pilletjesZe is misselijk, heeft hoofdpijn en wil nu helemaal niet meer onder haar deken op de bank vandaan komen. Wat een ellende om met dit soort medicijnen te starten; je krijgt eerst de bijverschijnselen voordat je merkt of en hoe het in positieve zin gaat werken. Ze huilt twintig minuten hartverscheurend met gierende uithalen, alleen maar omdat het rekenen op school te moeilijk zou zijn. Dat is niet nieuw, dat kennen we van de afgelopen weken. ‘Ach, wat zou het heerlijk zijn als dat straks voorbij is’, klinkt een hoopvol stemmetje in mijn hoofd. ‘Over zes weken kunnen we pas zeggen of het iets doet,’ zei de kinderpsychiater, ‘en de eerste week zijn de bijverschijnselen het ergst.’ Dus houden we dapper vol. Ik zou mijn kind zo graag wat extra willen vertroetelen, maar voor je het weet creëren we dan een nieuw patroon en raken we van de regen in de drup. Dus stoer sturen we haar naar school met een paracetamol, koken haar lievelingskostje en zitten geduldig aan haar bed als ze niet kan inslapen. Tussendoor houd ik haar met argusogen in de gaten, alert op al te heftige bijverschijnselen en gedragsveranderingen, hopend op een klein signaal dat we de goede weg zijn ingeslagen.

Een kwart pilletje innemen kostte de eerste week dagelijks drie kwartier kokhalzen. Vanilleyoghurt is nu het tovermiddel waarmee het lukt om het naar binnen te krijgen. We worden allengs handiger, zij het met veel misbaar van haar kant en oneindig geduld van onze kant. Zo bouwen we op naar een half tablet (in twee kwartjes uiteraard) per dag en het lukt al om die in tien minuten naar binnen te krijgen. Helaas doet het nog niet zoveel, dus na vier weken maken we de stap naar een hele pil. Opnieuw dikke tranen, want nu moet ze dubbel zoveel kwarten naar binnen werken. ‘Zullen we dan twee halve doen?’ probeer ik de smart te verkleinen. Ze kijkt me aan of ik gek geworden ben en wil het niet eens proberen.

‘Ik heb zo’n buikpijn’, zegt ze in week zes. De ergste misselijkheid is voorbij, de hoofdpijn houdt nog aan en nu dus buikpijn. Gewone spanningsbuikpijn of is het wat anders? Moeilijk gissen. Gister durfde ze voor het eerst sinds maanden alleen naar boven te lopen. Het voelt als een beginnetje van iets nieuws, al is het nog pril. ‘Ik zal straks een kruik voor je maken, dat helpt vast’, zeg ik. ‘Denk je dat ik ongesteld word?’, vraagt ze bezorgd. ‘Nee hoor, lieve schat, warmte op je buik is altijd fijn.’ ‘O, oké’, is haar berustende antwoord. Geen vragen verder? Geen gedram? Dat is nieuw…

Een week later zegt ze out of the blue: ‘Waarom voel ik me zo gelukkig terwijl ik daar geen reden voor heb?’ Alle hoop-lampjes springen aan in mijn lijf, maar ik laat niets merken en zeg dat het fijn is dat ze zich zo goed voelt. Misschien is ze blij omdat ze eindelijk een paar dagen geen hoofdpijn heeft gehad, temper ik mijn hoop. ‘Als Maud straks op school stom doet, ga ik me er niks van aantrekken!’ zegt ze weer een week later bij het ontbijt. Om er meteen verwonderd aan toe te voegen: ‘Zo hé, wat denk ik positief. Zou dat door de pilletjes komen?’ Het voelt alsof we op de goede weg zijn…

      Delen

Er zijn 3 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *