Maandelijks archief: januari 2009

Instanties X

 
Trrring telefoon. ‘Hallo met Bureau Jeugdzorg, u heeft een aanvraag voor een PGB ingediend voor uw dochter, dat klopt toch hè?’ Eh, oeps, krijgen we nou weer zo’n TOG-overval of wat is dit. Het is inmiddels al dik 8 weken geleden dat die papieren de deur uit zijn gegaan, wat stond er ook al weer in allemaal? En ze zouden bij vragen toch contact opnemen met de GGZ? Althans dat hebben we als voorkeur aangegeven. Nou ja, maar gewoon netjes antwoord geven eerst. “Jazeker, dat klopt.” ‘Nu is het zo dat we bij Bureau Jeugdzorg zijn overgeschakeld op een ander formulier. Ik zou u willen vragen om dat nog even in te vullen. Zou u dat willen doen?’ Ja hallo, naast dat A4tje dat mijn engel heeft geproduceerd hebben we zeker een pagina of twaalf aan invuloefeningen volgekrabbeld, wat kan daar nou nog voor informatie aan ontbreken? “Goh wat onhandig voor u om zo plotsklaps van formulier te veranderen, ik begrijp dat het lastig is”, altijd begrip tonen, “kunt u mij zeggen of er op dat nieuwe formulier veel dingen gevraagd worden die nog niet op het andere oude formulier staan?” ‘Nou het natuurlijk allemaal wel verwant maar vaak toch net even anders geformuleerd en we willen daar toch wel graag uw antwoorden op want anders past het niet in het systeem. Maar het is niet veel werk hoor.’ Hm, dan pas ik niet in het systeem, daar was ik al bang voor. “Stuurt u het maar op, dan kijk ik wat ik voor u kan doen.”

Een dag later ploft een volledig nieuw aanvraagformulier in de bus, acht pagina’s. Of ik mezelf maar weer even door de molen wil halen, met alle pijn en verdriet van dien die ik nét een beetje achter me had gelaten. Ik dacht het niet. Hopla in de envelop en doorgestuurd naar de GGZ met een briefje erbij “Sarah, wat moet ik hier nou mee?”

Gepost in ex-Volkskrantblog | 11 reacties

Het Lijf XII

“Ik ben toch nooit ziek mama, ben ik dat nu wel dan?” Ik onderdruk mijn glimlach. Meestal moet ik namelijk als een kapotte grammofoonplaat volhouden dat ze echt niet ziek is, grappig dat ik haar nu moet uitleggen – met haar bijna 40 graden koorts – dat ze nu toch echt wél ziek is.

“Moet ik dan naar de dokter?” Zacht jammerend snikt ze “dat wil ik niet hoor, ik ga niet naar de dokter!” ‘Dat hoeft ook niet schat, je hebt een heel knap en sterk lijf, dat maakt jou vanzelf weer beter. Maar dat duurt een paar dagen.’

“Maar ik voel me zo ráár, dat vind ik eng, ik wil dat niet.” ‘Je lijf voelt helemaal anders als je griep hebt. Dat is heel gewoon maar omdat je dat niet gewend bent is dat voor jou heel gek. Dat vind je een beetje spannend hè?’ “Ja! Dat is echt heel gek hoor. Mijn keel voelt raar en net smaakte het drinken heel gek en mijn hoofd doet zo’n zeer. Is dat nou ziek zijn? Dat heb ik nog nooit meegemaakt…”

Ze zakt achterover in de kussens op de bank. In haar woorden klinkt oprechte verwondering. Wat haar nou toch allemaal overkomt. Dit gaat ze ‘s even goed observeren. Eindelijk ontspant het gespannen lijfje. Volmaakt tevreden zinkt ze weg in een diepe slaap.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 15 reacties

Het Lijf XI

Terwijl de kinderen aan de ouders de dans laten zien, die ze tijdens de workshop die ochtend hebben aangeleerd, valt me op dat mijn oudste zo mat is. Zo is ze nooit als ze danst. Ze is altijd één brok energie, de power spat er vanaf als op het podium staat. Maar nu dus niet. Na afloop komt ze meteen naar me toe. ‘Ik heb zo’n hoofdpijn’ zegt ze klagend. ‘s Ochtends had ze dat ook al gezegd maar omdat elke afwijking van het normale door haar als drama wordt gebracht neem ik dat soort klachten in eerste instantie met een korreltje zout. Ik kan me niet heugen wanneer ze echt ziek is geweest, zo ijzersterk is dat meisje. “Voel je je niet lekker? Zullen we naar huis gaan?” Geen optie natuurlijk als de planning is dat ze twee dansworkshops achter elkaar doet. Dus nee, dat hoeft niet, ze is alweer op weg naar de andere zaal. ‘Bij de hiphop en breakdance hoef ik denk ik niet zo te springen, dat gaat wel goed. Ga maar, ik ga niet mee.’ En weg is ze.

Als ik haar anderhalf uur later ophaal staat ze daar weer zo tammetjes mee te doen. Voor haar doen dan. Dat hele lijfje lijkt op 80% te draaien terwijl ik haar niet anders ken dan op 120%. Na afloop komt er geen boe of bah uit, maar dat is dan weer wél normaal. ‘Wanneer gaan we naar het feestje?’ Haar neefje en nichtje vieren hun verjaardagen. “Ik twijfel nog meissie, eerst ‘s even kijken hoe het met jou gaat.” ‘Er is niks met mij’, roept ze meteen boos, ‘ik heb alleen hoofdpijn en ik ben moe, dat gaat zo wel over.’ Dat laatste deel is mijn tekst, die hoor ik haar nooit zeggen, ik vrees dat ze echt ziek is. Maar ja, een feestje met snoep dat eigenlijk op het programma staat, daar moet ik niet aan gaan tornen. Ik maak me uit de voeten om een was in de machine te gooien, uitstel van executie…
 
Hoewel, ik mag haar niet aanraken om te voelen of ze warm is maar ik kan haar wel temperaturen natuurlijk. Dat doen we ook als we het oneens zijn over ziek/schoolziek. De thermometer heeft immers altijd gelijk. En wat dacht je wat, ‘t meisje heeft 38.6, diezelfde avond oplopend naar 39.6, ziek dus. Tot haar stomme verbazing want ‘Ik ben toch nooit ziek? Hoe kan ik nu dan ziek zijn?’

Gepost in ex-Volkskrantblog | 6 reacties

Instanties IX

Binnen een week mailt mijn engel Sarah de PGB aanvraag. Het is een voorstel, schrijft ze, ik mag nog aanvullen of wijzigen als er dingen niet kloppen of ze me niet goed begrepen heeft. Ik haal diep adem voordat ik het document open, ik weet van de aanvraag voor het rugzakje hoe hard het aankomt als er zwart op wit staat wat je kind allemaal niet kan. Ook daarom valt het me zo moeilijk om zelf die papieren in te vullen, ik wil uitgaan van de mogelijkheden. Dat is al uitdaging genoeg.

Ik probeer diagonaal te lezen, maar het hakketakt van het ene item naar het andere dus er rest mij niets anders dan vooraan beginnen en het helemaal door te lezen. Sarah heeft uit ons gesprek haarfijn de pijnpunten gefilterd. Dat heeft ze dus goed gedaan. Wat een ellende als je het allemaal op een rij ziet staan. Maar het is wel waar allemaal. De stelligheid waarmee het is opgeschreven doet hard aan, toch is het niet zwaar overdreven wat er staat. Ik druk mezelf op het hart om het niet af te willen zwakken, dit is de taal die de indicatiecommissie bezigt. Deze formuleringen passen in de beleidsregels waar zij mee moeten werken.

In anderhalf A4tje worden de voetangels en klemmen opgenoemd. Is dit mijn dochter? Nee, of, ja dit is mijn dochter óók. Er staat niets onwaars in. Ik mail mijn engel dat ik blij ben met haar stuk. Gooi maar op de post. Op hoop van zegen!

Gepost in ex-Volkskrantblog | 7 reacties