‘Mama, hoe komt het dat je helemaal warm kan worden als een jongen naar je knipoogt?’ Wat een heerlijke vraag… Mijn jongste is bloedserieus en ik begrijp wel waarom. Ze zit sinds kort op een andere school en is helemaal hoteldebotel van een van haar nieuwe klasgenoten. ‘Nou moet je niet overdrijven, dat gebeurt alleen in sprookjes, in het echt komt dat helemaal niet voor. Je mag niet jokken!’ dondert de oudste er overheen. ‘Nou-hou, ik jok niet! Het wél echt waar! Als Quinten naar me knipoogt dan voel ik me echt helemaal warm worden, dat lieg ik niet.’ ‘Ach ik geloof er niks van. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Volgens mij kan dat helemaal niet.’ ‘Als je zus dat zo voelt, dan is het waar’ snoer ik haar behoedzaam de mond.
We zitten in de auto onderweg naar school. Terwijl ik met de jongste, die gezellig voorin zit, een boom opzet over de wonderen van het leven en de liefde in het bijzonder mokt de oudste nog een tijdje door op de achterbank. Dan zegt ze plots: ‘En trouwens, hoe weet je dat ie knipoogt? Misschien had ie gewoon iets in zijn oog en moest ie daarom knipperen!’ Haar triomfantelijke blik spreekt boekdelen, vertel haar iets over de liefde, ze weet wel beter.
‘Invullen, invullen, invullen’ scanderen ze eendrachtig en het onder toeziend oog van de twee nieuwsgierige meiden zet Xander zich aan het beantwoorden van de vragen in het vriendenboekje van mijn oudste dochter. Twee handen op één buik, die uitdrukking lijkt uitgevonden voor de symbiotische relatie tussen mijn oudste en haar vakantievriendin. Blond en bruin, twee even grote monden met kleine hartjes en een tomeloze energie. Je hoort ze van verre aankomen op de camping, nee, saai wordt het niet met die twee. Er één kwestie die de dames parten speelt en dat is dat de vriendin geen vriendje heeft terwijl mijn dochter al anderhalf jaar ‘verkering’ heeft met een blonde fries van een stacaravan alhier.
NAW gegevens, lievelingsboek, lievelingsfilm en dan dé vraag aller vragen: Ik droom van… Xander kijkt schalks naar links en naar rechts en vult dan “Ashley” in. ‘Weet je wel wat dat betekent!’ roept mijn meisje uit. ‘Dan ben je verliefd op haar!’ ‘Oh echt,’ zegt Xander ‘kom je er ook achter?’ Ashley weet niet waar ze kijken moet en stuitert op en neer van blijdschap. Mijn dochter heeft niets in de gaten. ‘Gekkie! Als je bij “Ik droom van” een naam invult, dan ben je verliefd. Dus dan moet je daar geen Ashley invullen. Of ben je verliefd op haar?’ Xander gaat onverstoorbaar verder met het invullen van het vriendenboekje. ‘Hé, wat doe je nou? Waarom laat je daar nou Ashley staan? Dan denkt ze dat je verliefd op haar bent.’ Onder mijn ogen bloeit een prille liefde op, heerlijk om er getuige van te zijn. ‘Misschien is-ie wel echt verliefd op haar’, help ik mijn dochter een stukje op weg. ‘O echt? Waarom denk je dat? Is dat zo Xander? Hoor je dat Ashley? Vraag ‘m verkering!’ De kinderen houden wijselijk hun mond maar mijn dochter heeft het niet meer. ‘Toe dan, vraag ‘m dan verkering, dat wil je toch zo graag?!’ Ashley schudt haar hoofd. ‘Hoezo wil je dat niet, je zei tegen mij dat je verliefd op hem was en verkering wilde.’ Met moeite hou ik mijn lachen binnen. ‘Hee meisjelief, misschien moesten wij met zijn tweetjes maar ’s even een boterham eten.’ ‘Nee, ik heb geen honger’ zegt ze doodleuk. ‘Ik bedoel, laten wij samen een boterham eten en dan Xander en Ashely even wat voor zichzelf doen.’ ‘Nee, dat wil ik helemaal niet, ik wil gewoon bij hun blijven.’ Zucht. Ik probeer mijn dochter in haar waarde te laten en weet dat subtiliteit niet haar sterkste kant is maar hoe maak ik dan duidelijk dat ze die twee even gelegenheid moet geven om samen te zijn. Zwaar theatraal klem ik mijn kaken op elkaar en brom ‘kom, wij eten – met zijn twee – samen dus even een boterham en sturen die twee daar even weg.’ ‘Ik heb geen honger’ zegt ze terug, ook met haar kaken op elkaar.
‘Kom eens even hier’ zeg ik ten langen leste en fluister haar expliciet de reden in het oor waarom ik met haar wil lunchen. ‘Ooooo, zeg dat dan. Doei gaan jullie maar, dan zie ik jullie zo. Maar hé, Ash, als ie “ja” zegt, gil je dan even?’