Categorie archief: ex-Volkskrantblog

Asperger in vogelvlucht

Als ik vertel dat mijn dochter asperger heeft, komt vrijwel altijd de vraag waaraan je dat dan merkt. Er zijn boeken vol geschreven over autisme en het ziet er bij duizend kinderen duizend keer anders uit. Hoe vang je dat complexe beeld dan in een paar woorden? Ik waag een poging en put daarvoor vrijelijk uit de teksten van Peter Vermeulen (zie boekenlijst). Midden vorige eeuw was het de Oostenrijkse arts Hans Asperger die als een van de eerste kinderen beschreef met kenmerken van autisme die niet overeenkwamen met het gangbare beeld dat men lange tijd van autisme had. Kinderen die normaal of zelfs hoogbegaafd zijn, die niet de hele tijd heen en weer zitten te wiegen, verbaal sterk zijn en je gewoon aankijken als je met ze spreekt. Tot dan toe werd autisme veelal gekoppeld aan een verstandelijke beperking. Maar meer dan de helft van kinderen met autisme blijkt normaal begaafd. Omdat autisme zich op zoveel verschillende manieren uit, is het soms lastig te herkennen. Met een goede intelligentie kun je bovendien veel compenseren en camoufleren, zodat het aan de buitenkant minder zichtbaar is. Dat maakt het autistisch denken echter niet minder.

Mensen met autisme zien slecht samenhang. Ze nemen de wereld gefragmenteerder waar, ze lijden – zo zeggen de wetenschappers – aan contextblindheid. Dat is lastig want context helpt je om zaken snel te herkennen, het helpt je om de aandacht te richten, het maakt de wereld voorspelbaar en helpt om de juiste betekenis te vinden wanneer die niet meteen duidelijk is. Als je niet in staat bent om het geheel te zien kom je tot een andere betekenisverlening.
Veel voorkomende problemen zijn: problemen met sociale contacten (de regels zijn contextafhankelijk, geen sociale intuïtie), het begrijpen van communicatie (dingen letterlijk opvatten die figuurlijk bedoeld zijn, geen lichaamstaal lezen), moeite hebben met verbeelding (dus ook geen rekening houden de innerlijke beleving van de ander) en inflexibiliteit in denken en handelen (moeite met plannen en organiseren en daarin niet bijsturen). Daarnaast blijken veel mensen met autisme hypergevoelig voor bepaalde zintuiglijke prikkels, die hen daardoor hevig storen of afleiden. De moeite die het kost om zich aan te passen aan nieuwe situaties levert veel stress op. Het ontwikkelen van routines is voor de meeste mensen met autisme een manier om controle te krijgen op het leven.
Je helpt autisten door zo helder mogelijk te communiceren: met weinig woorden, zonder abstracte begrippen en met niet teveel figuurlijk taalgebruik. Zeg wat je bedoelt en controleer of het is overgekomen. Geef ondersteuning en duidelijkheid als het op organiseren aankomt, zet eventueel visuele hulpmiddelen in.

Tenslotte misschien wel het belangrijkste punt. Moeilijk gedrag is meestal de uiting van stress, verwarring en frustratie. Door hun handicap zijn mensen met autisme egocentrisch. Reken het ze niet aan en vat het niet persoonlijk op.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , | 3 reacties

Middelbare I

‘Straks gaan we voor het eerst op je nieuwe school naar het groot overleg. Natuurlijk niet met alle leerkrachten, dat gaat niet op de middelbare school. Maar wel met je mentor, de burgklascoördinator, de zorgcoördinator en de ambulant begeleider. En dan natuurlijk papa en ik. Wil je ook mee?’ Ze aarzelt even maar schudt dan gedecideerd haar hoofd. ‘Hoeft niet’, zegt ze. ‘Moeten we iets namens jou zeggen?’ ‘Eh, nee, ik zou niet weten wat.’ Oh ja, te open vraag, ik had het kunnen weten. ‘Met wie kun je goed opschieten in je klas?’ ‘Nou eigenlijk met iedereen wel. Weet je,’ gaat ze op samenzweerderige toon verder ‘ik en Iris zijn eigenlijk wel de populairste meisjes van de klas!’ Zo, dat is nieuwe informatie voor me. Dat klinkt als een droomstart. Nu maar hopen dat die Iris het niet benauwd krijgt van alle aandacht waarmee ze overstelpt wordt. ‘Kom op, niet zo somber’, spreek ik mezelf vermanend toe ‘wees nou gewoon eens blij dat het zo goed lijkt te gaan.’ ‘Oh ja’, zegt ze ‘en ik wil niet dat ze in mijn klas weten dat ik autisme heb want ik wil gewoon net als de anderen zijn en opnieuw beginnen.’

Bij de teamleider aan tafel voelt het meteen vertrouwd. In de aanloop naar de brugklas zijn we al een paar keer langs geweest, dat scheelt. Ook al zijn ze nog niet ingegaan op ons aanbod om te overleggen met de thuisbegeleiding, ze hebben wel beloofd Carla, de externe coach die dochterlief zo voortreffelijk door het laatste basisschooljaar heen gesleept heeft, in te schakelen en uit het rugzakje te betalen. Niet dat er concrete afspraken gemaakt zijn, maar komt vast na dit gesprek. ‘Hoop je’ fluistert het duiveltje in mijn hoofd. Carla is er gelukkig ook bij, fijn voor de overdracht en vooral ook voor de mentale steun. Want het is vaak hard werken om al die professionals op één lijn te krijgen. En Carla is al ‘op onze hand’. Nieuwsgierig peil ik de mentrix aan de overkant van de tafel, de enige in het gezelschap die ik nog niet eerder ontmoet heb. Ze houdt zich op de vlakte, laat het woord aan de burgklascoördinator en leunt wat achteruit in haar stoel. Niet ongeïnteresseerd, eerder gereserveerd, misschien kijkt ze de kat uit de boom? Zou dat matchen met onze extraverte dochter? Ze oogt als een baken van rust. Dat is fijn als het woelig is.

Ik fluit mezelf terug het gesprek in. Even erbij blijven! We leggen hier de basis voor jaren samenwerking met de middelbare school, ja. Ik voeg weer in.

Inmiddels blijken de ambulant begeleider, de brugklascoördinator en onze Carla met elkaar te bakkeleien over de taakverdeling. Ze komen er niet uit omdat school nooit eerder met zo met een externe partij in zee gegaan is en niet weet hoe ze het vorm moeten geven. Er blijkt ook nog niet nagedacht of de financiële constructie via het rugzakje wel mogelijk is. Het gesprek dwarrelt alle kanten op en gaat over van alles behalve ons kind. ‘Sorry’, zegt de ambulant begeleider dan plotseling, ‘ik heb eigenlijk maar 20 minuten want ik moet naar een andere afspraak. Zullen we op een ander moment afstemmen hoe we dat doen? Misschien moeten we sowieso eerst even aankijken hoe het gaat.’ Dat laatste daar ben ik het helemaal niet mee eens, dat heb ik afgelopen jaren iets te vaak gehoord maar ik houd wijselijk mijn mond en vraag de mentrix hoe het volgens haar gaat in de klas. ‘Wat zegt ze daar zelf over, want ze vertelt natuurlijk thuis ook hoe het gaat’ kaatst ze behendig de bal terug. ‘Tja, ze vertelt niet zo héél veel, school en thuis zijn voor haar twee totaal verschillende werelden. Maar zojuist zei ze wel dat ze dacht dat zij en Iris tot de populaire meisjes behoren, dat is natuurlijk fijn om te horen.’ Haar gezicht betrekt, zorgvuldig kiest ze haar woorden en zegt dan: ‘Daar schrik ik van. Dat is absoluut niet het geval. Ze wordt juist enorm uitgejouwd en uitgedaagd door de jongens. En tja, Iris, dat is eigenlijk een zelfde kwetsbaar meisje, die twee vinden elkaar vooral omdat ze verder alleen staan. Ik vind het heel pijnlijk om dat te zeggen, maar dat is wat ik zie gebeuren tot mijn spijt’ en ze kijkt er heel ernstig bij. Ik schiet in de lach. ‘Welkom in de wondere wereld van onze dochter. Waarschijnlijk interpreteert ze die aandacht dus heel anders dan hoe wij dat zien. Negatieve aandacht is immers ook aandacht. En als je aandacht krijgt, dan ben je populair. Zo simpel kan het zijn. Zolang zij dat zo ervaart, is er geen probleem lijkt me. Al moeten we natuurlijk wel goed opletten of het niet omslaat. Maar daar zijn we zo te horen op tijd bij, toch?’ De aanvankelijk verbijstering van mevrouw van Druten slaat om in nieuwsgierigheid. Zo had ze er nog nooit naar gekeken… De kop is eraf, we zijn samen op weg.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 4 reacties

School XVIII

“Denk je dat we moeten wachten op de open dagen of zouden we al eerder op scholen kunnen rondkijken om te zien of ze geschikt zijn voor ons meisje?” Gevalletje open-deur-vraag en toch moest ik hem stellen aan de leerkracht van groep acht. Ik bedoel, alle ouders zijn natuurlijk benieuwd waar hun kind straks terecht komt en ik kan me dus voorstellen dat middelbare scholen er niet op zitten te wachten om met allerlei ouders vooraf gesprekken te voeren. Maar bij ons voelt het toch anders. Want onze dochter ‘drop’ je niet zomaar op een school.

“Zou je dat nou wel doen? Het gaat  hartstikke goed nu. Geef dat meidje toch gewoon de kans om net als de anderen te zijn. Als je van tevoren al van alles gaat vertellen kijken ze toch anders naar je kind. Zoeken ze misschien problemen die er niet zijn…” Indringend praat mijn schoonmoeder op mij in en brengt me aan het twijfelen. Ze komt immers zelf uit het onderwijs en kent die wereld van binnenuit. Weet hoe er in de lerarenkamer over ouders en kinderen gesproken wordt. Wat is het ingewikkeld om te weten wat wijsheid is. De basisschool weet het eigenlijk ook niet, niet eerder met het bijltje gehakt. Als ik de ambulant begeleider vraag welke school haar het meest geschikt lijkt moet ze me het antwoord schuldig blijven ‘Mijn collega komt in het voortgezet onderwijs, ik weet daar eigenlijk niks van.’ En nee, het is niet gebruikelijk dat ouders haar collega daarover te raadplegen, waarmee ik met lege handen het gesprek verlaat. Gewoon weer zelf uitzoeken dus.

Om de hoek staat een populair lyceum gehuisvest in zo’n zelfde vertrouwd statig schoolgebouw waar ik mijn eigen middelbare schooltijd doorbracht. Om de hoek, dat is een voordeel. Er zitten ook veel meiden van het dansen daar op school. Dan kent ze er meteen al wat mensen, en die kennen haar bovendien ook al wat langer dan vandaag. Ook een voordeel. Het onderwijs is sterk cognitief georiënteerd, geen fratsen. Voor sommigen een nadeel, ons klinkt het als muziek in de oren. Rechttoe-rechtaan klassikaal onderwijs, daarin gedijd onze oudste het best. Volgens de schoolgids is er extra aandacht voor zorgleerlingen, maar ja, hoe dat in de praktijk uitpakt is natuurlijk de vraag. De statistiek van de onderwijsinspectie laat zien dat het met de leeropbrengsten wel snor zit, zichtbaar wordt ook dat er 11 kinderen met een rugzakje op school zitten. Dan is het geen onbekend verschijnsel dus.

En dan valt het kwartje. We kúnnen niet eens verzwijgen dat onze dochter niet volgens de boekjes grootgroeit want ze heeft natuurlijk dat rugzakje. Ik wíl dat trouwens ook helemaal niet verzwijgen, wat oma ook zegt. Stél dat het niet van een leien dakje gaat, en dat is niet ondenkbaar, dan wil ik iedereen met open vizier tegemoet kunnen treden. En dus vooraf openheid betrachten. Zodat iedereen weet waar ie aan begint. Alleen als we samenwerken heeft het kans van slagen, toch? Alweer een dilemma geslecht.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | 1 reactie

Logisch

Wat een zalige nazomerdag, precies zoals je hoopt dat de dagen eind september zijn. Knisperend fris in de ochtend, loom en lui midden op de middag. Als mijn oudste uit school komt op haar slippers zie ik dat haar voeten pikzwart zijn. ‘Ga jij eerst maar eens even je voeten schrobben!’ zeg ik haar en ik voorkom nog nét dat ze met haar zwarte voeten languit op de bank ploft. Heerlijk zo’n school aan de rand van het bos maar ik begrijp opeens ook waarom iedereen binnen verplicht pantoffels draagt. Ondertussen redder ik in het rond om mijn spullen bij elkaar te zoeken om te gaan werken. Mijn man heeft ‘dienst’, zo noemen we dat wanneer een van ons de zorg voor kinderen heeft, dus ik doe iedereen een groot plezier als ik me zo snel mogelijk onzichtbaar maak. Eén kapitein op het schip werkt in ons gezin het beste.

Terwijl ik mijn tas sta in te pakken zie ik vanuit een ooghoek dochterlief verwoed met een afwasborstel in de weer in een poging haar voeten schoon te krijgen. Ik begrijp er niks van. ‘Wat ben jij nou aan het doen? Dat is toch niet normaal?!’ valt mijn man tegen haar uit. Verbolgen kijkt ze hem aan. ‘Dat moest van mama hoor.’ ‘Dat lijkt me sterk. Huppetee naar de badkamer en ga daar je voeten wassen.’ Zuchtend sjokt ze naar boven. ‘Ik doe het ook nooit goed!’ Een tikje verbaasd over deze bizarre scene laat ik de puinhoop achter me en verlaat het huis. In de auto laat ik alles nog eens door mijn gedachten gaan en opeens begrijp ik het; ik zei ‘voeten schrobben’. En zij heeft toen gedacht ‘Hoe moet ik nou mijn voeten schrobben? Nou met een afwasborstel dan maar.’

Logisch toch?

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | Plaats een reactie

Hulp, help

“Tja, ik weet niet of dat nou bij ouderbegeleiding thuishoort”, schuttert de ouderbegeleider onhandig als ik uitleg waarom we ook graag voor onszelf begeleiding willen. “Uit het gezinsdiagnostisch onderzoek blijkt dat jullie het heel goed doen, dus ik heb jullie eigenlijk niet zoveel te leren.” Even bekruipt me het gevoel dat hij zich op de vingers gekeken voelt omdat ik zelf ook ouderbegeleider ben, ik weet niet of dat klopt. Of denkt hij dat we evenveel kennis in huis hebben en hij me daarom niets te bieden heeft? Dat ik andere ouders help wil toch nog niet zeggen dat ik een goede hulp voor mijzelf ben?

We zijn dat hele diagnosetraject opnieuw gaan doen omdat het de enige manier was om binnen te komen. Niet omdat we behoefte hebben aan verse stempels maar omdat we aan een lange termijn relatie willen bouwen zodat ons meisje gekend is als er straks onder invloed van hormonen mogelijk gecompliceerde situaties ontstaan. We willen graag ouderbegeleiding omdat we behoefte hebben aan iemand die naast ons staat en meedenkt. Die de weg helpt terug te vinden als wij hem kwijtraken. Die ons leert kennen, die wij leren kennen zodat we ons in slechtere tijden in vertrouwde handen weten.

“Laten we drie keer afspreken en dan kijken of het werkt. Dat zou ik heel fijn vinden. Met jou, of met een andere ouderbegeleider waarmee jij denkt dat het kan klikken, dat maakt verder niet zoveel uit”, maak ik voor hem de weg vrij om zich er chic uit te manoeuvreren als hij dat wil. Raar gevoel om zo te moeten drammen voor iets dat ik zelf spannend vindt. Ik weet niet eens of het gaat werken! Misschien vindt hij me wel veel te dominant, maar als we nu niks doen staan we straks met lege handen weer buiten. ”Goed, ik zal erover denken”, neemt hij het heft terug in handen, “ik laat je deze week weten wat er mogelijk is en dan zal de secretaresse een afspraak met jullie inplannen.”

Pfff, weer een hobbel genomen. Als we op de gang staan ben ik helemaal leeg.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | Plaats een reactie

Bouwen

Inmiddels loopt Maarten alweer een paar jaar mee en coacht hij wekelijks de oudste bij het spelen. Heeft ie ingenieus opgebouwd, zo zagen we vanaf de zijlijn. Eerst bij ons thuis, met zijn tweeën, om te wennen en haar te leren kennen. Na een tijdje daagde hij haar uit een klasgenoot te vragen en een activiteit te verzinnen. Daarbij slaat hij veel vliegen in één klap; ze oefent met plannen (op tijd iemand regelen), ze moet iets bedenken dat de ander ook leuk vindt om te doen (zich verplaatsen in de ander), bovendien creëert hij een natuurlijke situatie om de interactie te observeren en bespreekt die vervolgens ook weer na met onze oudste.

Al doende leert ze een hoop terwijl het er van de buitenkant gewoon als spelen uitziet. Inmiddels gaat ze ook buitenshuis met hem op stap en daarmee komt er voor ons wekelijks wat ademruimte. Plus tijd om met de jongste door te brengen. Knap werk hoor. Soms baal ik ook. Want met hem wil ze wel van alles ondernemen en bij ons zet ze altijd de hakken in het zand. Voelt als niet eerlijk. Het doet me twijfelen of het aan ons ligt. Ik weet dat het niet zo is – het zal wel iets uit de categorie’ vreemde ogen dwingen’ zijn – maar het lukt niet altijd om dat te blijven voelen.

Maar nu gaat ie verhuizen. Heel onpraktisch helemaal naar een andere provincie. Weg opgebouwd vertrouwen, bij ons, bij haar. Zo gaat dat met personeel, dat wisselt. Zit ik nu wel met de vraag voor een opvolger, zoeken we een man of een vrouw? Want het onbevangene is er toch af sinds die vraag van mijn moeder…

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 4 reacties

Koffie verkeerd

Zo hèhè, eindelijk even zitten. De dag is nog niet voorbij want de oudste moet nog naar bed, maar nu de jongste erin ligt ben ik wel toe aan een bakje koffie. De oudste mag nu ze in groep acht zit opblijven tot half negen. Ik merk dat ik daaraan moet wennen en zoek naar nieuwe avondroutines. Het halfachtjournaal heb ik al in geen eeuwigheid meer gezien maar misschien kan ik af en toe het achtuurjournaal gaan kijken? Misschien wel samen met haar, krijgt ze meteen iets mee van de wereld.  Er valt nog genoeg uit te leggen ook. Of zou het journaal daar te snel voor gaan? Dat zit er eigenlijk wel dik in, mijmer ik een beetje in het rond terwijl ik de laatste rondslingerende kinderdingen wegwerk om het huis weer van mij te maken.

‘Mama, zal ik koffie maken voor jou?’  Ik weet niet wat ik hoor, dat heeft ze nog nooit gevraagd! Blijkbaar voelt het voor haar ook ‘groot’ dat ze nu nog beneden mag zijn. Daar gaan we eens even dankbaar gebruik van maken, wie weet krijg ik dan wel elke avond koffie… Ik leg haar uit hoe ze water en koffie afmeet en hoe de melkklopper werkt en ga op de bank zitten. Met één oog op het journaal en twee oren bij de onhandige geluiden vanuit de keuken verkneukel ik me op wat komen gaat. Het weer is al begonnen als ze voetje-voor-voetje naar binnen schuifelt met een boordevolle beker. Voorzichtig zet ze ‘m neer. ‘Wil je er iets lekkers bij?’ Aha, daar komt de aap uit de mouw denk ik heel onaardig. Ik slik het in en zeg ‘nee hoor, alleen koffie is genoeg voor mij’. Er trekt een schaduw over haar gezicht. ‘Mag ik ook iets drinken dan?’ vraagt ze nors. Ze komt terug met een groot glas siroop en een stuk chocola. Om de pret niet te bederven zeg ik er niks van en trek mijn benen op zodat ze bij me kan komen zitten.

‘Hahaha wat ziet die meneer er gek uit, hij past helemaal niet in zijn jasje. Het heet zeker meneer knap-uit-mijn-pakkie, hahaha’, ik schiet in de lach en probeer ondertussen nog iets van het weer mee te krijgen tussen haar gekakel door. Wanneer ik uitreik naar mijn koffie knalt ze vol haar been tegen mijn arm waardoor ik uitschiet en de koffie omvalt. ‘Kutwijf!’ schreeuwt ze de idylle aan flarden. Ze is woest, ze schreeuwt, ze huilt en probeert me te slaan.

Haar sok is nat. En dat is mijn schuld.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | 2 reacties

Online III

‘Hé hoe kan dat nou. Simone zei dat ze niet kon afspreken maar nu zie ik dat ze met Annabel op Hyves is. Ik zal d’r eens even krabbelen.’ O jee, zit ze wéér achter dat ding. Ik betrap me erop dat ik de computer inmiddels – net zoals mijn moeder dat doet – uitscheldt voor ‘dat ding’. En dat terwijl ik graag de zegeningen predik van het digitale tijdperk. Sinds mijn dochter Hyves heeft ontdekt is het gedaan met de rust als ze achter de computer zit. Eindeloos kijkt ze rond op profielpagina’s, verzamelt ze ‘vrienden’ en knoopt praatjes aan met wie maar online verschijnt.

‘Ehm, lieverd, wát ga je dan precies krabbelen? Wel aardig blijven hè.’ Met argusogen hou ik haar in de gaten. Het is de afgelopen weken iets te vaak mis gegaan. Waren ze in no time weer in een heftige scheldsessie verwikkeld en zie dat dan maar weer recht te breien. ‘Nou, ik mag toch best zeggen dat het stom is als ze tegen mij zegt dat ze niet kan en dan met iemand anders gaat afspreken. Ze moet gewoon eerlijk zijn.’ Ook al zo ingewikkeld, sinds ze op Hyves ziet wat iedereen met elkaar doet en welke logeerpartijtjes er zijn voelt ze zich veel sneller buitengesloten dan toen dat nog onzichtbaar was omdat het zich buiten het schoolplein afspeelde. Zij wil ook een BFF (best friend forever) bij wie je ‘sentimentele ‘inbrekertjes’ plaatst omdat je elkaars wachtwoord kent. Maar eerst gaat ze Simone eens flink de waarheid zeggen.

Ik grijp in. Want de uitglijers die ze maakt staan meteen zwart op wit en worden op het schoolplein tegen haar gebruikt. Die zichtbare communicatie biedt ook kansen natuurlijk; als ik ernaast zit kan ik haar soepel door spraakverwarringen loodsen en dat kan niet op het schoolplein. Maar ingewikkeld is het wel.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , | 3 reacties

School XVII

Ik kijk de kring rond, wat zijn we met veel! Juf natuurlijk, de intern begeleider, de RT-er, de ambulant begeleider, de directeur, onze oudercoach en dan wij nog. Indrukwekkend dat al die mensen zich over ons kind buigen, dat ontroert me bij voorbaat. Ik heb school inmiddels duidelijk gemaakt dat we er niet om staan te springen om wéér een andere school te moeten zoeken. De directeur wilde daarop wel een brainstormsessie organiseren en nu zitten we hier dus, met zijn allen op de kleine stoeltjes van groep zeven. Eerst mag de intern begeleider haar verhaal dunnetjes over doen, dan zegt de ambulant begeleider hoe zij het ziet. Of eigenlijk hoe ze niks ziet, want bij klasbezoeken is er nooit iets aan de hand. De juf houdt zich stil, is zichtbaar moe en aangeslagen. De RT-er spuit haar gal en maakt duidelijk dat ze niks kan beginnen met onze dochter (zo te horen heeft ze haar gezag verspeeld dus dat kan wel kloppen, denk ik grimmig).

Onze oudercoach vraagt wat onze dochter nodig heeft om goed te kunnen functioneren op school waarop de een na de ander zegt wat er allemaal niet mogelijk is. Het is om moedeloos van te worden. Het gaat over procedures, taakinhoud, klassenmanagement en ik hoor vooral niet-niet-niet. Ik negeer de brok in mijn keel en duw de opkomende boosheid terug in mijn buik. ‘Mag ik eerst zeggen dat ik heel blij ben dat we hier met zijn allen zitten, ik vind dat heel bijzonder dat er zoveel mensen meedenken met het grootbrengen van ons kind.’ De directeur knikt me bemoedigend toe, de rest kijkt afwachtend. ‘Wat me opvalt is dat we het vooral hebben over alles wat niet kan’, helaas nu breekt mijn stem ‘terwijl volgens mij de bedoeling van deze bijeenkomst is, om te onderzoeken wat er nodig is en hoe we dat gaan organiseren.’ Alle zenuwen en zorgen komen in een overstelpende traanvloed naar buiten. Ik heb nog nooit zo hartverscheurend zitten huilen met vreemden in de buurt maar ik laat het maar gewoon gebeuren. Wat heerlijk dat de oudercoach erbij is, die kan de grote lijn bewaken en onze belangen behartigen, ik voel me opeens ontzettend moeder. Als een leeuwin wil ik vechten voor mijn kind en tegelijkertijd voel ik me verschrikkelijk kwetsbaar en klein. Wat een onmachtig gevoel als niemand mee wil werken, hoe lang kun je vechten tegen de bierkaai?

Er komt een glaasje water en een doos tissues. Ik voel hoe mijn adem langzaam zakt, mijn wangen gloeien, ik zeg nog maar even niks. Wie weet haalt die huilbui wel wat uit. Of juist niet. Denken ze dat ik een hopeloos labiel type ben waar ze zo snel mogelijk vanaf moeten zien te raken. Nou ja, het is nu toch al gebeurd. Niks meer aan te doen. ‘Even voor alle duidelijkheid’ neemt de directeur het woord ‘dat ik goed begrijp waarom we hier zitten.’ Oh jee, flitst het door me heen, heb ik het verkeerd begrepen? ‘We hebben het hier toch over een meisje, over een kind? Dan is het toch aan ons om alles te doen wat in onze macht is om dat kind een goed laatste jaar op de basisschool te geven? Daarvoor zitten we hier toch bij elkaar?’ En als een mirakel kantelt de sfeer…

Dankjewel (eigen)wijze man!

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , , , | 7 reacties

PGB I

Mijn moeder roept verschrikt uit: ‘Een man?! Is dat wel te vertrouwen?’ Ik schrik, ik heb daar helemaal niet bij stilgestaan. Is dat naïef? Misschien. We hebben gericht naar een jongeman gezocht en zijn juist zo blij dat we er een dichtbij gevonden hebben. Ons meisje is een meer een jongensmeisje, niet zo van het knutselen of van rose en de strikjes, meer een doerak. En onze ervaringen met de buurjongen die oppast zijn onverdeeld positief dus ik koesterde geen achterdocht. Toch ben ik even goed in de war. Dat hoort dus ook bij een PGB, werkgever zijn en je personeel screenen. Dat kan je dus ook nog gebeuren, dat je kind gegrepen wordt door een hulpverlener. Shit.

Wat nu? Kan ik op mijn intuïtie vertrouwen of moet ik dat anders aanpakken? Hij werkt al langer met kinderen (maar ja, dat kan verdacht zijn volgens sommigen), hij heeft een stabiele relatie met een leuke jongen (dus hij valt niet op meisjes, dat is een pré), hij heeft — Ik kap het rijtje overwegingen af. Dit slaat nergens op. Het is verschrikkelijk eigenwijs, maar zo wil ik het niet. Ik wil durven vertrouwen op mensen en niet leven vanuit wantrouwen. De kennismaking voelde goed, ik gebruik mijn gezonde verstand, hou een oogje in het zeil en ik leer mijn dochter de ondergoedregel.

Fingers crossed.

Gepost in ex-Volkskrantblog | Getagged , , , | 3 reacties