“Ik had toch gezegd dat ik sinaasappelsap wilde.” Zucht, alweer een grauw en een snauw en we zijn pas bij het ontbijt. Al dagenlang komt er geen fatsoenlijk vriendelijk woord uit. ‘Pak het maar even, het staat in de koelkast.’ “Waarom moet ik dat doen?” donderwolkt ze terug. ‘Wil je niet zo boos tegen me doen. Als jij graag sinaasappelsap wil dan kun je dat gewoon even halen.’ Kreunend en steunend alsof haar het grootste onrecht ter wereld wordt aangedaan hijst ze zichzelf overeind en tergend langzaam overbrugt ze de zeven stappen van de tafel naar de keuken. En weer terug.  

Ondertussen verdeel ik de croissants die we net bij de bakker hebben gehaald. “Dat is niet eerlijk, ik wil een andere. Ik wil díe – ”, ze wijst op het bord van haar zus “want die van mij is veel kleiner. En hij is ook stuk.” Het slaat nergens op, het puntje in het midden steekt bij haar een beetje uit en misschien is er ergens een schilfer afgevallen. Het is van de gekke dat ik ze nog sta te vergelijken ook… ‘Ze zijn allemaal even groot, het is goed zo’ zeg ik gedecideerd en ik probeer niet te hard in haar hand te knijpen als ik hem terug naar haar eigen bord leidt. “Au! Je doet me pijn!” gilt ze. Ik weet dat het niet waar is, toch schaam ik me voor de buren. Dunne muurtjes op de camping.
  ‘Voordat je naar de Kidsclub gaat even je haren kammen hè.’ “Jahaa, dat weet ik ook wel” zegt ze boos en haar ogen spuwen vuur. Ik verbijt mijn opgestapelde woede, nog even volhouden, ze is bijna weg. Nog even en ik kan weer ademhalen. Eigenlijk moet ik haar nu vermanend toespreken maar ik breng het niet meer op. Ik wacht wel even. Straks weer verder. “Doeg, ik ben weg. Wél thuisblijven hè. Je bent toch wel thuis als ik terugkom?” Ik heb zin om te zeggen dat ik dat nog niet weet, olie op het vuur gooien, maar ik doe het niet. De komende twee-en-half uur zijn van mij. Van mij alleen.  

Daar gaat ze. Laat ‘r alsjeblieft lang wegblijven. Als ze nog één seconde langer in mijn buurt gebleven was had ik haar aangevlogen ben ik bang. Liefst gooide ik nog een steen naar haar kop maar ik hou me in. Meteen voel ik me schuldig, zo mag je niet denken over je kind. Maar ik heb zó verschrikkelijk genoeg van haar, ik ben even niet voor rede vatbaar. Mijn lijf zit helemaal op slot, met grote moeite komt er een beetje adem binnen om vervolgens niet te weten waar het naar toe moet.  

Ontspannen nu, ruimte maken, laad je op want anders loop je leeg. Ik weet niet meer waar ik het vandaan moet halen. Ik zweef niet en toch voel ik de stoel niet waarin ik zit. Mijn buik is een groot betonblok, mijn keel zit dichtgeschroefd, in mijn hoofd woedt een zuidwester storm. Ik sluit mijn ogen, een diepe zucht ontsnapt, het bloed dat onder mijn nagels is opgehoopt begint langzaam weer te stromen.

Er zijn 11 reacties

  1. K

    Avatar van K
    Neem niet haar frustratie over! Neem er afstand van en besef dat het van haar is dat ze er helaas geen invloed op kan uitoefenen. Maar jij wel! Veel sterkte en inderdaad, af en toe diep inademen en langzaam weer uit. Hopelijk gaat het straks weer beter.

  2. ijskastmoeder

    Avatar van ijskastmoeder
    @K, de spijker op zijn kop. Waarschijnlijk is het zo dat hoe moeilijker zij het ‘buiten’ heeft, hoe meer ze dat thuis afreageert. Morgen ga ik een dagje alleen op stap, even letterlijk afstand nemen. Dat kan ook nog wel ’s helpen.

  3. ijskastmoeder

    Avatar van ijskastmoeder
    @Coby, altijd fijn te zien wie er meeleest, welkom en dank voor je hart onder de riem (juist bij dit nogal wrange stukje)

    @Jan, als je bedoelt dat ik niet tot kindermishandeling overga heb je gelijk. En op tijd mijn grens onderkennen is inderdaad een leerproces. Al doende….

  4. Solane

    Avatar van Solane
    Wat een herkenning vind ik in jouw weblog. Heel treffend beschreven en vooral zo liefdevol. Jouw verhalen zijn voor mij een bron van inspiratie en hoop. Ik kan me ook heel goed je gevoel voorstellen van machteloosheid. Zo liefdevol en respectvol als je zelf je kind benadert, zo wil je dit ook graag terugzien bij je kind. Voor haar is dat een moeilijke opgave. Maar wel iets waard om voor te strijden. Dus stroop de mouwen maar weer op en laat de storm overwaaien. Sterkte met de woelige momenten met je dochter en geniet van de mooie momenten…

  5. ans

    Avatar van ans
    Dag Ijskastmoeder. Ik heb even bijgelezen. Ik lees dat je het soms moeilijk hebt. En ook dat je het moeilijk vindt om te erkennen dat je het moeilijk vindt. Zo herkenbaar! Je ziet jezelf natuurlijk niet als iemand die het misschien niet zou kunnen, af en toe. ’t Is precies die hobbel die ik ook steeds weer moet nemen. Ik wil niet anders zijn dan andere moeders met twee kinderen. Ik wil geen extra hulp nodig hebben. Ik wil flink zijn en mijn eigen bonen doppen. En daarom redeneer ik zoveel weg. Maar het verdwijnt niet. Ik heb geen doorsnee dochter(s), en jouw meisje is dat ook niet. Wij hebben beiden geen doorsnee-gezinsleven. Soms is extra hulp toch wel heel erg fijn …
    Ik blijf je lezen, en wens jou en je dochter toe dat je met net zoveel liefde en aandacht als ik steeds weer in je stukjes lees jullie schip door de woelige baren heen blijft loodsen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *