imageHand in hand lopen we naar school, mijn man en ik. Van maandag tot donderdag duurde de week een eeuwigheid. De mentor liet weten dat ze de jongens van de handtekeningenactie aan haar bureau had gehad en ze streng had toegesproken. Dat het een incident lijkt te zijn van een overijverige klassenvertegenwoordiger die zijn taken wat al te ruim opvat. Dat ze vooral heeft geluisterd en niet meteen weet wat te doen en daarover contact zoekt met de teamleider. Ik heb aangedrongen op een afspraak om samen te bedenken wat wijsheid is. Mijn dochter vraagt elke dag wat er nu gaat gebeuren en ik moet elke dag zeggen dat we het nog niet weten. Elke ochtend raapt ze haar moed bij elkaar om naar school te gaan. Elke middag komt ze aan gruzelementen thuis. De jongens sissen haar toe dat het heus zal lukken haar van school te krijgen, haar vriendin heeft zich bij een ander groepje aangesloten, de pauzes overbrugt ze op de wc en ze begrijpt er helemaal niks van dat de grote mensen zo lang moeten nadenken voordat ze iets gaan doen. ‘Ze worden toch zeker wel geschorst, denk je ook niet?’ zegt ze strijdlustig. Maar hoe langer het duurt, hoe meer twijfel er onder mijn huid kruipt of school dapper genoeg is om dit aan te pakken, aan wiens kant ze eigenlijk staan.

Gister hoorden we dat de rector ook bij het gesprek zal zijn. Even was ik in verwarring. De rector erbij, is dat goed of slecht nieuws? Onze gezinscoch zegt echter ’s ochtends nog de mentor te hebben gesproken en verzekerd me dat die voornemens is om alles en iedereen in te schakelen om deze klas weer op de rit te krijgen. Ze hebben al langer te stellen met het haantjesgedrag van een paar dominante types en het is duidelijk zo het zo niet verder kan. Als we dat fijn vinden wil ze wel meegaan naar het gesprek? Dat stelt me gerust. Wat goed dat de mentor zelfs de rector erbij haalt en hoog inzet. Met zowel de rector als de teamleider als de mentor aan tafel moeten we spijkers met koppen kunnen slaan. Het aanbod van Franka om mee te gaan sla ik daarom af. Laten we het niet ingewikkelder maken dan nodig, het contact met school is tot nu toe goed dus daar komen we vast wel uit samen.

Het is maar een paar minuten lopen naar school. Mijn bibberbenen doen me om de haverklap zwikken op onnozele takjes en steentjes. Toch wel erg spannend blijkbaar. Mijn man geeft me een stevige arm en spreekt me moed in. Niks voor mij om zo zenuwachtig te zijn. Ik kan niet eens bedenken waar ik zo bang voor ben, we gaan toch juist samen bedenken hoe we dit weer oplossen? ‘Kom op’, spreek ik mezelf streng toe ‘het gaat niet om de moeilijkheden, maar om de mogelijkheden. Even resetten nu, voordat je dat gesprek ingaat.’ Adem in, adem uit – en hopla daar gaan we, het grote schoolgebouw in.

Er zijn 1 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *