bemiddeling‘Özcan mag mij vanaf de eerste les niet. Ik kan gewoon niks goed doen. Als we met zijn allen zitten te kletsen zegt ie tegen MIJ dat ik stil moet zijn en hij kijkt ook de hele tijd zo vuil naar me.’ Helder, het zal allemaal zo’n vaart niet lopen maar voor de tien-minuten-gesprekken op school vul ik meneer Özcan in om langs te gaan. ‘Ga jij hem dan zeggen dat ie normaal moet doen tegen me?’, vraagt ze hoopvol. ‘Eerst maar eens een hand geven en kennismaken en van hem horen hoe hij vindt dat het gaat. Misschien liggen jullie elkaar niet zo goed, dat kan, maar je moet dan toch leren met elkaar om te gaan.’ Ik zeg er nog maar niet bij dat ik ervan uitga dat de docent zijn best daar al voor doet en dat zij het is die waarschijnlijk in beweging moet komen.

‘Uw dochter haalt goede cijfers, wat kan ik voor u doen?’ vraagt Özcan verbaasd als ik tegenover hem plaatsneem. Mag je niet langskomen als je kind geen onvoldoendes haalt dan? Onzeker zoek ik een opening voor het gesprek waarbij hij zich niet aangevallen voelt. De eerste minuten praten we langs elkaar heen, lukt het niet goed om contact te maken. ‘Geschiedenis is best een moeilijk vak voor haar omdat ze zo lastig tussen de regels door leest, merkt u daar iets van?’, vraag ik naar de bekende weg. ‘Voor de meeste TL-leerlingen geldt dat ze weinig tekstbegrip hebben, maar in de lessen besteed ik daar veel aandacht aan’, schiet hij in de verdediging. Ik begin te vermoeden dat hij de overdracht dit jaar gemist heeft en niet weet dat mijn meisje haar eigen geschiedenis heeft. Genadeloos tikt de tijd door, we hebben nog maar 5,5 minuut, als ik nog ergens wil komen moet ik nú het heft in handen nemen. ‘Ik weet niet hoe u het ervaart, maar volgens mijn dochter botert het niet zo goed tussen jullie, hoe ziet u dat?’ ‘Ze behoeft veel correctie, dat klopt. Ze roept door de les, luistert niet, weet nooit wat de opdracht is waar ze aan moeten werken en ze is ook behoorlijk brutaal, moet ik zeggen.’ Onwillekeurig schuift een glimlach over mijn gezicht, heel ongepast natuurlijk, dus ik zeg snel: ‘Ik weet dat ze geen lieverdje is, ze kan erg druk zijn en veel aandacht vragen, gelukkig laat ze zich meestal wel goed bijsturen als je haar gebruiksaanwijzing een beetje kent.’ ‘Ik begrijp best dat het heel gezellig is om met je vriendinnen te kletsen en stoer te doen, maar ze komen nu toch ook op een leeftijd dat ze moeten weten wanneer het een tijd van werken is.’ Hij snapt het nog niet, ik moet explicieter zijn zonder hem het gevoel te geven dat ik haar gedrag goedkeur. ‘Het helpt als u heel duidelijk bent tegen haar. Zonder omhaal van woorden zeggen wat u van haar verlangt, opdrachten geven in plaats van vragen, dat geeft haar houvast. Hoe botter, hoe beter eigenlijk.’ De docent kijkt me aan alsof ik gek geworden ben. ‘Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent maar mijn dochter heeft autisme. Dat zie je niet aan de buitenkant maar wel in haar gedrag. Ze is niet onopgevoed of brutaal, al komt dat vaak wel zo over. Ze heeft geen antenne voor wat gepast is en wat niet, stapje voor stapje leert ze dat van buitenom aan. Wij helpen haar het beste door daar zo duidelijk mogelijk over te zijn.’

Özcans mond zakt open. ‘Nou begrijp ik het!’ roept hij uit. ‘De eerste les dit schooljaar, steekt ze haar hand op en zegt “Meneer, ik heb gehoord dat u niet zo goed les geeft, is dat waar?”, ik heb haar meteen de klas uitgestuurd, maar ze bedoelde dat dus niet om mij te stangen?’ Nu is het mijn beurt om met open mond te luisteren, ze heeft wát gezegd? Is het gek dat die twee elkaar vanaf dag één niet mogen? Ik leg uit dat haar vraag hoogstwaarschijnlijk niet de lading had die wij er aan geven en dat het een oprecht geïnteresseerde vraag is geweest, hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt. Nieuwsgierig checkt de docent nog een aantal situaties en ik zie hoe het ene na het andere kwartje valt. Als we een half uur later afscheid nemen (ik bleek de laatste in de rij) zegt hij ‘Ik kijk nu heel anders naar haar, dankuwel!’ en ik geloof hem.

‘En? Wat hebben ze allemaal gezegd? Ik wil alles horen!’ Ik klop de melk voor mijn koffie wat langer dan nodig en zoek ondertussen naar woorden. ‘Toe nou, wat zeiden ze’, dramt ze ongeduldig alle tact mijn hoofd uit. ‘Is het echt waar dat jij tegen Özcan hebt gezegd dat je wil weten of hij wel goed les geeft?’ Ze slaat haar handen voor haar mond en zakt tegen het aanrecht aan. ‘Ja, dat heb ik gedaan, ik had van de anderen gehoord dat hij geen orde kan houden en heel slecht les geeft en daar maakte ik me zorgen over want ik hou heel erg van geschiedenis. Maar dat kan eigenlijk niet hè? Dat kan zeker niet? Oh, heb ik dat echt gedaan?’ ‘Nee dat kan echt niet, en al helemaal niet in de eerste les!’ zeg ik en schiet onbedaarlijk in de lach als ze me ontzet aankijkt. Dat hoort ook niet, maar het is zo’n hilarische situatie. Samen lachen en gruwen we, en dan vraagt ze naïef ‘Hoe weet jij dat?’ ‘Ik heb het zojuist van Özcan gehoord en daarom was hij dus zo boos op je.’ ‘Weet hij dat ik autisme heb?’ ‘Nu wel. En hij was heel geïnteresseerd. Ik denk dat het de volgende les meteen al wel anders gaat. Hij weet nu dat je het niet lelijk bedoelt. Dat wil nog niet zeggen dat het oké is, maar hij wil wel zijn best doen om jou beter te begrijpen. Ik denk dat het goed is als jij ook je best doet om te begrijpen wat hij van je wil in de les. En als het onduidelijk is, vraag het hem dan.’ ‘Oké mama’, zegt ze braaf en tot mijn verbazing voegt ze er aan toe ‘dankjewel mama, fijn dat jij het zo goed kan uitleggen aan iedereen.’

      Delen

Er zijn 2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *