Maandelijks archief: september 2006

En wij dan? II

“Mama, hoe laat is het?” ‘Eh, het is kwart over acht’ antwoord ik op de automatische piloot. “Nietus! Het is 13 minuten over acht.” Oh ja, sorry hoor, ik was even vergeten dat ik zo’n exact meisje heb, kijk dan verdorie zélf op de klok wat maken die twee minuten nou uit, ‘men’ rondt dat af dat heb ik je toch al tig keer vertelt – gromt het in mijn hoofd. Maar het heeft geen zin, want voor mijn oudste is 13 minuten over acht ongelijk aan kwart over acht.

“Mama, je rijdt te hard!” ‘Nee hoor, je mag hier 80. Laat mij nou maar rijden.’ “Ja dat klopt dat je hier 80 mag, maar jij rijdt 82.”Oh die verdomde digitale kilometerteller en waarom heeft Renault bedacht dat die in het midden van het dashboard moet zitten in plaats van direct achter het stuur waar bemoeit die griet zich toch mee, ik plak nog ’s een pleister op die beweterige mond van d’r, ieder ander kind van zeven houdt zich toch niet bezig met de borden langs de weg en waarom vaart ze nou nooit eens blind op wat een volwassene doet – gromt het in mijn hoofd. Maar het heeft geen zin, want strikt genomen heeft ze gelijk.

“Mama, we moeten nog tandenpoetsen!” ‘Het is al laat, hoogste bedtijd. Het hoort eigenlijk niet maar vandaag slaan we dat een keertje over’ zeg ik haar op samenzweerderige toon. “Maar dat mag niet! En hoef ik dan ook niet mijn pyjama aan en nee ik hoef ook niet te plassen en ah toe doe je nog een verhaal, of twee? Nee, niet het licht uit doen! Pak even mijn stiften beneden dan ga ik nog tekenen…” Wel hier en me ginder, nog verder van huis, ik ben zo moe en ik wou het een keertje makkelijk doen, ik had het ook kunnen weten dit werkt natuurlijk niet, waarom heb ik nou niet héél iets langer, beter, slimmer nagedacht voordat ik dat uit mijn mond liet vallen – gromt het in mijn hoofd, maar het is al te laat.

Altijd, altijd moet ik heel goed van tevoren nadenken over wat ik zeg en doe. Weten welke consequenties dat gaat hebben, voorzien op welke weerstanden ik ga stuiten, voorkomen dat er valse verwachtingen worden gewekt. Nooit, nooit kan ik wegkomen met een slechte dag want die krijg ik diezelfde dag plus de dagen erna driedubbel en dwars terug op mijn brood. En dan kan ik ook nog in de weer met die mensen die zeggen dat ik het wat meer los moet laten. Ik zou ze wel eens willen zien, wat langer dan een uurtje of een dag de verantwoordelijkheid dragen voor een kind waarbij je consequent moet zijn tot in de dood. Ik zou ze kunnen opvegen na 36 uur.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 9 reacties

Diagnose III

Na al dat gepieker over waar te beginnen kom ik tot de bevrijdende ontdekking dat ik nog niet hoef te weten wat er aan de hand is en waar te starten. Dat is juist mijn vraag. Als ik het antwoord al zou kennen was het niet zo’n zoektocht. Het klinkt te triviaal voor woorden maar er valt op dat moment een pak van mijn schouders. Omdat ik een goede ervaring heb met een kinderarts die verbonden is aan een praktijk waar men multidisciplinair werkt besluit ik de oudste daar aan te melden. Vooraf lever ik een vragenlijst in en stuur op een A4-tje mee wat mijn vraag is. Ik schrik me een hoedje als ik de oproep krijg en zie dat mijn dochter niet door de kinderarts maar ‘gezien de aard van de problematiek’ een afspraak bij de psychiater heeft.

Dagenlang worstel ik hoe ik mijn oudste ga vertellen dat we naar de psychiater gaan. Ze is immers panisch voor dokters en we komen nergens als ze haar kont tegen de krib gooit. En wat zeg ik dan wat we daar gaan doen, terwijl ik dat zelf nog nauwelijks weet? En wanneer zeg ik het haar, wat is een goed moment? En dan, op een avond waarop ze niet in slaap kan komen, op een moment dat je goed beschouwd als slecht getimed zou zien, flap ik het eruit als ik me plotseling herinner hoe ze over zichzelf als bangelaar sprak:

“Ik heb een afspraak gemaakt met een praat- en speelmevrouw die gaat proberen jou te helpen zodat je niet meer zo’n bangeling hoeft te zijn.” Haar ogen beginnen te stralen… ‘Echt? Maar hoe gaat ze dat dan doen. Oeoe ik vind het spannend, oh zie je nou ben ik meteen alweer bang. Misschien verkleedt ze zich wel als spook.’ “Gekkie, ze weet toch dat veel kinderen dat niet leuk vinden. Dat doet ze echt niet.” ‘Maar wat gaat ze dan doen, hoe doet ze dat dan. Kan dat wel?’ “Lieverd als ik dat wist dan zou ik het je ook kunnen leren. Deze mevrouw heeft daarvoor geleerd en dus gaan we kijken of ze je kan helpen” ‘Oh ja. Daarom gaat ze zich misschien als spook verkleden, en dan kijkt ze of ik daar bang voor ben en dat bén ik natuurlijk.’

“We gaan eerst naar die mevrouw, die praat dan een half uurtje met mij en jij speelt dan in de wachtkamer en daarna gaat ze met jou spelletjes doen en praten.” ‘Hoe ziet het er daar dan uit? En ik hoop dat ze mooi is want oe ik vind het niet leuk als ze lelijk is. Ik hoop dat ze van die gladde bruine haren heeft, tot hier (wijst op haar schouders) en hoge hakken. En dat ze geen spokenkleren aandoet en ook niet zulke hele lange haren (wijst op haar billen) want dat vind ik ook een beetje eng. En hoe ziet het er daar dan uit en wat hebben spelletjes doen er nou mee te maken, dat helpt toch niet? Maar ga ik daar dan bijvoorbeeld elke week naar toe?’ “Ja misschien wel, dat weten we nu nog niet. En de oppas gaat de eerste keer mee zodat je niet helemaal alleen hoeft te zijn in de wachtkamer.

En naast deze mevrouw gaan we dan ook nog een keer bij een mevrouw langs die jou gaat masseren en een mevrouw die met je gaat tekenen en schilderen. En samen bedenken ze dan hoe ze jou het beste kunnen helpen.” ‘Tekenen en schilderen, wat kan je daar nou mee doen? Oh ik weet het al, dat leidt af en dan hoef je niet te denken aan bang zijn, daar is dat voor.’

En zo praten we nog even door over hoe het er daar uitziet, en dat we de folder en de website zullen bekijken. Ze is heel blij en tevreden dat we daar naar toegaan, en ze vindt het vooral leuk-spannend. Blij en verward ga ik naar beneden. Wat heerlijk dat ze het zo goed oppakt, déze reactie had ik in mijn stoutste dromen niet durven verwachten. Op naar de psychiater.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 18 reacties

Zusjes II

De jongste liet gelukkig van kleinsaf aan niet over zich heen lopen (en dat is een kunst met zo’n dwingende grote zus) maar de laatste tijd blaft ze wel erg venijnig van zich af. Terwijl het niet haar aard is. Iedereen die haar kent noemt haar als vanzelf een zonnetje, en dat is het ook. Een kind dat straalt en de mensen om haar heen verwarmd. Moeders staan steevast te glimmen van genoegen wanneer ik haar kom ophalen van een middag spelen. En niet omdat ze blij zijn dat mijn kind weer vertrekt maar omdat ze een hele middag geen omkijken naar het kroost hebben gehad. ‘Zo’n gezellig kind’, kirren ze dan ‘daar kun je er wel tien van hebben’. Niet helemaal het beeld dat ze nú laat zien. De kleuterjuf laat me zelfs bezorgd weten dat de jonge griet de afgelopen week tot drie keer toe hoogoplopende ruzie met haar hartsvriendinnen heeft gemaakt en dat ze daarbij flink geslagen en zelfs gebeten heeft. Oei, dat is niet best.

Onwillekeurig dringt zich een parallel op. Sinds de meivakantie is mijn kleine meisje in rap tempo groot aan het worden. Ze schiet de lucht in, maakt grote oei-ik-groei-sprongen in haar emotionele en cognitieve ontwikkeling én voor het eerst in haar leventje is ze bij flinke fysieke inspanning tot kotsen toe benauwd. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit alles staat voor een grote behoefte aan ruimte.

En daar zit ‘m de crux. Hoe combineer je in één gezin de opvoeding voor twee zulke verschillende kinderen? Voor de jongste zou het goed zijn om af en toe te marchanderen met de regels, om gekke invallen voor uitjes gewoon op te volgen en om veel aaibare huisdieren in huis te halen. Maar de oudste wordt onuitstaanbaar van uitzonderingen op de regel, gooit de kont tegen de krib als je er onverwacht op uit wil trekken en is panisch voor al wat kruipt zonder batterijen. Wat ontegenzeggelijk waar is, is dat in mijn hoofd het afgelopen jaar veel aandacht en energie naar de oudste is gegaan. Ik heb geprobeerd de kinderen daar weinig van te laten merken maar waarschijnlijk is dat een onmogelijke opgave. Misschien werkt het zo dat mijn zonnetje stampei maakt opdat zij nu aan haar trekken komt. En dat mag, al is het even wennen.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 7 reacties

Diagnose II

Op stap dus met de oudste. Maar waar begin je dan? Wat is de vraag, naar welk antwoord ben ik op zoek? Ik zie vooral een angstig meisje dat erg veel structuur nodig heeft en heel vaak erg boos is. Dat ík daar last van heb lijkt me van secundair belang, het gaat mij erom dat ik zie dat het haar remt in haar ontwikkeling. Ik bedoel, wanneer een zesjarige een potentieel vriendje eerst vraagt of hij of zij huisdieren heeft en wanneer dat het geval is de kans op vriendschap meteen voor bekeken verklaard, dan ontzeg je je als kind toch iets essentieels?

Ik loop 3 weken rond met de vraag waar te beginnen, hoe, bij wie en waarom. Dan word ik geveld door een stevige griep met hoge koorts. Drie dagen lang broed ik koortsig op mijn kind. En met het opknappen begint er een structuur te dagen. Het is me opgevallen dat er grote verschillen zijn waar te nemen in het zomermeisje en het wintermeisje. Elk voorjaar is er opeens dat moment dat ik me afvraag waar ik nou al die tijd zo moeilijk over heb gedaan. Kijk dan wat een mooie stralende vrolijke meid daar buiten aan het fietsen is! En dat ze wat meer structuur en regels nodig heeft, ach daar valt wel mee te leven. Het is een kind met een hele sterke wil, daar kan ze later profijt van hebben. En zeg nou zelf, zo’n kind dat als een boeddha naar het plafond ligt te staren daar zit toch ook geen leven in? Met het ouder worden lijkt ze bovendien meer grip te krijgen op zichzelf en de wereld om haar heen. En dan, zo ergens in oktober, loopt het steeds moeizamer en piepend en krakend komt alles tot stilstand. Alle opgebouwde positieve ervaringen verdwijnen als sneeuw voor de zon, ’t meisje is weer bang voor vanalles en nog wat, is claimend als de eerste de beste tweejarige in de peuterpuberteit en niets maar dan ook niets is goed genoeg.

Ik ben zo eigenwijs te denken dat ik aan de opvoedingskant al alles doe wat in mijn macht ligt. Toch lukt het daarmee niet om mijn meisje aan structureel meer basisvertrouwen te helpen. Het lijkt me een constitutiekwestie en dus is mijn vraag of het mogelijk is haar wat ondersteuning te bieden om in elk geval een steviger basis te leggen. Want als je pas op je twintigste aan de slag gaat om te leren leven met je hebben en houwen, dan moet er vaak eerst zoveel rommel en ruis opgeruimd. Laten we daarom proberen haar nu alvast dat gereedschap aan te reiken.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 8 reacties

Inzichten III

Meisjelief is ziekig en heeft nare heftige hoestbuien die haar wakker maken. Ze is bang om over te geven “want dat ziet er zo vies uit” en ze jammerklaagt “dit komt nooit meer goe-oed”. Op verzoek kom ik even bij haar liggen. Ik vraag haar te denken aan fijne dingen, de zon op haar huid, lopen over het strand of denk maar aan Frankrijk en lekker van de grote waterglijbaan afroetsjen. “Die is niet zo groot hoor” zegt ze een beetje verontwaardigd.

En dan na een korte stilte:
“Ik ben altijd bang om jullie kwijt te raken.”
‘Ja dat weet ik, en wat zou je dan doen?’ Het komt bij mij aan als een mokerslag maar ik probeer er maar een lesje ‘denken in oplossingen’ van te maken.
“Ik zou naar het huisje lopen en net zo lang wachten en wachten en wachten totdat jullie komen.”
‘Dat is goed bedacht want we komen daar natuurlijk altijd terug.’
“Of ik zou iemand vragen of ie wil helpen mijn vader te zoeken, maar misschien vraag ik het dan wel aan papa, of aan jou of aan mijn zusje maar dan zie ik dat niet…”
‘Dat je ons dan niet herkent?’ probeer ik, want ze klinkt serieus.
“Ja want dan is het zo druk in mijn hoofd.” Ik zeg dat ik het snap dat het druk in je hoofd wordt als je bang bent en we lachen er ook een beetje om en dan zegt ze opeens:
“Ik ben eigenlijk maar een bangelaar, ik altijd maar bang.”
‘En vind je dat vervelend?’ vraag ik haar, want ik vraag me wel eens af of ik het niet groter maak dan nodig is.
“Ja.”
‘Want..’
“Want dat moet niet”, zegt ze meteen en dan ze stokt even. Dan probeert ze “want dan lachen andere kinderen je uit”. Ze weet denk ik niet hoe ze het anders onder woorden moet brengen, het gevoel dat ze anders is dan de anderen.

Ik weet genoeg, ik had al besloten om hulp te gaan zoeken, ik weet nu dat mijn meisje dat, uiteindelijk, ook op prijs zal stellen.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 7 reacties

Diagnose I

Het eerste jaar met onze oudste is geen feest, en dat is een understatement. Ze is continu boos, lacht zelden, is bijzonder dwingend en ik kan haar er niet op betrappen ergens van te genieten. ‘Kinderen hebben is heel zwaar maar je krijgt er zoveel voor terug’ zeggen ze dan; crap van de eerste orde. In de prullenbak ermee denk ik teleurgesteld. Ik denk dat ik gewoon niet zo geschikt ben voor dat eerste levensjaar, verzorgen zit mij niet echt in het bloed zullen we maar zeggen.

Ze is nog geen uur oud als de kraamzuster zegt: “Wat een bijzonder kind, ze kijkt je meteen aan hè?” En hoe! Dit meisje doorbóórt me met haar diepe donkere ogen, ze fixeert haar blik en dringt diep door tot in mijn ziel. Als het geen kind was zou ik er bang van worden. “Een oude ziel” zegt mijn vriendin en met haar vijf weken oud lijkt dit kleine babytje inderdaad verdacht vaak op een wijs oud mannetje. Daar zit ze bij mijn schoonmoeder op schoot, omhoog te kijken, en ik vraag me af ‘wie onderwijst hier nu wie’. Met zeven maanden trekt ze zich aan alles op en loopt langs richels en randen. Vanaf dat moment wordt mij steeds vaker gezegd ‘zou je haar niet eens laten testen?’

Maar waarom dan, vraag ik mij oprecht af. Omdat ze zo snel gaat? Dat is toch eerder een zegen dan een probleem? Enig aandachtspunt daarbij is dat ze niet alleen de cognitieve kant opzoekt maar ook gevoel ontwikkelt voor de sociale en emotionele kant en liefst nog wat kunstzinnigheid erbij. Uiteindelijk draait het er in het leven om dat je de balans vindt en daar zullen we haar een beetje bij moeten helpen. Wat kan een etiketje daar aan bijdragen? Of is dat erg eigenwijs?

Zo hobbelen we een aantal jaren voort en intuïtief ontstaat er een manier om met dit kind dat bij ons is gaan horen om te gaan. Zoeken we naar een weg om sámen te kunnen leven op een manier die voor iedereen iets goeds kan brengen. Geen eenvoudige weg maar geleidelijk aan groeit het besef dat kinderen grootbrengen weinig met rozegeur en maneschijn te maken heeft. En dan, op een dag, na een lange tijd die meer in het teken van overleven dan samenleven heeft gestaan, overzie ik het slagveld en moet aan mezelf toegeven; ik heb alles gedaan wat in mijn vermogen ligt, meer kan ik niet doen en het is niet genoeg. En ik wil weten hoe we dit meisje kunnen ondersteunen in haar zoektocht naar balans. Wat daar nog meer voor nodig is dan liefhebbende structuurbiedende ouders. Het kost veel moeite om onder ogen te zien dat het geen teken van falen is om hulp te zoeken. Met grote schroom – want er zijn zoveel meer kinderen die er slechter aan toe zijn – zoek ik contact met een deskundige. Help mij, ik heb een vraag waar ik zelf niet uitkom.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 9 reacties

Zusjes I

foto‘Dát is niet eerlijk als zij niet naar school hoeft!’ Het is nog maar 7.30u en het is al hommeles. Ik ben de hele nacht af en aan in touw geweest om voor een ziek kind te zorgen en kan nu met mijn slaperige hoofd de strijd aanbinden met de oudste. “Meisjelief, ze is ziek. Daarom gaat ze niet naar school.” En prompt begint mijn jongste de longen uit haar zieke lijfje te huilen; ‘Ik wil wél naar school, ik kan dat best en ik wil ook naar het verjaardagspartijtje.’ “Liefje als je ziek bent dan gaat dat niet, wij maken er thuis wel een lekker dagje van.” ‘O-oh, dat is NIET eerlijk, dat vind ik niet leuk, ik wil ook niet naar school’ gaat de sirene van de oudste weer af. “Luister, dit is niet leuk, dit vind ik niet goed. Je zus is ziek dus daar moeten we goed voor zorgen en lief voor zijn. Ze heeft koorts, is benauwd en toen ze vannacht had overgegeven…,” ‘O, heeft ze overgegeven? Echt waar? Dat wist ik niet!’ onderbreekt de oudste me verontwaardigd, alsof ik haar dat vannacht had moeten komen rapporteren. Want overgeven is in haar beleving zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen als je ziek bent. De totale overgave die ermee gepaard gaat is absoluut niet aan haar besteed. En je wordt er nog vies van ook. De ziekte is gerechtvaardigd, de rust keert weer.

Zusjes zijn het, echte zusjes al is dat niet altijd meteen duidelijk. Ze schelen 22 maanden. De oudste is met haar donkere haar, bruine ogen, snel bruinende huid en nurkse uitstraling in alles een tegenpool van de jongste. Want die is blond met blauwe ogen, witjes en lichtvoetig straalt ze je tegemoet, als een zonnetje. (Menigeen heeft getwijfeld of de vader wel de verwekker van beide is, maar daar durf ik vergif op in te nemen.) Samen kunnen ze de wereld aan, al zijn er wel eens wolken aan de lucht.

Het is kwart voor acht. ‘Kom meisjelief, ontbijten.’ Het kleinste meisje heeft nergens zin in dus zet ik voor haar een DVD aan. ‘Dát is niet eerlijk!!! Dat zij mag televisie kijken en ik niet. Dan wil ik hier ontbijten.’ Ik zucht eens diep, pick your battles is een van mijn geliefde strategiën. Ik ben moe want ik heb nauwelijks geslapen, ik kies eieren voor mijn geld. En nee, dat is niet toegeven aan dat meisje dat zichzelf het middelpunt van het universum waant, dan zijn we nog verder van huis. Ik pak het koortstige lijfje op van de bank en fluister in haar oor ‘kom maar even lekker bij mij op schoot en dan mag je straks verder kijken’. Ze kijkt me aan en door de waterige oogjes heen schenkt ze me een begripvolle blik. Vijf jaar is ze en ze begrijpt al zoveel meer dan ooit is uitgesproken. Het gaat me aan mijn hart, dit druist tegen alle redelijkheid in en toch besluiten wij tweeën woordeloos dat het zo maar moet.

Wanneer het tijd is om naar school te gaan installeer ik mijn jongste voor de tv en ik stop haar nog ‘ns extra in. Ondertussen staat mijn grote blaag van zeven te trappelen van ongeduld. Want ze heeft bedacht dat zíj nu eindelijk eens bij mij achterop de fiets kan. Ik zucht nogmaals diep, breng in goede harmonie de oudste weg en rijd dan snel terug. Deze dag ga ik dat zieke zonnetje eens overdadig verwennen. Omdat ze ziek is maar vooral omdat ze er ook niks aan kan doen zo’n dwingende zus te hebben. En omdat ze zo lief is natuurlijk.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 30 reacties

En wij dan? I

fotoOp zoek naar informatie stuit ik op lotgenotencontact, verklarende verhalen van binnenuit, theorie, tegenstrijdige opvattingen en hier en daar een boek met tips en trucks om de goede knoppen te vinden bij de aspies en hb-tjes zoals ze liefkozend genoemd worden. Maar wij dan? De ouders? Wat doet het met ons en hoe leer je daar mee te dealen? Wat betekent het in het dagelijkse gezinsleven voor mij, mijn lief, mijn jongste? Waar kan ik heen met mijn woede en vertwijfeling? 

Ik las vandaag dat er een opleiding start voor Ouderschapsconsulent, ik juich dat initiatief van harte toe. Is het niet gek dat wij er als samenleving vanuit gaan dat iedereen zijn kinderen als vanzelf fatsoenlijk groot kan brengen? En wanneer dat niet lukt, is er iets mis met de ouders, die deugen niet. We vragen ons wél af hoe het in vredesnaam mogelijk is dat ouders kinderen mishandelen maar we vragen ons niet af hoe het mogelijk is – in de zin wat er voor nodig is – dat de meeste mensen heel behoorlijk met hun nageslacht omgaan. In het gezin is iedereen zó op elkaar aangewezen, er is geen ontsnappen aan. Een vriendschap kun je verbreken, een botte winkelier mijden maar je kinderen zet je niet buiten de deur wanneer ze moeilijker in de omgang zijn dan verwacht. In elk geval de eerste 18 jaar niet, er zijn huwelijken die korter duren. Wanneer je zozeer tot elkaar veroordeeld bent leidt dat onvermijdelijk tot hooggespannen verwachtingen en de keerzijde van die medaille is grote kwetsbaarheid. 

Het taboe op moeilijkheden rond opvoeden is nog altijd groot. Alle nannyprogramma’s ten spijt, op het schoolplein hoor je toch zelden een ouder verzuchten dat ie er gisteravond even helemaal doorheen zat. In de hulpverlening is er natuurlijk al wel langer aandacht voor ouderondersteuning maar dan ís het al misgegaan. We maken ons vooral zorgen óm ouders maar we zorgen niet vóór ouders. Wat zou het mooi zijn om te investeren in de kwaliteit van het ouderschap, voor iedereen. En nee, een ouderdiploma heft de broosheid van het ouderschap niet op maar het is al heel mooi als we overtuigd raken van het nut van reflectie. In goede en in slechte dagen.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 15 reacties