Maandelijks archief: augustus 2006

Naar de tandarts II

fotoDaar zitten we dan, te wachten op onze beurt. Als een boeddha mediteer ik mijn mantra; ik ben hier voor haar, ik doe wat goed voor haar is, ze is boos maar dat raakt me niet. De deur van de spreekkamer gaat open en er huppelt een kind naar buiten. Het is zover. Onder mijn hand verstrakt het lijfje tot beton. De kindertandarts komt naar buiten en gaat rustig naast mijn dochter op de bank zitten, ze kent mijn meisje inmiddels en draait de gebruikelijke begroetingsprocedure gewoon om. Geduldig maakt ze contact en zegt dat we naar binnen moeten gaan. Eenmaal over de drempel slaan de bibbers pas echt toe en vlucht ze naar de hoek die het verst verwijderd is van de behandelstoel. We praten haar de stoel in en mama mag ernaast gaan zitten. Stel je voor, we zijn inmiddels tien minuten verder en het meisje zit nu stijf rechtop in de tandartsstoel en schreit bittere tranen.

De tandarts is een kanjer, ze legt precies uit wat ze gaat doen en doet dat stap voor stap. Ze is invoelend en streng tegelijk en maant het meisje tot kalmte wanneer ze merkt dat het gejammer overgaat van angst in melodramatisch theater. Met een hoofdknik wijst ze me op de voeten die nu niet meer strak gespannen zijn maar in een meer neutrale stand op de stoel rusten. Daar gaan we dan. Het is toch ook wel pech dat juist zo’n angsthaas van die slechte tanden treft. Want ze krijgt geen snoep en we poetsen dagelijks en ze heeft minder dan  zeven eetmomenten op een dag en toch vallen de gaten in het gebit. Ik hoop maar dat de ‘grote tanden’ straks van betere kwaliteit zijn.

Met het zweet op de rug, op mijn rug net zo goed als de hare, staan we op. De eerste paar keer voelde ik me zo schuldig wanneer ze het hele gebouw bijeen krijste (zelfs de receptioniste kwam poolshoogte nemen). Het schuldgevoel is weg, maar na afloop van zo’n exercitie kun je me wel opvegen. Klaar voor deze ronde. En ja hoor, honderduit kwettert het meisje ‘en ik krijg toch ook nog iets uit de doos?’ en ze grabbelt tussen de tattoos en kitschringen naar een K3-sleutelhanger. We zijn een half uur binnen geweest voor het vullen van één gaatje. Ze stuift door de wachtkamer naar buiten en heeft geen weet van de verbaasde blikken van ouders en de bedremmelde kinderen die haar nakijken. Die hadden op zijn minst een hoofd vol verband verwacht schat ik zo in…

Gepost in ex-Volkskrantblog | 12 reacties

Het Lijf III

foto“Welterusten lieverd, lekker slapen, morgen weer een nieuwe dag” en terwijl ik mij voorover buig om haar te zoenen word ik ruw weggeduwd. Huh? We hadden vandaag net zo’n goeie dag gemaakt samen, wat is dit nu? Is het een poging tot lijntrekken? Ik verman me en zeg “Nee kom, het is slaaptijd nu. Ik geef je een zoen en dan ga ik naar beneden.” ‘Ik wil geen zoen’ zegt het donderwolkje en ze kruipt diep onder de dekens weg. Ik sta in dubio, ben geneigd “O.K. ook goed” te zeggen maar dat voelt niet goed na zo’n fijne dag.

Vroeger toen het meisje nog een baby was kwam ze nooit echt lekker tegen me aangevleid. Ze wilde Rechtop! Vooruit! De wereld in leek het… Ze is mijn oudste en ik zocht er niets achter. Ik bedoel, je hebt meer en minder knuffelige types en dat mag toch? Ik vond het wel jammer dat ze zich nooit zo liet zoenen en verwennen. Vanaf één jaar werd stoeien de ingang tot lijfelijk contact. Ik was blij dat uit te vinden want het voelde toch wat ongemakkelijk om dat lijfje zo technisch te behandelen. Maar ‘t bleef beperkt, ze wilde nooit een hand, kwam niet op schoot en veegde consequent alle zoenen af.

Inmiddels zijn we een aantal jaren samen onderweg. Zij groeit, ik leer haar beter kennen en ze wordt in zekere zin toegankelijker. Sinds dit voorjaar weet ik sommig gedrag beter te plaatsen en daarmee is het beter te hebben. En toch. Juist zo bij het sluiten van de dag snijdt het door mijn ziel om weggeduwd te worden met ‘Ik wil geen zoen’.

Toen ze geen avondvoeding meer kreeg ging ik voor ’t slapen gaan nog even bij haar kijken. Voorzichtig gaf ik een kusje op dat boze bolletje dat zelfs slapend niet tot onschuld kwam. Geïrriteerd draaide ze haar hoofd weg. Tien minuten later lag ze te huilen in bed, troosten werkte averechts. En telkens wanneer ik gehoor gaf aan de oeroude behoefte om voor het te bedde gaan mijn kroost even toe te dekken en te kussen was het de drie kwartier daarop volgend één groot krijsend bal. Dus ja, wat doe je dan als je nachtrust je lief is. Ik passeerde de deur van haar kamertje voortaan op kousevoeten, en met pijn in het hart. Die pijn sleet. Pas twee jaar later, in een nieuw huis, waagde ik het weer. Héél voorzichtig beroerden mijn lippen ‘t slapende voorhoofd. Met een grom en grauw draaide ze zich om. Ik hield mijn adem in, maar ze werd niet wakker. Triomf!

Nou ja, triomf. Waarom wil ik eigenlijk mijn kind zoenen terwijl ze daar niet van gediend is? Zo zit ik daar nu ook weer, op de rand van het bed van mijn zevenjarige. Ik wil zeggen “Dan niet” maar in plaats van respect voel ik woede. En dát is wat er niet goed zit.

Soms met een grap en een grol krijg ik alsnog mijn avondzoen, soms steel ik hem met grof geweld.

Maar het is dus míjn avondzoen en het is er niet een voor haar.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 12 reacties

Inzichten II

fotoGek word ik ervan! Al die dagelijks terugkerende voor de hand liggende doe-dingen die ik eindeloos moet herhalen. Het idee is toch dat ze dat op een dag onthouden. Dat het inslijt en een gewoonte wordt. Dat is in de basis toch het idee van opvoeden; routines bijbrengen. Zelf voorleven en dat dan goed voorbeeld goed doet volgen. Of het nu gaat over ontbijten/haren kammen/jas en schoenen aan/tas mee naar school of poort van de tuin dichtdoen of wat je op de wc hoort te doen en laten en wat de riedel is bij het naar bed gaan. Elke dag moet ik duizend keer dezelfde kleine stapjes herhalen en het beklijft niet.

Bij het intelligentie-onderzoek wordt duidelijk dat dochterlief sterk visueel is ingesteld. En ook dat bij ze auditieve instructies beduidend onder haar nivo scoort. Eén plus één is twee, weer een puzzelstukje gevonden. Ik was op diverse plaatsen al het idee van pictogrammen tegengekomen maar het leek me in eerste instantie toch vooral handig voor groepsleiders in tehuizen. En ik had bovendien helemaal geen zin in een huis vol gelamineerde A4-tjes dat de hele dag extra herinnert aan de beperkingen van één kind, we leven hier met zijn allen. En wat zeg je dan tegen bezoek dat vragen stelt over die rare briefjes die overal hangen?

Het is duidelijk, ik was niet meteen om. Maar op een dag toen ik ’s avonds moe van de dag het spuugzat was om voor de duizendste keer de avondriedel af te steken volgde ik mijn intuïtie en pakte ik zo’n klein vierkant notitieblaadje waarop ik een paar heel simpele tekeningen maakte (ik ben niet zo’n talent). Binnen 10 seconden stond het meisje aan mijn zijde. ‘Wat doe jij?’ “Ik maak een briefje waarop je kunt zien wat je allemaal moet doen voordat je naar bed gaat, dan hoef ik het niet steeds te zeggen en kan je het zelf.” En tot mijn grote verbazing begon ze helemaal te stralen. Te strálen! Het werkt als een speer. En die kleine vierkantjes vallen niet zo op, stiekem verschijnen er steeds meer. Zoals vandaag toen er voor de zoveelste keer werd aangebeld terwijl-ik-toch-duidelijk-had-gezegd-dat-ze-het-touwtje-door-de-deur-moest-doen-en-anders-achterom-moest-komen-lopen. Briefje gemaakt, op de voordeur geplakt, voor het eerst in de drie jaar dat we hier wonen de hele dag geen omkijken naar gehad.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 16 reacties

Inzichten I

fotoNa een migraine-dag moet ik vaak nog een dagje nasudderen. Het zijn niet mijn beste dagen en de kinderen kunnen weinig goed doen. Sorry, ik ben geen (ijs)heilige. Zo’n dag was het dus. En bij het avondeten werd het me teveel, ik dreigde te gaan schreeuwen en had erg veel zin om flink om me heen te meppen naar die ongehoorzame kinderen van me. Bijtijds kwam het inzicht dat ’t waarschijnlijk vooral aan mezelf lag dat ik het gebruikelijke krakeel zo slecht verdroeg. Ik mompelde dat ik het niet meer trok en liep weg van tafel. Even naar boven, even op mezelf.

Na een poosje kwam oudste boven, ze zocht iets op haar kamer en zag mij op bed liggen. “Wat is er nou met jou mam?” ‘Ach laat me maar even, ik ben een beetje moe en verdrietig.’ “Waarom ben je dan verdrietig?” ‘Nou ik denk omdat het bij het avondeten leek alsof jij en je zus allemaal lelijke dingen tegen mij deden. Maar ik had gisteren heel erg hoofdpijn en daar ben ik vandaag nog erg moe van en daarom kan ik er denk ik niet zo goed tegen.” Triomfantelijk zegt ze ‘Nee mam weet je wat dat is? Dat zijn grapjes! Zo voel ik me ook als jullie dat met mij doen.’

Wat geeft ze me daarmee een mooi inkijkje. Wat is het bijzonder dat ze dat zo weet te verbinden en te verwoorden. En wat doet het pijn! 

Het schilderij is de Weeping Woman van Picasso

Gepost in ex-Volkskrantblog | 5 reacties

Vriendjes II

foto“Maar dat is toch gewoon niet eerlijk?!” Ze schreeuwt het uit op de fiets. “Ze pest mij, ze pest mij altijd!” We rijden terug van de vakantie-speelweek en dochterlief vertelt op hoge toon wat een buurmeisje nu weer tegen haar heeft gezegd. ‘Probeer het me eens rustig te vertellen lieverd, wat is er gebeurd?’ “Nou zij doet gewoon stom tegen mij. Ze zegt ‘meisje-dukje zit op een krukje, krak zegt het krukje, weg is meisje-dukje’ en dat doet ze expres.” 

Ik probeer een glimlach te onderdrukken, dit is zo’n typisch asperger-voorval weet ik nu. Onderscheid maken tussen plagen en pesten is zo verschrikkelijk moeilijk voor dit kind dat niet tussen de regels door kan lezen. Wanneer we thuis een grapje maken, met haar of met elkaar, verschijnt altijd weer een groot vraagteken op haar gezicht. En na haar aarzelend “was dit nou een grapje?” kan ze woest wegstampen “maar ik vind dat helemaal niet leuk, ik hou niet van grapjes” debiterend.

‘Ik denk dat ze het niet lelijk bedoeld, dat meisje-dukje.’ “Ja maar ik heet zo niet en ik vind het niet leuk en dan zegt ze ook nog ‘krak zegt het krukje, weg is meisje-dukje’ dus dat is lelijk want dan wil ze mij weg hebben.” Ik weet even niet hoe deze cirkelredenering te doorbreken. Het buurmeisje is een paar jaar ouder en vrijwel zeker vol goede bedoeling. ‘Je kan ook terugzeggen: Sophie-dukje, zit op een krukje, krak zegt het krukje, weg is Sophie-dukje.’ Ze kijkt me aan, vertwijfeld. ‘Ik denk namelijk dat het gewoon een grapjes-rijmpje is. Ik denk dat ze jou erg aardig vindt en het klinkt gek maar mensen die elkaar aardig vinden, plagen elkaar graag. Net zoals papa en ik.’ “Nou, ik denk het niet hoor” moppert ze nog voor de vorm, maar ik zie iets broeden in dat koppetje.

De volgende ochtend fietsen we weer naar de speelweek. Jongste zit bij mij achterop, oudste wijst de weg. Opeens hoor ik zachtjes naast me “zusje-dukje zit op een krukje, krak zegt het krukje, weg is zusje-dukje”. Jongste giert het uit, bij de oudste valt het kwartje.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 2 reacties

Het Lijf II

foto‘Meisjelief, uitkleden en in bad!’ “Ik ga niet in bad” is het nukkige antwoord. ‘Jawel, het is zaterdag. In bad, of onder de douche, en haren wassen.’ “En toch ga ik niet in bad en ik ga al helemaal geen haren wassen!” ‘Wie gaat er eerst, jij of je zus? Je mag ook samen.’ En als zuslief dan eerst wil dan wil zij eerst en andersom, zeer voorspelbaar. Goed, naar de badkamer dus. ‘Kom meis, uitkleden en dan erin’, zuchtend en steunend gaat het ene na het andere kledingstuk uit en uiteindelijk liggen ze verspreid over de hele eerste verdieping. ‘Wat vies is in de wasmand, wat je nog aankan over de stoel. Ga je kleren maar even bij elkaar pakken en uitzoeken.’ Met een beetje geluk werkt het, meestal verdwijnt alles in de wasmand, ook goed. Ondertussen doe ik een karweitje boven en probeer op die manier niet al te nadrukkelijk te wachten op haar (niet)actie. Sinds nog maar heel kort stapt ze zelf in het bad dat ik dan al heb laten vollopen. Ze wilde nog altijd mijn handen vasthouden bij het instappen, krukje of niet, antislipstickers maakt niet uit; ‘Ik kan dat niet, help me even’ en altijd voelde ik weer hoe eng ze het vond om in bad te stappen.

Wat is dat toch? Want als ze er eenmaal inzit is ze er het eerste uur met geen stok uít te krijgen. Als baby al krijste ze moord en brand in de tummytub. Niks gelukzalige glimlach en al dobberend herinneringen aan de baarmoeder ophalen. Diep ongelukkig, een en al krampachtigheid. Een badje was ook de oplossing niet. Weleda babybaddroesem deed ‘r niks. ’s Morgens, ’s middags of ’s avonds, vóór of na het voeden, mét of zonder een liedje het was één groot tranendal. Toen ze twee weken oud was nam ik haar dicht tegen me aan mee onder de douche en zowaar, dat accepteerde ze. Na verloop van maanden ontspande ze zelfs enigszins, al was het altijd krijsen zodra we haar ontblootten om mee in bad te nemen.

We hebben inmiddels strakke afspraken. Elke dag voor het slapen gaan tanden poetsen en mama poetst na(drama), snoet poetsen (drama), billen wassen (heb ik al gedaan *not*) en op woensdag en zaterdag in bad. Op zaterdag haren wassen. Alles wat met persoonlijke hygiëne te maken heeft lijkt problemen te geven. Haren kammen is ook zoiets. En schone onderbroeken… Het gaat wel beter, in héle kleine stapjes. Maar zoals de dochter van mijn vriendin – die drie jaar op haar voorloopt en waaraan ik in het begin mijn toekomst probeerde af te lezen – sinds haar vijfde zelfstandig doucht en tandenpoetst, nee, dat zal er de komende zes jaar niet inzitten vrees ik.

Gepost in ex-Volkskrantblog | 11 reacties

Vriendjes I

foto
De eerste dagen op vakantie is het altijd even zoeken. En dan druk ik me eufemistisch uit. Alles is nieuw en dat brengt veel onzekerheden met zich mee. Normaal kijk ik tegen etenstijd in de koelkast om te kijken wat ik ga klaarmaken, nu wordt ik geacht ’s morgens om 7.00u de vraag ‘Mam, wat eten we vanavond?’ te beantwoorden. Niet dat die vraag er eigenlijk toedoet maar het geeft haar blijkbaar houvast. Ik geef toe, het duurde een aantal vakanties voordat ik ’t in de gaten kreeg…

De eerste dagen is het de kunst om het benauwende geclaim te gedogen en geleidelijk haar blik naar buiten om te buigen. Gelukkig heeft ze een zus die daarbij bijzonder behulpzaam bij kan zijn. Het gevaar is dat ze zich helemaal op zuslief richt die van de weeromstuit dan ook begint te dreinen omdat er voor haar geen greintje ruimte overblijft. Goed, schipperen dus en de balans zoeken.

Dochterlief houdt van gezelschap. Misschien is dat wel haar redding. Hoewel, soms bekruipt me het gevoel dat het voor ons – en misschien ook wel voor haarzelf – handiger zou zijn als het zo’n stereotypische einzelgänger zou zijn met een passie voor dinosaurussen. Maar dat is ze duidelijk niet. Ze kan slecht haar draai vinden als ze niet op zijn minst beschikbare kinderen in de buurt weet. Dat is natuurlijk altijd even zoeken in den vreemde. Wat mij opvalt is dat ze heel gemakkelijk omgaat met wat wij toch snel tot eigenaardige types zouden bestempelen. In het dagelijks leven is ze bijzonder kritisch op hoe volwassenen eruit zien (gaan we voor het eerst naar de dokter en dan zegt ze ‘Ik hoop maar dat ie niet te lelijk is’ of ‘Denk je dat ze mooie kleren aan zal hebben, en hoge hakken?’) maar bij kinderen trekt ze zich daar niks van aan. Of misschien is het hebben van gezelschap belangrijker dan het hebben van passend gezelschap? Ik weet het niet, ik kom daar nog niet uit en verbaas me regelmatig over haar keuzes.

Terwijl we over het campingterrein lopen scant ze de omgeving op loslopende kinderen. Ze zal niet snel aansluiting zoeken bij groepjes en is dus vooral op zoek naar eenlingen. Inmiddels is ze heel behendig geworden in contact leggen, vooral bij het zwembad. Ze duikt op een maffe manier in het water en zegt ‘Kan jij dat ook?’ of zoiets en dat doet ze bij verschillende kinderen net zo lang tot ze ‘beet’ heeft. En als ze dan beet heeft, nou berg je maar, dan overstelpt ze haar vangst met alle aandacht en liefde die in haar is. ‘Kijk mam, dit is mijn vriend’, we zijn 20 minuten bij het zwembad, ‘en ik ben op hem’ smiespelt ze in mijn oor. Vijf minuten later ‘Hij is ook op mij mama, we hebben onder water gezoend!’

Gepost in ex-Volkskrantblog | 1 reactie