Tag archief: loslaten

Logeren II

De deur van de grote vakantievilla is nauwelijks open of mijn meisje stormt met een ‘ik moet heel erg nodig plassen’ naar binnen en kijkt verwoed om zich heen op zoek naar de wc. Ook goedenavond glimlach ik naar de verbaasde begeleidster en geef haar een hand. Nou ja, ze zijn wel wat gewend hier, wat heerlijk om me daar geen zorgen over te hoeven maken. In de huiskamer springen de enthousiast de wii-ende jongetjes meteen in het oog. Meisjelief wil nog niet kennismaken, eerst wil ze weten waar haar kamer is en haar tas uitpakken. Precies. Zo hadden we het ook afgesproken, helemaal waar.

Omdat ze dit weekend het enige meisje is – voortaan zal dat anders zijn maar dat kwam nu eenmaal zo uit – wordt ze extra in de watten gelegd heeft de organisatie gezegd. Op haar kamer zien we wat ze daarmee bedoelen. Er liggen heerlijk geurende zeepjes klaar en kijk nou, zelfs een flesje parfum ontbreekt niet. Toedeledokies wat een warm welkom. ‘Het is allemaal rose. Ze denken zeker dat ik van rose hou omdat ik een meisje ben.’ Oeps, vergissing… Nauwgezet pakt ze haar tas uit en geeft alles een plaats. Als alles de ‘goede’ plaats heeft, het programma op het nachtkastje en slaappop onder haar kussen ligt inspecteren we de rest van de bovenverdieping. Iedereen heeft zijn eigen slaapkamer en er zijn twee badkamers. Maar op welke badkamer zal ze dan haar tandenborstel neerleggen? We kiezen voor de dichtsbijzijnde, dat komt vast goed.

Eenmaal weer beneden komt ze dicht tegen me aan op de bank zitten. Er zit een jongen verwoed op zijn Nintendo DS te spelen, ondertussen vreemde klanken uitstotend van de opwinding. Gilles de la Tourette vermoed ik. De jongens komen, aangemoedigd door de leiding, om de beurt netjes een hand geven. Mijn meisje kijkt het met grote ogen aan. ‘Kom je even mee naar boven?’, fluistert ze in mijn oor. ‘Wat heeft die ene jongen die zulke gekke geluiden maakt?’  “Dat komt een beetje door de spanning”, leg ik uit, “hij heeft dan last van tics. Hij is natuurlijk ook net pas gebracht en bovendien doet ie zo te zien een spannend spel op zijn computertje.” ‘Gaat dat wel over dan? Ik vind hem eng!’ “Ja hoor, dat wordt straks wel minder, denk ik. Zo hebben we allemaal wel wat en het is verder niet gevaarlijk of zo.” ‘Nee, ha-ha, maar ik vind dat gewoon stom als ie dat doet. Ze hadden gezegd dat je bij het logeerhuis niet verliefd mag worden maar dat is niet zo moeilijk hoor, ik zie hier echt geen jongens waar ik verliefd op ga worden.’ Oké, dat is dan ook maar weer duidelijk.

We nestelen ons weer op de bank. Zal ik haar straks wel los kunnen laten? Wanneer doe ik dat? Hoe lang blijf ik zo zitten? Ik kijk naar mijn meisje. Ze is helemaal mellow en ligt ontspannen met haar hoofd op mijn schoot. Het is zo gek wat er gebeurt. Steeds heb ik gedacht ‘mijn kind hoort niet tussen die andere autisten, mijn kind is anders’ maar nu we hier zijn zie ik met eigen ogen hoe ze onmiddellijk ontspant. Alsof ze van een lange reis thuiskomt. Het is confronterend en geruststellend tegelijkertijd. Een warme golf genegenheid overspoelt me. Ik hou wél van haar! Opeens kan ik het voelen. Beetje een vreemd moment om dat nu te gaan zitten voelen terwijl ik haar voor het eerst wegstuur naar een logeerweekend, denk ik nog. Dan komt ze plotseling overeind, geeft me een lange dikke kus en zegt: ‘Ga nu maar, het is goed zo.’

Op vleugels loop ik naar de auto. De verdrietige knoop in mijn buik wordt overstemd door een veel groter gevoel van opluchting. In mijn oren echoot ‘het is goed zo’ na. Ik kan hier wel aan wennen, denk ik.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 10 reacties