“Wat zullen we morgen gaan doen?”, vraag ik de jongste voor het slapen gaan. Morgen hebben we een dagje met zijn tweetjes en de wereld ligt aan onze voeten. “Zullen we naar een museum, bij iemand op bezoek of misschien naar de dierentuin?” Het kan allemaal. Wat is er opeens veel te kiezen als er geen beperkingen zijn, ik ben er zelf even confuus van. “Shoppen!” roept mijn kleine meid enthousiast en ik ga al bijna overstag bij het zien van dat blije snoetje. De calvinist in mij protesteert echter; laten we – nu we de kans hebben – een leuk én leerzaam uitje doen. “Weet je wat, we bedenken het gewoon morgen pas. Dan kijken we waar we zin in hebben.” Heerlijk om de grenzen van de vrijheid op te zoeken.

’s Ochtends lees ik in de krant dat er dichtbij een ‘IJskoud winterweekend’ wordt georganiseerd. Er is een kunstmarkt, een arrenslee, een ijsbaan met koek&zopie, er komen een paar koren optreden en er is een parcours uitgezet waar je kunt beleven hoe het is om blind te zijn. Dat is vanalles wat en we kunnen er bovendien een mooi fietstochtje aan vastknopen. Zo gezegd, zo gedaan. Als we uitgelummeld zijn stappen we op de fiets en is het feest. Ik weet ongeveer waar het zou moeten zijn en het geeft helemaal niks dat ik het niet precies weet, we komen er toch wel. De kunstmarkt blijkt een karige bedoening met tweedehands boeken, zelfpunnikte iPODhoesjes, broddelig glas-in-loodwerk voor eersteklas prijzen en de eeuwige edelstenen- en lappenpoppenkraam die in onze omgeving op elk evenment te vinden zijn. Maar mijn meisje verbijt haar terleurstelling dat er geen schilderijen zijn en zegt ‘lekker warm hier binnen’. De ijsbaan is van plastic (ik wist niet dat ’t bestond?) maar de chocolademelk lekker warm. Wist je al, dat als je vijfentwintig minuten op je wafel moet wachten hij daarna extra lekker smaakt? We scharrelen wat rond, kijken met ontzag en ontroering hoe toegewijd de bewoners van dit terrein verzorgd en vermaakt worden en er valt geen onvertogen woord.

De tijd vliegt voorbij. We zijn al twee uur op het houtje-touwtje-evenement als ik voorstel op te stappen. “Nee nog niet, ik heb nog niet alles gedaan. Waar is die tent voor de blinden en ik wil ook nog op de arrenslee!” Ze geniet drie slagen in de rondte, en ik met haar. Zo eenvoudig ligt het geluk voor het oprapen. Ik veeg mijn tranen weg. Het is die kou hè, die bijt in je gezicht…

Er zijn 5 reacties

  1. anoniem

    Avatar van anoniem
    wat een herkenning, even shoppen met mijn oudste in amsterdam, zomaar ergens wat gaan drinken, de drukke Bijenkorf in , de dam over..Hoogtepunten, zonder steeds je voelhorens hebben uit te staan,,,,,Hoe gewoon, toch zo bijzonder!!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *