Tag archief: moed

School XVII

Ik kijk de kring rond, wat zijn we met veel! Juf natuurlijk, de intern begeleider, de RT-er, de ambulant begeleider, de directeur, onze oudercoach en dan wij nog. Indrukwekkend dat al die mensen zich over ons kind buigen, dat ontroert me bij voorbaat. Ik heb school inmiddels duidelijk gemaakt dat we er niet om staan te springen om wéér een andere school te moeten zoeken. De directeur wilde daarop wel een brainstormsessie organiseren en nu zitten we hier dus, met zijn allen op de kleine stoeltjes van groep zeven. Eerst mag de intern begeleider haar verhaal dunnetjes over doen, dan zegt de ambulant begeleider hoe zij het ziet. Of eigenlijk hoe ze niks ziet, want bij klasbezoeken is er nooit iets aan de hand. De juf houdt zich stil, is zichtbaar moe en aangeslagen. De RT-er spuit haar gal en maakt duidelijk dat ze niks kan beginnen met onze dochter (zo te horen heeft ze haar gezag verspeeld dus dat kan wel kloppen, denk ik grimmig).

Onze oudercoach vraagt wat onze dochter nodig heeft om goed te kunnen functioneren op school waarop de een na de ander zegt wat er allemaal niet mogelijk is. Het is om moedeloos van te worden. Het gaat over procedures, taakinhoud, klassenmanagement en ik hoor vooral niet-niet-niet. Ik negeer de brok in mijn keel en duw de opkomende boosheid terug in mijn buik. ‘Mag ik eerst zeggen dat ik heel blij ben dat we hier met zijn allen zitten, ik vind dat heel bijzonder dat er zoveel mensen meedenken met het grootbrengen van ons kind.’ De directeur knikt me bemoedigend toe, de rest kijkt afwachtend. ‘Wat me opvalt is dat we het vooral hebben over alles wat niet kan’, helaas nu breekt mijn stem ‘terwijl volgens mij de bedoeling van deze bijeenkomst is, om te onderzoeken wat er nodig is en hoe we dat gaan organiseren.’ Alle zenuwen en zorgen komen in een overstelpende traanvloed naar buiten. Ik heb nog nooit zo hartverscheurend zitten huilen met vreemden in de buurt maar ik laat het maar gewoon gebeuren. Wat heerlijk dat de oudercoach erbij is, die kan de grote lijn bewaken en onze belangen behartigen, ik voel me opeens ontzettend moeder. Als een leeuwin wil ik vechten voor mijn kind en tegelijkertijd voel ik me verschrikkelijk kwetsbaar en klein. Wat een onmachtig gevoel als niemand mee wil werken, hoe lang kun je vechten tegen de bierkaai?

Er komt een glaasje water en een doos tissues. Ik voel hoe mijn adem langzaam zakt, mijn wangen gloeien, ik zeg nog maar even niks. Wie weet haalt die huilbui wel wat uit. Of juist niet. Denken ze dat ik een hopeloos labiel type ben waar ze zo snel mogelijk vanaf moeten zien te raken. Nou ja, het is nu toch al gebeurd. Niks meer aan te doen. ‘Even voor alle duidelijkheid’ neemt de directeur het woord ‘dat ik goed begrijp waarom we hier zitten.’ Oh jee, flitst het door me heen, heb ik het verkeerd begrepen? ‘We hebben het hier toch over een meisje, over een kind? Dan is het toch aan ons om alles te doen wat in onze macht is om dat kind een goed laatste jaar op de basisschool te geven? Daarvoor zitten we hier toch bij elkaar?’ En als een mirakel kantelt de sfeer…

Dankjewel (eigen)wijze man!

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | 7 reacties

Het Lijf XV

‘Mama mag ik oorbellen?’ De eerste keer dat ze me dat vraagt is ze amper vijf jaar oud. Iets weerhoudt me daar meteen antwoord op te geven en als ze door blijft vragen krijg ik er tot mijn frustratie niet goed de vinger achter waarom ik daar zo over aarzel. Ik zie het niet zitten, dat is het grote gevoel dat overheerst. De vraag blijft telkens terugkeren. Zo gaat dat. Zo lang het in haar hoofd zit en ik geen kloppend antwoord heb gegeven boomerangt ze onvermoeibaar door. ‘Als je veertien jaar bent mag je oorbellen’ schuif ik het probleem op de lange baan. ‘Papa heeft gezegd als ik twaalf ben!’ Hm, waren we het zonder overleg toch tamelijk eens met elkaar.

 

‘Mama mag ik oorbellen? Sandra heeft ze, Anke krijgt ze binnenkort, waarom mag ik dat nou niet?’ Zeven is ze, bijna acht, en het regent gaatjes om haar heen. Het is niet dat ik het ordinair vind, of dat ik mijn kind ‘heel’ wil houden. Dat ik zelf pas gaatjes mocht toen ik veertien was speelt ook niet mee, maar wat is het dan, dat ik er als een berg tegenop zie? En is dat reden genoeg om het haar te ontzeggen? Ik herhaal maar weer eens dat ze eerst veertien moet worden. ‘Papa heeft gezegd als ik twaalf ben!’ Hm, wat heeft dat kind toch een geheugen als een olifant.

 

‘Mama, ik wil zoooooow graag oorbellen, mag het please?’ Jaja, negen is ze en ze houdt maar vol. Dacht ik eerst dat de tijd zijn werk zou doen, inmiddels weet ik beter. Maar inmiddels weet ik ook waarom ik er nog niet aan ga beginnen. ’n Meisje dat zo panisch is voor alles wat er met haar lijf gebeurt, dat wordt een drama bij de juwelier. Prikkende sterilon, dagelijkse hygiëne, gedoe als er een achterkantje kwijt raakt – we leveren al strijd genoeg, deze hoef ik er niet ook nog bij. ‘Zeuren helpt niet lieve schat. Als je nog steeds oorbellen wil als je veertien bent, dan mag het.’ ‘Papa heeft gezegd als ik twaalf ben!’ pruttelt ze voorspelbaar tegen. ‘Nou goed, als je twaalf bent’ zeg ik om er vanaf te zijn. Hopelijk heeft ze tegen die tijd moed genoeg ontwikkeld. ‘O, mama, wat lief! Mag het echt als ik twaalf ben? Dit is de gelukkigste dag van mijn leven!’ en juichend loopt ze naar boven om het nieuws aan haar zus te gaan vertellen. Soms is het zo gemakkelijk om een lieve moeder te zijn…

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | 15 reacties