kunstDisneyland, daar is ze goed in, pretparken in het algemeen eigenlijk wel. Vooral achtbanen, hoe hoger en sneller, hoe liever. Dat wachten in de rij is niet altijd leuk, maar met raadsels en spelletjes overbruggen we het wel. Ook al zijn we hier voor het eerst, de opzet van pretparken is blijkbaar uniform genoeg om zich op haar gemak te voelen. Niets voor mij trouwens, maar dat is een ander verhaal. Gister Disneyland, vandaag Parijs, dat was de afspraak. We gaan oefenen om te kijken of ze met ons mee op stedentrip wil gaan. ‘We gaan naar een museum voor papa en mama en de kinderen mogen ook iets kiezen’, zo legde ze het aan oma uit. Op naar Centre Pompidou dus, kunnen we ons eerst vergapen aan het gebouw en de straatartiesten op het plein en dan naar binnen. Toegankelijke kunst, altijd wel wat geks te zien, dat moet lukken zo hebben we bedacht.

‘O kijk, er is een Starbucks, gaan we daar koffiedrinken?!’, is het eerste wat ze roept als we aan komen lopen. Ik slik mijn ergernis in en besluit er mijn voordeel mee te doen: ‘Als jij in het museum een uur lang rondkijkt en meedoet zonder te zuchten en te zeuren gaan we daarna bij de Starbucks koffiedrinken.’ Verontwaardigd kijkt me ze me aan ‘dat heb ik toch al beloofd’ zegt ze boos. Dat is ook zo, ik hoef het er niet in te wrijven, ik dacht alleen dat een aantrekkelijke beloning in het verschiet zou helpen bij de motivatie. Maar ze is vast voornemens zich van haar beste kant te laten zien. ‘Gaan we naar binnen?’, zegt ze. ‘Eerst even rondkijken, heb je al gezien hoe die roltrappen aan de buitenkant van het gebouw zitten? Toen het gebouwd werd was dat heel modern. Grappige kleuren ook voor zo’n serieus gebouw, vind je niet?’ Ze haalt haar schouders op. ‘Gaan we nou naar binnen?’ ‘Wil je niet eerst nog even kijken bij de tekenaars en die bellenblaasmeneer? ‘Mogen we ons laten tekenen dan?’ ‘Nee dat niet, maar gewoon kijken hoe ze dat doen is toch ook leuk?’ ‘Maar we kwamen toch voor het museum? Zullen we dus naar binnen?’ Oké dan, misschien als we binnen zijn geweest dat ze dan de rust heeft om ook te kijken wat zich rondom het gebouw afspeelt.

‘Is dit het?’, ze kijkt rond in de groots opgezette vrijwel lege benedenhal. ‘Hier kopen we de kaartjes, daarna gaan we met de roltrappen omhoog en daar is het museum.’ ‘Waarom zit dat boven? Wat is hier dan?’ Ik weet het ook niet goed en terwijl ik het sta uit te vinden en mijn man de kaartjes koopt loopt ze al richting roltrappen. ‘Hierheen toch?’ In vijf stappen ben ik bij haar, de alertstand staat hoog merk ik. Relax, spreek ik mezelf toe, het is allemaal goed, laat de stress bij haar en neem hem niet over. ‘Het is leuk om aan de buitenkant van de roltrap te gaan staan, hoe hoger je komt hoe meer je van Parijs ziet. Misschien zie je de Eiffeltoren wel’, moedig ik haar aan haar blik naar buiten te richten. ‘Ik zie niks’, zegt ze nors dus ik laat haar maar.

‘En nu?’, zegt ze als we binnen zijn. ‘Kijken’, zeg ik (want ze wilde geen speurtocht, dat was kinderachtig) en plotseling voelt het als een totaal zinloze bezigheid. Daar sta ik dan. Midden in Centre Pompidou. Ik ben helemaal kwijt waarom dat leuk zou kunnen zijn. Een paar jaar geleden gingen we ‘wandelen’ in het Louvre en kreeg ze de opdracht om piemels te tellen. Ik snap dat ze houvast nodig heeft maar ik kan het even niet verzinnen. Ze beloofde haar best te doen maar ik merk er niks van. Gloeiend kruipt de onmacht in mijn lijf. Dit gaat ook niet werken. Hoe had ik dat ook kunnen denken. Mijn man lachte me vierkant uit toen ik vertelde over dit oefenplan en weigerde te geloven dat de oudste echt naar Rome zou willen gaan. Stiekem maakte ik al plannen voor de zomervakantie. Als we de verwachtingen wat zouden bijstellen zou het misschien wel lukken. Niet teveel op één dag, een mix van cultuur en vermaak, een goed huisje of hotel om tot rust te komen, ik droomde ons al samen op reis. En nu sta ik hier bij ons eerste experiment en ik sta al meteen op ontploffen. Lekker dan.

Mijn man staat met de jongste voor een Picasso. De stippen van Pollock helpen me tot tien te tellen, tot twintig, tot vijftig. Langzaam zakt mijn adem, wordt mijn hoofd weer helder. Ik herhaal mijn mantra: Ze doet het niet expres, het is geen onwil maar onmacht. Het bloed komt weer terug onder mijn nagels. Ik pak haar onder mijn arm en druk haar stevig tegen me aan. Kom, we gaan gekke schilderijen kijken, vertel me maar eens wat je ziet en op het eind kiezen we er eentje uit die we wel mee naar huis willen nemen. ‘Mag dat dan?’ vraagt ze met grote ogen. ‘Nee gekkie, ik bedoel dat we ieder een schilderij kiezen dat we het mooiste vinden, dat we thuis wel zouden willen hebben.’ ‘Oooow, nou ik denk niet dat er iets is dat ik zou willen hebben’ zegt ze eerlijk. ‘Je mag ook kiezen welke je het lelijkste vindt.’ En daar gaan we.

Er zijn 5 reacties

  1. Antje

    Wel super dat jullie het doen! Dat je wel blijft geloven in ontwikkeling en verandering?

    Maar hoe kan het dat ze shoppen in zo’n stad wel trekt? Dat lijkt mij minstens zo druk en onoverzichtelijk!

    1. IJskastmoeder

      Ja het is ook fascinerend om te zien hoe die ontwikkeling er wel degelijk is, maar anders verloopt. Zo wilde ze als kind nooit knuffelen en kwam ze met negen/tien jaar oud plots veel op schoot zitten (zolang ze daarin zelf de lead had).
      Dat shoppen doet ze dan vooral bij bekende winkelketens en heel doelgericht. Het levert een shirt of een broek op, dat is ook lekker duidelijk. Maar uren slenteren langs winkeltjes en boetiekjes en dan ook kijken voor iemand anders in het gezelschap is er niet bij hoor. Haar eigen lijstje afwerken en dan is het klaar.

  2. Judith van der Leeden

    Wat een herkenning, jouw emoties bij het gedrag van je dochter! Wij moeten ons (vakantie)programma ook helemaal aanpassen op mijn zoon van ruim 8 en ik vind dat erg moeilijk. Dat je niets meer voor jezelf of je andere kind kunt doen (wandelen, museumbezoek, in een dorpje rond kijken, een dagje strand, etc) en dat als je eindelijk besluit toch iets te doen, je door het gedrag van je Asperger-kind zo meegesleurd wordt door frustraties en ergernissen dat er niets leuks meer aan is. En natuurlijk, het is kwaad bedoeld, maar het is er wel! Bedankt voor je verhaal!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *