Maandelijks archief: november 2006

Het Lijf IV

Pas toen mijn jongste wekenlang het telkens weer op een brullen zette zodra we buiten waren viel bij mij het kwartje; dat kind heeft het koud. En ik schaamde me diep. Maar ik was het niet gewend. Mijn oudste heeft het nooit koud, ook niet warm trouwens. Dus toen zij een baby was vond ik dat gemiep met mutsjes, sjaaltjes,maillotjes, sokjes en wollen hemdjes maar aanstellerig gedoe van overbezorgde ouders. Mijn meisje trok ik gewoon een jas aan en huppekee mee naar buiten…

Nou heb je natuurlijk koukleumen en warmbloedigen. En ik heb er van elk één. Langzaamaan wordt echter duidelijk dat die oudste er wel een heel bijzondere temperatuurvoorkeuren op na houdt. Als baby/peuter eet ze vaste voeding bij voorkeur koud en ze weigert warme dranken. Hartje winter heeft ze geen behoefte aan een das of wanten en gaat het liefst met open jas want ‘Ik heb een kacheltje in mijn buik mam’. En in het zwembad aarzelt ze niet om in het koude dompelbad van de bijbehorende sauna te springen.

Zuslief heeft in de winter een extra deken op haar bed en een kruik erbij nodig om niet midden in de nacht wakker te worden van de kou. Meisjelief niet, die slaapt zonder pyjama en ligt dan nog te zweten. Toch heeft ze vorig jaar het genot van een warme kruik in bed ontdekt. Althans, wat ze er precies fijn aan vindt dat weet ik niet want ze eist ‘m zó verschrikkelijk heet dat ’t bepaald kindonvriendelijk is. En wat ze vanavond in bad uitspookte benam me plaatsvervangend de adem; eerst het bad vullen met steeds heter water en dan plots besluiten het hoofd onder de ijskoude kraan te steken.

Wat is dat, hoe kan dat? Is ze de reïncarnatie van een oude Zweed, een gevoelloos monster of is het haar manier om het lijf, om haar begrenzing te ervaren?

Gepost in ex-Volkskrantblog | 15 reacties

Naar de tandarts III

Het is weer tijd om naar de tandarts te gaan. Voor een gewone halfjaarlijkse controle. Maar laat dat gewone maar weg. Toen ik de laatste keer de afspraak op de familie-agenda zette was ik me nog niet voldoende bewust dat het leesonderwijs in groep 3 mijn meisje een half jaar later alles zou doen spellen wat van haar gading is. Op het moment dat we de maand omslaan snelt ze toe om te kijken wat haar allemaal te doen staat. En plotseling staat daar, ergens halverwege de bladzijde, 14.00u tandarts in haar vakje. Paniek! ‘Mama, mama, mama, wat staat daar? Wat is dat?’ “Eh, dat zie ik zo gauw niet, dat komt wel, dat is nog zo ver weg” probeer ik ermee weg te komen. Hopeloze zaak natuurlijk. ‘T-a-n-dd-a-r-t-s, is dat voor mij? Moet ik echt naar de tandarts? Wanneer dan, waarom dan, ik wil niet. Ik wil niet naar de tandarts!’ barst het naast mij los. “Lieverd, ik weet dat je het niet leuk vindt maar we gaan wel. Alle mensen gaan elk half jaar naar de tandarts zodat hun gebit goed gezond blijft. Het duurt nog heel lang, weet je wat, we vergeten het en ik vertel het je pas vlak van tevoren.” Tja, dat had ik eerder moeten bedenken, dat is nu te laat. Tien dagen lang beginnen en eindigen we de dag met dezelfde riedel. Zij in paniek, ik bezweer haar dat het goed komt en probeer het loopje in haar hoofd te stoppen door te zeggen dat we er – voor vandaag, dat is het hoogst haalbare – niet meer over praten. 

En dan is het zo ver. Ik grabbel mijn moed, mijn vertrouwen en mijn zen bijeen en neem mijn meisje mee. We rijden naar de stad en tussen het klappertanden door vraagt ze wat de tandarts gaat doen. “Het is een controle. Dat betekent dat ze kijkt hoe het met je tanden en kiezen is. Meestal doen ze dat met een spiegeltje en met een haakje.” ‘Een háákje?! Doet dat pijn?’ “De tandarts laat het van tevoren allemaal zien, dan weet je precies wat ze gaat doen.” ‘En als ik dan een gaatje heb? Wat gaat ze dan doen?’ en ze begint zachtjes te jammeren. Ik weet niet hoe dat werkt bij deze tandarts, of ze als er maar één gaatje is dat in een moeite door weggewerkt wordt of dat er dan een andere afspraak gemaakt wordt. Beide is waarschijnlijk even erg en dus zeg ik maar “Ik weet het niet, soms maken ze dan een nieuwe afspraak en soms maken ze het meteen.” Het gehuil breekt nu echt door en ik leg mijn hand op haar been. Ze laat hem liggen, dat is mooi. We zijn een paar minuten stil, nou ja, ik ben stil. “Je vindt het vervelend dat je niet weet wat er precies gaat gebeuren hè. Wat zou je daar aan kunnen doen?” Met een wanhopige blik kijkt ze me aan ‘kan jij het me vertellen?’ “Ik weet het ook niet precies, wel een beetje, maar niet precies.” ‘En de tandarts?’ “Die weet het natuurlijk wel.” ‘Maar ik durf dat niet te vragen.’ “En wat zou je wel durven?” ‘Ik weet het niet. Ik ben zo bang.’ “Is het een idee om als we binnenkomen meteen te vertellen dat je het zo spannend vindt? En dat je graag wil dat ze van tevoren vertelt wat ze allemaal gaat doen?” ‘Wil jij dat doen?’ “Ik ga natuurlijk met je mee maar ik denk dat het beter is als jij het zélf vertelt aan de tandarts.” Tot mijn grote verrassing zie ik haar gezicht een klein beetje opklaren ‘OK’ zegt ze en precies op dat moment zijn we er.

We wachten en dat is niet leuk. Dan zwaait de deur open en we gaan naar binnen. Op de drempel blijft ze staan en op haar bibberige benen ze steekt meteen van wal: ‘Ik wil eerst iets zeggen. Ik vind het heel erg spannend en ik wil graag dat je eerst vertelt wat je precies gaat doen.’ Ik ben apetrots op haar, de tranen schieten in mijn ogen. De tandarts legt uit wat een controle is en dat ze alleen dat doet wat ze nu afspreekt. Als er meer moet gebeuren maken we een nieuwe afspraak. Meisjelief is er nog niet helemaal gerust op maar gaat wel op de stoel liggen. Bij elke nieuwe handeling vliegt ze overeind en eist een verklaring. Enigzins geamuseerd kijk ik toe. Ik moet dichtbij blijven zitten maar hoef niet haar hand vast te houden. Wat is het mooi om te zien dat ze voelt dat ze – een beetje – grip heeft op de situatie en wat doet haar dat goed.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 13 reacties

School III

Juf vraagt zich af waarom dochterlief bij het klassikaal (hardop) rekenen tot de beste behoort maar bij het zelfstandig werken niet vooruit te branden is. Ze krijgt net al de andere goede rekenaars werkbladen waarmee ze zelf aan de slag mogen. Dat doet meisjelief wel, en alles wat ze maakt is correct, maar hopeloos traag. Aldus de juf. “Je mag wel iets meer afmaken hoor, zeg ik dan. En dan kijkt ze me aan met een verbaasde blik en zegt ‘maar ik werk toch goed juf?’ En tja, ik geloof ook echt dat ze denkt dat ze hard werkt. Maar die anderen gaan als een speer door dat boekje heen en zij heeft nu met moeite de tweede taak pas af.” 

Hm, misschien gek maar echt verbaasd ben ik niet. Ik zoek, ik voel, ergens zit er iets, ik herken het wel maar ik kom er nog niet bij. “Snapt ze wat ze moet doen juf? Is het misschien nodig de opdracht in meer stukjes te verdelen?” Juf denkt na en komt tot de slotsom dat het daar niet aan ligt. “Is ze bang om het niet goed te doen? Wil ze geen fouten maken en controleert ze eindeloos wat ze doet?” Dat is een overweging voor de juf maar ze is nog niet overtuigd. Dan flitst door mijn hoofd “tempo maken bij het fietsen, aankleden” en ik voel dat ik er bíjna ben. De klok! Natuurlijk de klok, die is voor mijn meisje essentieel in het grip krijgen op de taken die haar worden opgelegd. “Het is misschien wat ongebruikelijk, zeker bij kinderen op deze leeftijd, maar ik denk dat je haar helpt om de klok erbij te gebruiken. Dat je zegt, we gaan zolang rekenen en dan verwacht ik dat je zoveel bladzijden af hebt. Dan heeft ze houvast, een richting, dan weet ze wat er van haar verwacht wordt.” We praten nog een beetje door over hoe wij dat thuis veelvuldig toepassen en de juf besluit te zoeken naar een manier waarop ze dat zou kunnen toepassen zonder dat ’t meisje het als druk gaat ervaren.

Vandaag belde er een blije juf. Het werkt als een speer. De eerste keer had meisjelief haar verwonderd aangekeken en gevraagd ‘Echt? Moet ik dat allemaal af hebben?’ En toen juf antwoordde dat ze dacht dat mijn dochter dat wel zou kunnen volgde het droge ‘OK’ en ging ze aan de slag. Dat doen ze nu sinds de herfstvakantie en het gaat ontzettend goed. Ze heeft haar werk steeds af en vaak nog meer. En ze raffelt het niet af, het is goed gemaakt, consciëntieus en met plezier bovendien. Juf is blij, ik niet minder!

Gepost in ex-Volkskrantblog | 13 reacties

Vriendjes IV

Mijn meisje is zo trouw, zo verschrikkelijk onaards niet-meer-van-deze-tijd-hondsloyaal. Dat zat er al vroeg in. Ik weet nog goed wanneer dat voor het eerst goed tot me doordrong. Ze is 3,5 en stapelgek op de dochter van mijn vriendin. Een meid die 3 jaar ouder is en die het heerlijk vindt om met zo’n kleintje rond te sjouwen en zich groot te voelen. Al zien ze elkaar niet veel want we wonen 150 km uit elkaar. Die paar keer per jaar dat ze elkaar treffen pikken ze echter zo de draad weer op en het is heerlijk om die twee samen te zien stralen. Op een dag zijn meisjelief en ik bij een kinderconcert. Er wordt gevraagd aan de zaal; Als je héél héél bang bent, bij wie wil je dan het liefste zijn? De hele zaal vol kinderen roept: “Mama!!!” Maar naast mij klinkt – vanuit haar tenen – “Bij Minna!”

Gepost in ex-Volkskrantblog | 6 reacties