10 jaar
‘Mama, wanneer word ik ongesteld?’ Het is niet de eerste keer dat ze het vraagt en ik weet al dat ik niet wegkom met een vaag antwoord zoals ‘later als je groot bent’. Het is ook niet dat ze niet weet van de bloemetjes en de bijtjes en de zaadjes en de eitjes, maar ze kan zich er niks bij voorstellen. Dus houdt het haar bezig. Welke insteek zal ik vandaag eens nemen, zo concreet en praktisch mogelijk lijkt haar het meest te helpen. ‘Als je in de puberteit komt. Meestal gaan eerst je borsten een beetje groeien, krijg je haartjes en op een gegeven moment (ja sorry, concreter wordt het niet) word je dan ook ongesteld.’ Ik wil geen haartjes, die scheer ik weg! Maar hoe weet ik dan dat ik ongesteld wordt?’ ‘Dan heb je een beetje bloed in je onderbroek’ (ik zeg maar niks over buikpijn dan wordt dat weer een issue). ‘Getver, dat is smerig, ik hou niet van bloed!’

11 jaar
‘Mama kijk eens, ik heb hier allemaal haartjes, word ik nou ongesteld?’ Ik schrik me eerlijk gezegd een hoedje als ze haar benen spreidt, ook al was dat heel normaal toen ze een baby was, dat ziet er inmiddels toch anders uit. Of misschien schrik ik van het gemak waarmee ze zonder gêne zoiets privés laat zien, ben ik bang dat ze dat ook bij anderen doet die daar dan minder zorgvuldig mee omspringen. Ik zet me over mijn eigen preutsheid heen en kijk met haar mee. Ondertussen wikkend en wegend of ik er iets van moet zeggen dat ze zich zo gemakkelijk toont, strikt genomen moet zoiets toch kunnen tussen moeder en dochter en hoe nodig is het om haar bang te maken? Terwijl de gedachten door mijn hoofd buitelen volsta ik met een neutraal ‘Oh ja, ik zie het.’ ‘Veel hè. Hoe kan dat eraf? En wanneer word ik nou ongesteld? Kijk, hier onder mijn armen groeit het ook al, dat moet er ook af!’ ‘Laat maar mooi zitten jongedame, het is nog nauwelijks te zien. Bovendien dat hoort bij groot worden. Je lijf veranderd, dat is soms raar, dat snap ik, maar daar wen je vanzelf aan (ondertussen negeer ik de vraag over ongesteld worden, die heb ik de afgelopen weken namelijk al – ik overdrijf niet – zevenentwintig keer beantwoord).’

11 en een half
‘Wanneer word ik ongesteld’ is een obsessie geworden. Meermalen per week sprint ze naar de wc om te zien of er bloed in haar onderbroek zit. Ze is panisch om te gaan logeren want wat moet ze doen als ze ongesteld wordt. ‘Kun je ook op school ongesteld worden? Dat wil ik niet. Ik wil dat het thuis gebeurt!’ Ik kán geen antwoord geven, ik héb geen dag en uur paraat maar zo kunnen we ook niet verder. Tompoes verzin een list. ‘Lieverd ik zie dat je helemaal zenuwachtig bent over dat ongesteld worden. En ik weet dat ik gezegd heb dat ik niet kan zeggen wanneer dat gaat gebeuren maar ik heb wel gelezen dat het erfelijk is. Oma was veertien, je tante en ik waren ook veertien dus de kans is het grootst dat jij ook veertien bent als je voor het eerst ongesteld wordt. Dat duurt dus nog een hele tijd. Het gebeurt in elk geval niet op de basisschool.’ ‘Weet je dat zeker?!’ (nee, natuurlijk weet ik dat niet zeker maar dat kan ik nu niet zeggen) ‘Het is vast niet dit schooljaar, waarschijnlijk ook niet in de brugklas maar pas als je 13 of 14 jaar bent, of misschien pas als je 15 bent. Ik kan je niet precies een datum geven, ook al zou je dat graag willen – ‘, ze beaamt het lachend (gelukkig ze kan weer lachen) ‘maar de komende twee jaar hoef je je dus nog geen zorgen te maken. En als het zover is, dan vieren we een feestje. Met taart. Beloofd. Maar voor nu houden we erover op, want ik wil niet dat jij er gek van wordt (en ik ook niet, maar daar heeft ze natuurlijk geen boodschap aan).’ En mirakels, het werkt.

Er zijn 1 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *