‘Mama, hoe komt het dat je helemaal warm kan worden als een jongen naar je knipoogt?’ Wat een heerlijke vraag… Mijn jongste is bloedserieus en ik begrijp wel waarom. Ze zit sinds kort op een andere school en is helemaal hoteldebotel van een van haar nieuwe klasgenoten. ‘Nou moet je niet overdrijven, dat gebeurt alleen in sprookjes, in het echt komt dat helemaal niet voor. Je mag niet jokken!’ dondert de oudste er overheen. ‘Nou-hou, ik jok niet! Het wél echt waar! Als Quinten naar me knipoogt dan voel ik me echt helemaal warm worden, dat lieg ik niet.’ ‘Ach ik geloof er niks van. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Volgens mij kan dat helemaal niet.’ ‘Als je zus dat zo voelt, dan is het waar’ snoer ik haar behoedzaam de mond.
We zitten in de auto onderweg naar school. Terwijl ik met de jongste, die gezellig voorin zit, een boom opzet over de wonderen van het leven en de liefde in het bijzonder mokt de oudste nog een tijdje door op de achterbank. Dan zegt ze plots: ‘En trouwens, hoe weet je dat ie knipoogt? Misschien had ie gewoon iets in zijn oog en moest ie daarom knipperen!’ Haar triomfantelijke blik spreekt boekdelen, vertel haar iets over de liefde, ze weet wel beter.
‘Barbara heeft gezegd dat ik auditie mag doen voor een demoteam!’ juichend valt ze me in de armen en draait me in het rond. Wat wordt ze al groot en sterk schiet er door me heen. ‘Wat ontzettend leuk voor je’ zeg ik blij. ‘Maar je weet toch wel dat bij auditie doen ook hoort dat je afgewezen kunt worden?’ voeg ik er zekerheidhalve aan toe. ‘Jaha dat weet ik heus wel’ gromt ze. Haar boze blik spreekt boekdelen, had ik mijn tong nou maar even afgebeten. ‘Vertel ‘s, wanneer zijn die audities en voor welk team mag je voordansen?’ Dat weet ze allemaal niet, er komt nog een brief zegt ze. De immense blijdschap waarmee ze binnenkwam is snel weg door al mijn lastige vragen en opmerkingen. Sorry hoor, ik ben zo gewend om vooruit te moeten denken dat ik soms even vergeet om op het moment zelf te reageren. Misschien kan ik het straks nog goed maken.
Dat blijkt helemaal niet nodig want de rest van de week stuitert ze door het huis. Ze is blij en gespannen en blij en zenuwachtig en blij en boordevol vragen bovenal. Eindelijk is het weer dinsdag dansdag. De dag waarop de brief mee naar huis zal gaan. De dag dat het zeker is dat ze auditie mag doen. Voor een demoteam. Haar grote droom, al vier jaar lang. Zielsgelukkig komt ze thuis. Mét De Brief. Snel scan ik de tekst op feiten die ik de komende tijd nog veelvuldig zal moeten reproduceren. Dan haakt mijn oog aan voorwaarde één: Je bent minimaal 11 jaar. Ze is pas negen! Oh nee hè, ik weet dat ze groot is voor haar leeftijd en ze heeft een goede babbel maar zou Barbara zich nou echt twee jaar vergist hebben? De schrik slaat me om het hart als ik me realiseer dat ons meisje sinds een jaar een groep hoger danst dan haar eigenlijke leeftijd. Misschien zit daar het misverstand? ‘Hee meisjelief, ik zie hier staan dat je elf moet zijn om auditie te doen. Heeft Barbara misschien gewoon alle meisjes van jouw groep zo’n brief gegeven?’ probeer ik luchtig. ‘Echt niet!’ bijt ze me verontwaardigd toe. Maar hoe ik ook mijn best doe om hoogte te krijgen van de procedure, veel meer weet ze me niet te vertellen. Ik denk dat ik Barbara maar eens even ga mailen om al te grote teleurstellingen te voorkomen.
‘Mama, au, ik heb zo’n buikpijn ik hou het niet meer uit. Au au au wat moet ik nou doen?’ Vanuit het niets begint het weer. Nu al en paar dagen achter elkaar, telkens ergens tussen half zes en zes. Ik weet vrijwel zeker dat er niks aan de hand is. Of nou ja, niks. We zijn van school veranderd, het huis staat te koop, het schooljaar is weer begonnen… Noem dat maar niks. Witjes zit ze tegenover me, haar blik hoopvol op mij gevestigd. Ik wil haar niet teleurstellen maar wat kan ik doen? Ik heb alles al uit de kast gehaald de afgelopen dagen. Ze heeft zelfs voor het eerst in haar leven paracetamol geslikt. Misschien moeten we toch bij de huisarts langs gaan om te vragen of het fysiek inderdaad allemaal in orde is. Ik kan immers wel braaf troosten, geruststellen, schema’s maken en rots in de branding spelen maar als ze een sluimerende blindedarmontsteking of iets dergelijks heeft is er toch echt meer nodig. Aan de andere kant lijken we in een patroon terecht gekomen dat doorbroken moet worden. Misschien kan ik de wiebeltand-truc uit de kast halen. Suggereren dat we naar de huisarts moeten als het binnen een week niet over is. Beetje gevaarlijk want stel dat ze uit angst voor de dokter voor mij gaat verzwijgen dat ze pijn heeft. Maar wel een verleidelijke optie als ie zou kunnen werken.
‘Wat zo gek is, lieve meid, is dat het steeds aan het eind van de middag komt. Ik weet ook niet goed wat het is. Als je geslapen hebt is het weer over. Misschien omdat er zoveel nieuwe dingen zijn die veel energie kosten, misschien omdat je zo hard aan het groeien bent. We hebben al van alles geprobeerd en toch komt het elke dag terug. Ik denk dat wat meer rust sowieso goed is voor je. We spreken af dat je vanaf nu een week lang tegelijk met je zusje naar bed gaat en als het dan nog niet over is, dan gaan we aan de huisarts, vragen of hij raad weet.’ ‘De huisarts? Maar wat gaat hij dan doen? Ik wil dat niet!’ is de voorspelbare reactie. De jongste mengt zich in het gesprek en vertelt dat de dokter dan je buik gaat voelen en ze bezweert haar dat de dokter als het pijn doet ophoudt. Mijn oudste heeft er geen vertrouwen in en jammert haar ellende eruit. Ik weet het ook niet meer. Het is donderdag dus ik ga zingen. Ik sta op van tafel en pak mijn spullen bij elkaar. Vanaf hier moet mijn man het maar overnemen.
‘Mama jij mag niet weggaan. Ik mis je nu al!’ Ze gilt het uit. Haar gekrijs gaat me door merg en been. ‘Kom eens hier lieverd, kom eens op schoot. Ik ga je precies vertellen hoe de rest van de dag eruit ziet.’ Stap voor stap vertel ik haar minutieus hoe het komende anderhalf uur eruit ziet. Ze kruipt dicht tegen me aan, ik voel haar lijfje langzaamaan ontspannen en op het eind hangt ze helemaal slap in mijn armen. ‘Dat is fijn mam, wat je nou doet, dat je dat allemaal vertelt, ik word er helemaal rustig van.’ ‘Dat is mooi meis, dat doe ik graag voor je. Dat is handig om te onthouden dat je dat fijn vindt, dan kun je erom vragen als het nodig is’ probeer ik er meteen ook maar een leermoment van te maken. Maar dat is misschien wat veelgevraagd.