Wat een zalige nazomerdag, precies zoals je hoopt dat de dagen eind september zijn. Knisperend fris in de ochtend, loom en lui midden op de middag. Als mijn oudste uit school komt op haar slippers zie ik dat haar voeten pikzwart zijn. ‘Ga jij eerst maar eens even je voeten schrobben!’ zeg ik haar en ik voorkom nog nét dat ze met haar zwarte voeten languit op de bank ploft. Heerlijk zo’n school aan de rand van het bos maar ik begrijp opeens ook waarom iedereen binnen verplicht pantoffels draagt. Ondertussen redder ik in het rond om mijn spullen bij elkaar te zoeken om te gaan werken. Mijn man heeft ‘dienst’, zo noemen we dat wanneer een van ons de zorg voor kinderen heeft, dus ik doe iedereen een groot plezier als ik me zo snel mogelijk onzichtbaar maak. Eén kapitein op het schip werkt in ons gezin het beste.

Terwijl ik mijn tas sta in te pakken zie ik vanuit een ooghoek dochterlief verwoed met een afwasborstel in de weer in een poging haar voeten schoon te krijgen. Ik begrijp er niks van. ‘Wat ben jij nou aan het doen? Dat is toch niet normaal?!’ valt mijn man tegen haar uit. Verbolgen kijkt ze hem aan. ‘Dat moest van mama hoor.’ ‘Dat lijkt me sterk. Huppetee naar de badkamer en ga daar je voeten wassen.’ Zuchtend sjokt ze naar boven. ‘Ik doe het ook nooit goed!’ Een tikje verbaasd over deze bizarre scene laat ik de puinhoop achter me en verlaat het huis. In de auto laat ik alles nog eens door mijn gedachten gaan en opeens begrijp ik het; ik zei ‘voeten schrobben’. En zij heeft toen gedacht ‘Hoe moet ik nou mijn voeten schrobben? Nou met een afwasborstel dan maar.’

Logisch toch?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *