Kwart voor zeven in de ochtend, wat is het nog donker, het lijkt wel nacht. Mijn oudste ligt in diepe rust. Haar lange haren liggen als versgegooide mikado om haar hoofd gestrooid. Ik knip een lampje aan. Ik draal nog wat al is daar is eigenlijk geen tijd voor. Met een diepe zucht zet ik mij naast haar op het bed. Stevig aai ik dat alsmaar groter wordende lijf met de stille hoop dat ik haar zo kan helpen een zachte droomlanding te maken. Geen reactie. Ik streel haar wang, die lieve zachte ontspannen wang. Nu nog wel. Heel even nog. Ik aai haar haren bij elkaar en schrik alsnog als er beweging komt in het meisje. 

Kreunend kruipt ze onder de dekens. “Nee mama, nee ik wil niet opstaan, ik kan niet opstaan. Ik heb zo’n verschrikkelijke buikpijn, laat me hier nou liggen.” En wéér begint de ochtend met tranen, nu al zes weken op rij. Wéér verzamel ik mijn kracht, mijn positiviteit en blijf ik ogenschijnlijk onbewogen onder haar litanie aan klachten. Want ik weet dat ze niet ziek is, althans niet fysiek. Maar ze is wel zo bang en droevig dat ze er fysiek ellendig van is. Vooral nu het donkert. Straks knapt ze op, ik weet het want het gebeurt elke ochtend. Straks als we het schoolplein oplopen keurt ze me geen blik meer waardig. Tot het half vijf wordt en het gaat schemeren. Dan komen de tranen weer. Maar eerst de ochtendtranen nu weerstaan.

Vanavond is vanavond, daar denk ik gewoon nog even niet aan. Ik ben zo moe. Hoe lang gaat dit nog duren. Kom op, nu niet versagen, ik moet er voor mijn dochter zijn. Ik zet mijn vriendelijke rustige robuuste stem aan en zeg “Kom, opstaan. Ik weet dat je buikpijn hebt en dat is naar maar we gaan gewoon opstaan. Kom maar.”
 

Reisopdracht

        en als je weggaat…

        regen, er dreigt regen,

        storm blaast zand

        over de wegen,

        men moet z’n ogen beschermen.

        angstige vogels zwermen

        boven het land.

        de lucht is zwart.

 
        …zeg langzaam:

        Ik hou van regen.

        Ik hou van storm.

        Ik ben niet bang.

 
        Riekus Waskowsky (1932-1977)

 

      Delen

Er zijn 8 reacties

  1. zusenzo

    Avatar van zusenzo
    Tja, het valt ook helemaal niet mee, die duisternis in de ochtend. Zelfs voor iemand als ik die dol is op de herfst valt de duisternis echt te vroeg dit jaar. Mooie zin trouwens: haar lange haren liggen als versgegooide mikado om haar hoofd gestrooid. Hoe gaat het verder met de verkoop van je boek ?

  2. Liesbet

    Avatar van Liesbet
    hey hey

    Zeer mooi geschreven en heel herkenbaar spijtig genoeg. Elke overgang gaat gepaard met veel geween
    geroep geslaag en geklop. Ze wil dit niet dat niet en dat ook niet. Ik betrap mij erop dat
    mijn zachte honing stem om slaat in de late namiddag tot een gegrom. ok, Ni grommen slik nog maar een paar krijtjes in om je stem terug te verzachten zoals de boze wolf in de wolf en de 7 geitjes.
    Pfff vermoeiend idd en dan moet het moeilijkste nog komen eten bad en slapen.
    Maar dezer dagen ziet zwarte piet (die volgens haar gewoon een mama is) alles (ook al zijn haar gordijnen toen)!!!

    Groetjes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *