘ik en Iris zijn eigenlijk wel de populairste meisjes van de klas!’ Zo, dat is nieuwe informatie voor me. Dat klinkt als een droomstart. Nu maar hopen dat die Iris het niet benauwd krijgt van alle aandacht waarmee ze overstelpt wordt. ‘Kom op, niet zo somber’, spreek ik mezelf vermanend toe ‘wees nou gewoon eens blij dat het zo goed lijkt te gaan.’ ‘Oh ja’, zegt ze ‘en ik wil niet dat ze in mijn klas weten dat ik autisme heb want ik wil gewoon net als de anderen zijn en opnieuw beginnen.’

Bij de teamleider aan tafel voelt het meteen vertrouwd. In de aanloop naar de brugklas zijn we al een paar keer langs geweest, dat scheelt. Ook al zijn ze nog niet ingegaan op ons aanbod om te overleggen met de thuisbegeleiding, ze hebben wel beloofd Carla, de externe coach die dochterlief zo voortreffelijk door het laatste basisschooljaar heen gesleept heeft, in te schakelen en uit het rugzakje te betalen. Niet dat er concrete afspraken gemaakt zijn, maar komt vast na dit gesprek. ‘Hoop je’ fluistert het duiveltje in mijn hoofd. Carla is er gelukkig ook bij, fijn voor de overdracht en vooral ook voor de mentale steun. Want het is vaak hard werken om al die professionals op één lijn te krijgen. En Carla is al ‘op onze hand’. Nieuwsgierig peil ik de mentrix aan de overkant van de tafel, de enige in het gezelschap die ik nog niet eerder ontmoet heb. Ze houdt zich op de vlakte, laat het woord aan de burgklascoördinator en leunt wat achteruit in haar stoel. Niet ongeïnteresseerd, eerder gereserveerd, misschien kijkt ze de kat uit de boom? Zou dat matchen met onze extraverte dochter? Ze oogt als een baken van rust. Dat is fijn als het woelig is.

Ik fluit mezelf terug het gesprek in. Even erbij blijven! We leggen hier de basis voor jaren samenwerking met de middelbare school, ja. Ik voeg weer in.

Inmiddels blijken de ambulant begeleider, de brugklascoördinator en onze Carla met elkaar te bakkeleien over de taakverdeling. Ze komen er niet uit omdat school nooit eerder met zo met een externe partij in zee gegaan is en niet weet hoe ze het vorm moeten geven. Er blijkt ook nog niet nagedacht of de financiële constructie via het rugzakje wel mogelijk is. Het gesprek dwarrelt alle kanten op en gaat over van alles behalve ons kind. ‘Sorry’, zegt de ambulant begeleider dan plotseling, ‘ik heb eigenlijk maar 20 minuten want ik moet naar een andere afspraak. Zullen we op een ander moment afstemmen hoe we dat doen? Misschien moeten we sowieso eerst even aankijken hoe het gaat.’ Dat laatste daar ben ik het helemaal niet mee eens, dat heb ik afgelopen jaren iets te vaak gehoord maar ik houd wijselijk mijn mond en vraag de mentrix hoe het volgens haar gaat in de klas. ‘Wat zegt ze daar zelf over, want ze vertelt natuurlijk thuis ook hoe het gaat’ kaatst ze behendig de bal terug. ‘Tja, ze vertelt niet zo héél veel, school en thuis zijn voor haar twee totaal verschillende werelden. Maar zojuist zei ze wel dat ze dacht dat zij en Iris tot de populaire meisjes behoren, dat is natuurlijk fijn om te horen.’ Haar gezicht betrekt, zorgvuldig kiest ze haar woorden en zegt dan: ‘Daar schrik ik van. Dat is absoluut niet het geval. Ze wordt juist enorm uitgejouwd en uitgedaagd door de jongens. En tja, Iris, dat is eigenlijk een zelfde kwetsbaar meisje, die twee vinden elkaar vooral omdat ze verder alleen staan. Ik vind het heel pijnlijk om dat te zeggen, maar dat is wat ik zie gebeuren tot mijn spijt’ en ze kijkt er heel ernstig bij. Ik schiet in de lach. ‘Welkom in de wondere wereld van onze dochter. Waarschijnlijk interpreteert ze die aandacht dus heel anders dan hoe wij dat zien. Negatieve aandacht is immers ook aandacht. En als je aandacht krijgt, dan ben je populair. Zo simpel kan het zijn. Zolang zij dat zo ervaart, is er geen probleem lijkt me. Al moeten we natuurlijk wel goed opletten of het niet omslaat. Maar daar zijn we zo te horen op tijd bij, toch?’ De aanvankelijk verbijstering van mevrouw van Druten slaat om in nieuwsgierigheid. Zo had ze er nog nooit naar gekeken… De kop is eraf, we zijn samen op weg.

Er zijn 4 reacties

  1. Maartje Reitsma

    Prachtig blog! Ik heb het gedeeld op de facebookpagina SpeciaalGewoon. We onderzoeken de factoren die bijdragen aan een succesvolle terugplaatsing van kinderen uit het Speciaal Onderwijs (cluster 4) naar regulier onderwijs. Jouw verhaal is erg passend daarin.
    Misschien wil je je ervaringen met ons delen, door af en toe wat op de site te zetten?

    Hartelijke groet, Maartje

    1. IJskastmoeder

      dag Maartje, graag gedaan en prima om door te verwijzen uiteraard. Ik heb nog een heleboel te schrijven over het wel en wee op de middelbare en hoop daar komende tijd de moed voor te vinden. Ik hou je op de hoogte!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *