“Mama, hoe laat is het?” ‘Eh, het is kwart over acht’ antwoord ik op de automatische piloot. “Nietus! Het is 13 minuten over acht.” Oh ja, sorry hoor, ik was even vergeten dat ik zo’n exact meisje heb, kijk dan verdorie zélf op de klok wat maken die twee minuten nou uit, ‘men’ rondt dat af dat heb ik je toch al tig keer vertelt – gromt het in mijn hoofd. Maar het heeft geen zin, want voor mijn oudste is 13 minuten over acht ongelijk aan kwart over acht.
“Mama, je rijdt te hard!” ‘Nee hoor, je mag hier 80. Laat mij nou maar rijden.’ “Ja dat klopt dat je hier 80 mag, maar jij rijdt 82.”Oh die verdomde digitale kilometerteller en waarom heeft Renault bedacht dat die in het midden van het dashboard moet zitten in plaats van direct achter het stuur waar bemoeit die griet zich toch mee, ik plak nog ’s een pleister op die beweterige mond van d’r, ieder ander kind van zeven houdt zich toch niet bezig met de borden langs de weg en waarom vaart ze nou nooit eens blind op wat een volwassene doet – gromt het in mijn hoofd. Maar het heeft geen zin, want strikt genomen heeft ze gelijk.
“Mama, we moeten nog tandenpoetsen!” ‘Het is al laat, hoogste bedtijd. Het hoort eigenlijk niet maar vandaag slaan we dat een keertje over’ zeg ik haar op samenzweerderige toon. “Maar dat mag niet! En hoef ik dan ook niet mijn pyjama aan en nee ik hoef ook niet te plassen en ah toe doe je nog een verhaal, of twee? Nee, niet het licht uit doen! Pak even mijn stiften beneden dan ga ik nog tekenen…” Wel hier en me ginder, nog verder van huis, ik ben zo moe en ik wou het een keertje makkelijk doen, ik had het ook kunnen weten dit werkt natuurlijk niet, waarom heb ik nou niet héél iets langer, beter, slimmer nagedacht voordat ik dat uit mijn mond liet vallen – gromt het in mijn hoofd, maar het is al te laat.
Altijd, altijd moet ik heel goed van tevoren nadenken over wat ik zeg en doe. Weten welke consequenties dat gaat hebben, voorzien op welke weerstanden ik ga stuiten, voorkomen dat er valse verwachtingen worden gewekt. Nooit, nooit kan ik wegkomen met een slechte dag want die krijg ik diezelfde dag plus de dagen erna driedubbel en dwars terug op mijn brood. En dan kan ik ook nog in de weer met die mensen die zeggen dat ik het wat meer los moet laten. Ik zou ze wel eens willen zien, wat langer dan een uurtje of een dag de verantwoordelijkheid dragen voor een kind waarbij je consequent moet zijn tot in de dood. Ik zou ze kunnen opvegen na 36 uur.
Na al dat
De jongste liet gelukkig van kleinsaf aan niet over zich heen lopen (en dat is een kunst met zo’n 
Meisjelief is ziekig en heeft nare heftige hoestbuien die haar wakker maken. Ze is bang om over te geven “want dat ziet er zo vies uit” en ze jammerklaagt “dit komt nooit meer goe-oed”. Op verzoek kom ik even bij haar liggen. Ik vraag haar te denken aan fijne dingen, de zon op haar huid, lopen over het strand of denk maar aan Frankrijk en lekker van de grote waterglijbaan afroetsjen. “Die is niet zo groot hoor” zegt ze een beetje verontwaardigd.
Het eerste jaar met onze
‘Dát is niet eerlijk als zij niet naar school hoeft!’ Het is nog maar 7.30u en het is al hommeles. Ik ben de hele nacht af en aan in touw geweest om voor een ziek kind te zorgen en kan nu met mijn slaperige hoofd de strijd aanbinden met de oudste. “Meisjelief, ze is ziek. Daarom gaat ze niet naar school.” En prompt begint mijn jongste de longen uit haar zieke lijfje te huilen; ‘Ik wil wél naar school, ik kan dat best en ik wil ook naar het verjaardagspartijtje.’ “Liefje als je ziek bent dan gaat dat niet, wij maken er thuis wel een lekker dagje van.” ‘O-oh, dat is NIET eerlijk, dat vind ik niet leuk, ik wil ook niet naar school’ gaat de sirene van de oudste weer af. “Luister, dit is niet leuk, dit vind ik niet goed. Je zus is ziek dus daar moeten we goed voor zorgen en lief voor zijn. Ze heeft koorts, is benauwd en toen ze vannacht had overgegeven…,” ‘O, heeft ze overgegeven? Echt waar? Dat wist ik niet!’ onderbreekt de oudste me verontwaardigd, alsof ik haar dat vannacht had moeten komen rapporteren. Want overgeven is in haar beleving zo’n beetje het ergste wat je kan overkomen als je ziek bent. De totale overgave die ermee gepaard gaat is absoluut niet aan haar besteed. En je wordt er nog vies van ook. De ziekte is gerechtvaardigd, de rust keert weer.
Op zoek naar informatie stuit ik op