Dieren III

Houtsnede Frank DekkersOp tien minuten fietsen, iets buiten het dorp, achter een grote villa die een tweede leven leidt als groepsaccomodatie, stuit ik op een sprookjesachtige plek. Met in mijn rug de beschutting van een bomenrand zet ik mij op een omgevallen boom bewerkt tot knoestige bank en geniet van een fabelachtig uitzicht over de weilanden. Een hoge lucht met vage wolkenslierten en een ondergaande zon completeert het geheel. Wanneer de equitherapeute mij een krachtige hand geeft hoef ik eigenlijk geen woord lees verder

Dagelijks leven V

We hebben samen een goede dag. Haar zus is twee nachten logeren bij oma en we klooien samen de dag door. Voor het eerst lijkt het te werken om haar alleen te hebben. De psychiater zei al eens dat dit soort kinderen het liefst enig kind is maar tot nu toe was het dan alsof ik alleen maar nog meer opgeslokt werd. Nu niet. Ze is rustiger dan ooit. Alsof de wetenschap dat ze me voor langere tijd voor zichzelf lees verder

En wij dan? VIII

De vakantie is bijna afgelopen, het dorp stroomt weer vol. Steeds vaker klinkt de vraag ‘En? Fijne vakantie gehad? Weer lekker helemaal bijgekomen?’ En straks op het schoolplein mompel ik me er niet meer zo gemakkelijk onderuit. In die zin kijk ik niet uit naar de eerste schooldag… Ik probeer het leven zo te leven dat ik niet van vakantie naar vakantie hoef te hunkeren maar daar komt nog bij dat we met onze dochter de zomervakantie eerder overleven dan lees verder

Stapel-uitje

Begin een torentje van niks

Doe eens lekker gek
na elke bocht ontdek je wat
Er is geen zelf
Ik ben ik, jij bent jij
ver weg is heel dichtbij

Geliefde! Ik tracht het onnoemlijke te bereiken. Wacht nog even.

Hoogachtend, Albert Einstein … lees verder

Het Lijf VI

“Hè au, mama kijk eens of  je hier wat ziet. Het doet steeds zo’n pijn als ik mijn lip aanraak.” Als ik héél goed kijk zie ik dat het misschien een klein beetje rood is, het lijkt me nog niet echt iets om serieus te nemen. ‘O ja, ik zie het al, misschien een beetje schraal dat gaat wel weer over. Als je wil kunnen we er zachte zalf op doen’ zeg ik ter geruststelling. “Nee, nee, dat is niet lees verder

Uit V

“Mama ik heb zo’n buikpijn, ik voel me niet zo lekker.” We zijn onderweg van ons huisje in Frankrijk naar een nieuwe stek voor de laatste vakantieweek. We nemen willens en wetens een risico maar we hebben per ongeluk ons huisje wat onhandig verhuurd. Bij wijze experiment verkassen we een week. Drie zomers op één vaste plek geeft misschien genoeg houvast om eens af te wijken van het patroon. Ik vertel nog maar ’s hoe het eruit ziet, dat we lees verder

Dagelijks leven IV

“Ik had toch gezegd dat ik sinaasappelsap wilde.” Zucht, alweer een grauw en een snauw en we zijn pas bij het ontbijt. Al dagenlang komt er geen fatsoenlijk vriendelijk woord uit. ‘Pak het maar even, het staat in de koelkast.’ “Waarom moet ik dat doen?” donderwolkt ze terug. ‘Wil je niet zo boos tegen me doen. Als jij graag sinaasappelsap wil dan kun je dat gewoon even halen.’ Kreunend en steunend alsof haar het grootste onrecht ter wereld wordt aangedaan lees verder

Dieren II

“Mama, volgend jaar wil ik stoppen met volksdansen”, ‘hèhè eindelijk’ verzucht ik in stilte, want dat volksdansen vond ik niet echt passen bij mijn stoere meisje. Maar ja, bijna alle meisjes uit haar klas gingen naar volksdansen dus zij vond dat ze niet kon achterblijven. “En dan ga ik op turnen of op paardrijden” zegt ze met een stalen gezicht. ‘Op paardrijden? Hoe dat zo?’ want zeg nou zelf, dat ligt niet echt voor de hand als je panisch van lees verder

Diagnose X

De psychiater vraagt of we het nog trekken, of we behoefte hebben aan ouderondersteuning. Of we wellicht een PGB willen aanvragen. “Zo’n kind is het liefst je enige kind, ze vreet je op waar je bij staat” zegt ze, en ik begrijp heel goed wat ze daarmee bedoelt. Ik weet het niet, mijn man en ik kunnen het samen gelukkig goed aan.  

Natuurlijk is het intensief, maar geldt dat niet voor alle ouders? Ik moet denken aan al die kinderen
lees verder

Dagelijks leven IV

“Na het ontbijt gaan we samen jouw kamer opruimen en je bed weer gewoon maken.” ‘Nee mama, nee, dat is veel te veel, dat kan ik echt niet.’ “Lieverd, we gaan het sámen doen. Je hoeft niet in je eentje op te ruimen, ik help je.” ‘OK, dan doe jij mijn bureau en onder mijn bed en ik de rest.’ Dat lijkt me een goede deal. Ze zegt nog één keer nadrukkelijk ‘jij doet alles onder mijn bed hè?!’ en lees verder